Verlof voor mantelzorg

Op deze pagina

    Algemeen principe

    In de privésector heeft elke werknemer die erkend mantelzorger is van een zorgbehoevende persoon recht op een verlof voor mantelzorg onder de vorm van een volledige schorsing van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst of van een vermindering van zijn arbeidsprestaties. In de openbare sector bestaat een analoog recht op verlof voor mantelzorg; dit luik wordt evenwel niet besproken in deze tekst. Voor meer informatie over het recht op verlof voor mantelzorg in de openbare sector dient men zich te wenden tot de betrokken openbare diensten.

    Wil een werknemer gebruik kunnen maken van het verlof voor mantelzorg, dan dient zijn hoedanigheid van mantelzorger erkend te zijn overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger.

    De werknemer moet in de eerste plaats dus erkend zijn als mantelzorger van de zorgbehoevende persoon waarvoor hij het recht op verlof voor mantelzorg wil opnemen. De procedure voor de erkenning als mantelzorger voor de toekenning van sociale rechten is geregeld door het koninklijk besluit van 16 juni 2020. De werknemer moet hiertoe met name een erkenningsaanvraag door middel van een verklaring op erewoord indienen bij zijn ziekenfonds, dat hierover een beslissing zal nemen.

    Meer informatie over de erkenning als mantelzorger kan verkregen worden bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of bij de verzekeringsinstelling (het ziekenfonds).

    Het verlof voor mantelzorg kan op één van de volgende manieren worden opgenomen:

    • elke werknemer (voltijds of deeltijds) kan de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig schorsen gedurende een periode van één maand per zorgbehoevende persoon, met een maximum van zes maanden over zijn gehele beroepsloopbaan;

    • elke voltijdse werknemer kan zijn arbeidsprestaties verminderen met 1/5de of de helft gedurende een periode van twee maanden per zorgbehoevende persoon, met een maximum van twaalf maanden over zijn gehele beroepsloopbaan.

    Verwittiging van de werkgever

    De werknemer die zijn recht op verlof voor mantelzorg wil uitoefenen, moet dit minstens zeven dagen voor de ingangsdatum van het verlof schriftelijk aan zijn werkgever laten weten. De partijen kunnen schriftelijk wel een andere kennisgevingstermijn overeenkomen.

    De schriftelijke kennisgeving gebeurt ofwel door de overhandiging van een geschrift aan de werkgever waarbij deze laatste een duplicaat tekent als bericht van ontvangst, ofwel bij middel van een aangetekend schrijven dat geacht wordt ontvangen te zijn de derde werkdag na de afgifte ervan bij de post.

    De werknemer moet in de kennisgeving de periode vermelden waarin hij het verlof voor mantelzorg opneemt en hij dient er het bewijs bij te voegen van de erkenning van zijn hoedanigheid van mantelzorger van de zorgbehoevende persoon.

    Uitstel en weigering van het verlof

    De uitoefening van het verlof voor mantelzorg kan, in zoverre voldaan is aan alle geldende voorwaarden, niet worden geweigerd noch worden uitgesteld door de werkgever.

    Onderbrekingsuitkering

    Meer informatie met betrekking tot het recht op de uitkeringen tijdens het verlof voor mantelzorg (voorwaarden, bedrag, aanvraag, …) is terug te vinden op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (www.rva.be).

    Ontslagbescherming

    De ontslagbescherming van de regeling van de loopbaanonderbreking is van toepassing. Dit houdt in dat de werkgever geen handeling mag stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te maken aan de dienstbetrekking, tenzij hij een dringende of voldoende reden heeft.

    Een reden die enkel te maken heeft met het opnemen van dit verlof, vormt geen voldoende reden. Een ontslag in het kader van een collectief ontslag dat betrekking heeft op een bepaalde personeelscategorie in het kader van een reorganisatie binnen de onderneming, kan daarentegen wel beschouwd worden als een voldoende reden.

    De ontslagbescherming gaat in de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever en eindigt drie maanden na het einde van het verlof voor mantelzorg.

    Ingeval het verlof voltijds is opgenomen, wordt de opzeggingstermijn die door de werkgever wordt gegeven voor of in de loop van dit verlof geschorst tijdens de periode van volledige schorsing. Dit laatste geldt niet ingeval het verlof deeltijds wordt opgenomen; in dat geval loopt de opzeggingstermijn gewoon verder.