Landingsbanen

Op deze pagina

    Algemene principes

    In het kader van de landingsbanen hebben de werknemers vanaf 60 jaar onder bepaalde voorwaarden zonder maximumduur recht op:

    • een 1/5de tijdskrediet, in principe ten belope van een dag of twee halve dagen per week, voor zover ze tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer (= 1/5de landingsbaan).

      In afwijking daarvan kunnen werknemers die niet tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen onder bepaalde voorwaarden ook recht hebben op een landingsbaan.
    • een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (= halftijdse landingsbaan).

    Een 1/5de landingsbaan moet worden opgenomen per minimumperiode van 6 maanden. Een halftijdse landingsbaan moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden.

    In een aantal uitzonderingsgevallen kunnen werknemers al vanaf 55 jaar recht hebben op een 1/5de of een halftijdse landingsbaan.

    Om aanspraak te maken op een landingsbaan moet de werknemer aan een aantal voorwaarden voldoen. 

    Zo zal de werknemer steeds (d.w.z. voor iedere landingsbaan) gelijktijdig de volgende voorwaarden moeten vervullen:

    • de leeftijdsvoorwaarde (van 60 of 55 jaar) bereiken op het ogenblik van de gewenste begindatum van de uitoefening van de landingsbaan;
       
    • een anciënniteit van 24 maanden bij de werkgever hebben bij de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever, tenzij in onderling akkoord tussen de werkgever en werknemer een kortere termijn wordt overeengekomen. Concreet betekent dit dat de werknemer verbonden moet zijn geweest door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de aanvraag van het tijdskrediet bij de werkgever.  De arbeidsregeling van de werknemer (voltijds of deeltijds) is hierbij niet relevant. 
       
    • voldoende loopbaanjaren als werknemer  hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever (voor meer informatie hierover zie de uitleg in het luik over de  beroepsloopbaanvoorwaarde).

    Daarnaast moet tevens voldaan zijn aan de voorwaarden gelinkt aan de opnamevorm (d.w.z. naargelang het een 1/5de of halftijdse landingsbaan betreft; bv. de tewerkstellingsvoorwaarde).

    Tijdens een landingsbaan heeft de werknemer in principe recht op een onderbrekingsuitkering die wordt uitbetaald door de RVA.
     

    Leeftijdsvoorwaarde

    De algemene regel is dat de werknemer de leeftijd van 60 jaar moet hebben bereikt op het ogenblik van de gewenste begindatum van de uitoefening van de landingsbaan en hij voldoet aan een beroepsloopbaanvoorwaarde die vanaf 2026 tot 2030 geleidelijk  wordt opgetrokken.

    In een aantal specifieke gevallen kan worden afgeweken van de algemene regel en geldt een lagere leeftijdsvoorwaarde van 55 jaar. Het gaat met name om de volgende situaties;

    • de werknemer kan op het tijdstip van de aanvraag aan zijn werkgever een beroepsloopbaan aantonen van minstens 35 jaar;
       
    • de werknemer kan op het tijdstip van de aanvraag aan zijn werkgever een beroepsloopbaan aantonen van minstens 25 jaar én voldoet op dat moment aan één van de volgende voorwaarden:  
      • actief zijn geweest in een zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar (7 jaar) berekend van datum tot datum in de voorafgaande 10 jaar (15 jaar), berekend van datum tot datum.

        Met een ‘zwaar beroep’ wordt bedoeld: 
        • het werk in wisselende ploegen, meer bepaald de ploegenarbeid in minstens 2 ploegen van minstens 2 werknemers die hetzelfde werk doen, zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan één vierde van de dagtaak, op voorwaarde dat de werknemer van ploegen alterneert;
           
        • het werk in onderbroken diensten waarbij de werknemer permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur (bv. prestatie van 8u tot 11u en van 14u tot 19u);
           
        • het werk in een arbeidsregime met nachtprestaties zoals gedefinieerd door de cao nr. 46 van 23 maart 1990 (m.n. een regime waarin de werknemers gewoonlijk arbeidsprestaties verrichten tussen 24u en 5u ’s morgens).  
           
      • gedurende minstens 20 jaar tewerkgesteld zijn geweest in een arbeidsstelsel zoals bedoeld in artikel 1 van de op 23 maart 1990 gesloten en bij koninklijk besluit van 10 mei 1990 algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46;
         
      • tewerkgesteld zijn geweest door een werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor het bouwbedrijf (P.C. 124) voor zover de werknemers beschikken over een door een arbeidsarts afgeleverd getuigschrift waarin wordt bevestigd dat ze hun beroepsactiviteit niet langer kunnen voortzetten.
         
    • de werknemer kan op het tijdstip van de aanvraag bij de werkgever een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar aantonen én is tewerkgesteld als doelgroepwerknemer door een werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven (P.C.  327).
       
    • de werknemer kan op het tijdstip van de aanvraag bij de werkgever een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar aantonen én is tewerkgesteld in een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden.

      Indien de onderneming beantwoordt aan één van de volgende criteria kan een aanvraag tot erkenning door de Minister van Werk worden ingediend op basis van het daartoe bestemde aanvraagformulier :
       

    De aanvangsdatum van de landingsbaan moet gelegen zijn tijdens de periode van erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering door de Minister van Werk.

    Er moet daarnaast tegelijkertijd voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: 

    • de onderneming kadert zijn aanvraag tot erkenning binnen een herstructureringsplan en toont aan dat ontslagen zijn vermeden;
       
    • de minister heeft in de erkenningsbeslissing uitdrukkelijk vermeld dat aan deze voorwaarde is voldaan. 

     

    Beroepsloopbaanvoorwaarde

    Om recht te hebben op een landingsbaan moet de werknemer verder ook een aantal beroepsloopbaanjaren kunnen bewijzen.

    Algemeen regime: de werknemer is minstens 60 jaar oud

    Om recht te hebben op een landingsbaan vanaf 60 jaar moet de werknemer op het tijdstip van de aanvraag bij de werkgever voldoen aan een beroepsloopbaanvoorwaarde die verschilt naargelang de werknemer een man is of een vrouw en die naargelang het geval vanaf 2026 tot 2030 geleidelijk wordt opgetrokken volgens het volgende tijdpad:

    Jaar waarin de landingsbaan aanvangt

     

    Aantal loopbaanjaren die vereist zijn

     

    Mannen

    Vrouwen

    in 2026

    in 2027

    in 2028

    in 2029

    in 2030

    31 jaren

    32 jaren

    33 jaren

    34 jaren

    35 jaren

    26 jaren

    27 jaren

    28 jaren

    29 jaren

    30 jaren

     

    Voor de berekening van deze loopbaanvoorwaarde verwijzen we naar de website van de RVA. Merk daarbij op dat een voorafgaande berekening van het beroepsverleden kan worden gevraagd aan de RVA.

    Afwijkende regimes vanaf 55 jaar

    Naargelang het afwijkende regime dat van toepassing is, geldt een beroepsloopbaanvoorwaarde van 35 jaar dan wel 25 jaar. De berekening van de 35 jaar gebeurt op een andere manier dan de berekening van de 25 jaar. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar de website van de RVA. Merk daarbij op dat een voorafgaande berekening van het beroepsverleden kan worden gevraagd aan de RVA.
     

    Opnamevoorwaarden

    De werknemers die aan de anciënniteits-, leeftijds- en beroepsloopbaanvoorwaarden voldoen, kunnen in het kader van een landingsbaan hun arbeidsprestaties:

    Er bestaat ook een afwijking op de verplichte spreiding van de 1/5de landingsbaan  (d.w.z. de opname onder de vorm van hetzij één volledige dag op weekbasis hetzij twee halve dagen op weekbasis) voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen.  

    Zo bepaalt het paritair comité of de onderneming voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of cycli in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag of twee halve dagen per week of een gelijkwaardige regeling. 

    Voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer (waaronder diegene in ploegen of cycli) kan voor het organiseren van het 1/5de landingsbaan een andere gelijkwaardige regeling over een periode van maximum 12 maanden worden vastgesteld: 

    • bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau; 
    • of ingeval er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is, bij arbeidsreglement en mits daarover een schriftelijk akkoord wordt gesloten tussen de werknemer en de werkgever. 
       

    1/5de landingsbaan in geval van 2 deeltijdse arbeidsovereenkomsten bij 2 werkgevers 

    Ook een werknemer die twee deeltijdse arbeidsovereenkomsten combineert bij 2 werkgevers kan onder bepaalde voorwaarden een 1/5de landingsbaan opnemen (mits de voorwaarden hiervoor vervuld zijn) voor zover de som van zijn tewerkstellingsbreuken bij beide werkgevers in totaal minstens een voltijdse betrekking omvat en mits toestemming van de werkgever(s) waar de 1/5de landingsbaan zal worden uitgeoefend.

    Om de 1/5de vermindering te bepalen, wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever waar de landingsbaan wordt opgenomen.

    Deze 1/5de landingsbaan kan proportioneel worden genomen bij elk van de 2 werkgevers op voorwaarde dat de aanvang en de duurtijd van beide loopbaanverminderingen identiek is en samen een 1/5de loopbaanvermindering vormt.