Tijdskrediet met motief

Op deze pagina

    Algemene principes

    Motieven en voorwaarden

    Het tijdskrediet met motief geeft de werknemers recht op een voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet tot maximum 36 maanden voor het volgen van een opleiding en tot maximum 51 maanden omwille van de volgende zorgmotieven:

    • om voor hun kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar;
    • voor het verlenen van palliatieve verzorging;
    • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid;
    • om zorg te dragen voor hun kind met een handicap tot de leeftijd van 21 jaar;
    • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan hun minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is.

    De opgenomen periodes van voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet met een zorgmotief en met motief opleiding mogen samen wel niet meer dan 51 maanden over de gehele loopbaan bedragen.

    Om recht te hebben op een tijdskrediet met motief, moet de werknemer een anciënniteit hebben van 24 maanden in de onderneming. Concreet betekent dit dat de werknemer verbonden moet zijn geweest door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de aanvraag van het tijdskrediet bij de werkgever.  De arbeidsregeling van de werknemer (voltijds of deeltijds) is hierbij niet relevant.

    Op deze anciënniteitsvoorwaarde bestaat wel een uitzondering. Zij geldt nl. niet voor werknemers die hun tijdskrediet met motief onmiddellijk laten aansluiten op een ouderschapsverlof en die hun rechten in dat kader voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput.

    Daarnaast zijn er ook voorwaarden gelinkt aan de opnamevorm (d.w.z. voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet; bv. de tewerkstellingsvoorwaarde) en moet naargelang het motief ook aan een aantal specifieke voorwaarden voldaan zijn. 

    Een overzicht hiervan is hieronder terug te vinden, bij de rubriek ‘Welke motieven?’ en ‘Opnamevormen’.

     

    (!) Opgelet, het recht op onderbrekingsuitkeringen voor het motief "zorg voor zijn kind tot de leeftijd van 8 jaar" is beperkt tot maximum 48 maanden en er gelden in dat kader ook strengere regels, waaronder op het vlak van de anciënniteit. Meer informatie hierover is terug te vinden op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

     

    Maximumduur over de gehele loopbaan  

    Werknemers kunnen gedurende maximaal 51 maanden over de gehele loopbaan een tijdskrediet met zorgmotief uitoefenen, terwijl de duur van het tijdskrediet met motief opleiding maximaal 36 maanden over de gehele loopbaan kan bedragen.  

    Het gaat om een (vast) krediet van 51 en 36 maanden, dat niet afhankelijk is van de gekozen opnamevorm (nl. voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet). Het recht van 51 en 36 maanden wordt m.a.w. niet proportioneel verrekend bij de opname van een deeltijdse formule.  

    De opgenomen periodes van voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet met een zorgmotief en deze met motief opleiding mogen samen, over de gehele loopbaan, wel niet meer dan 51 maanden bedragen.  

    Voorbeeld: Een werknemer die al 36 maanden tijdskrediet voor het volgen van een opleiding heeft opgenomen, zal nog recht hebben op maximum 15 maanden tijdskrediet met een zorgmotief.  

    Op de voorziene maximumduur van 51 en 36 maanden moeten ook bepaalde periodes van loopbaanonderbreking en tijdskrediet die in het verleden werden opgenomen in mindering worden gebracht.

     

    Welke motieven ? 

    Zorg voor zijn kind tot de leeftijd van 8 jaar 

    De werknemer heeft recht op een tijdskrediet tot maximaal 51 maanden om voor zijn kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar.

    De periode waarvoor het tijdskrediet wordt gevraagd (zowel bij een eerste aanvraag, als bij een verlenging) door de werknemer moet aanvangen voor de 8ste verjaardag van het kind. Er wordt daarbij rekening gehouden met de aanvangsdatum die is opgenomen in de aanvraag van het tijdskrediet. Er is dan ook geen invloed op de opening van het recht op tijdskrediet indien de effectieve startdatum van het tijdskrediet vervolgens na de 8ste verjaardag van het kind valt door het uitstel van de werkgever omwille van organisatorische reden of de toepassing van de organisatieregels

    In geval van adoptie kan het tijdskrediet aanvangen vanaf de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer is gedomicilieerd.

    (!) Opgelet, het recht op onderbrekingsuitkeringen voor dit motief is beperkt tot maximaal 48 maanden. Voor het recht op onderbrekingsuitkeringen gelden ook strengere regels. Zo worden de onderbrekingsuitkeringen voor een voltijds tijdskrediet slechts toegekend om te zorgen voor zijn kind tot de leeftijd van 5 jaar. Meer informatie over het recht op onderbrekingsuitkeringen is terug te vinden op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

    Opnamevorm en -duur 

    Het tijdskrediet met motief om voor zijn kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar kan steeds worden opgenomen onder de vorm een 1/5de tijdskrediet. Een voltijds tijdskrediet of  halftijdse loopbaanvermindering is daarentegen maar mogelijk indien de sector of onderneming hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten.

    Bij de opname moet rekening worden gehouden met een minimumperiode van 6 maanden als het gaat om een 1/5de tijdskrediet en met een minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds of halftijds tijdskrediet betreft.

    Een eventueel overblijvend saldo van tijdskrediet met motief zal, in afwijking hiervan, wel voor een kortere periode dan deze minimumduur kunnen worden opgenomen. 

    Voorbeeld: Een werknemer heeft reeds 49 maanden tijdskrediet met motief genomen om voor zijn kind jonger dan 8 jaar te zorgen. Hij vraagt een tijdskrediet van één maand om voor een zwaar ziek gezinslid te zorgen. Er zal bijgevolg een saldo zijn van een maand, dat de werknemer eventueel zal kunnen uitputten in het kader van het tijdskrediet met motief om te zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar (dat normaal gezien moet worden opgenomen met een minimum van 3 of 6 maanden naargelang het om een voltijds en halftijds of een 1/5de tijdskrediet gaat).

    Cumulverbod 

    De werknemers kunnen het recht op tijdskrediet met motief voor de zorg van hun kind tot de leeftijd van 8 jaar niet opnemen in combinatie met de aanvang of uitbreiding van een niet-toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit.

    Bewijs  

    De werknemer moet aan de werkgever uiterlijk bij de ingang van het tijdskrediet het bewijs leveren van het motief waarvoor hij tijdskrediet neemt. Dit gebeurt aan de hand van documenten tot staving van de gebeurtenis die het recht opent (uittreksel geboorteregister, document tot staving van de adoptie,… ).  
     

    Verlenen van palliatieve verzorging  

    De werknemer heeft recht op een tijdskrediet van 1 maand, verlengbaar met 1 maand, om te zorgen voor een persoon die palliatieve verzorging nodig heeft.  

    Onder palliatieve verzorging wordt verstaan elke vorm van bijstand, in het bijzonder medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand gegeven aan een persoon die aan een ongeneeslijke ziekte lijdt en zich in een terminale fase bevindt. Deze persoon hoeft niet noodzakelijk een familielid van de werknemer te zijn.

    Opnamevorm en -duur 

    Het tijdskrediet met motief voor het verlenen van palliatieve verzorging kan steeds worden opgenomen onder de vorm een 1/5de tijdskrediet. Een voltijds of halftijds tijdskrediet is enkel mogelijk indien de sector of onderneming hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten.

    Het tijdskrediet met motief voor het verlenen van palliatieve verzorging moet worden opgenomen per minimumperiode van één maand en kan per patiënt met één maand worden verlengd. De duur bedraagt dus maximum 2 maanden per patiënt.  

    Een eventueel overblijvend saldo van tijdskrediet met motief zal, in afwijking hiervan, wel voor een kortere periode dan deze minimumduur kunnen worden opgenomen. 

    Cumulverbod 

    De werknemers kunnen het recht op tijdskrediet met motief voor het verlenen van palliatieve verzorging niet opnemen in combinatie met de aanvang of uitbreiding van een niet-toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit.

    Bewijs 

    De werknemer moet ten laatste op het moment waarop het tijdskrediet aanvangt aan de werkgever een attest voorleggen van de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging behoeft en waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verlenen. De identiteit van de patiënt moet niet in het betrokken attest worden vermeld. In geval de werknemer gebruik wenst te maken van de verlenging van de periode met één maand, dient hij opnieuw een dergelijk attest af te leveren aan de werkgever. 

     

    Verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid  

    De werknemer heeft recht op een tijdskrediet tot maximaal 51 maanden voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek lid van zijn gezin of familie.

    Onder gezinslid verstaan we elke persoon die samenwoont met de werknemer.  Familieleden zijn de bloedverwanten van de werknemer tot de tweede graad en de aanverwanten van de werknemer tot de eerste graad. Wanneer de werknemer wettelijk samenwonend is, worden ook de ouders en de kinderen van de wettelijk samenwonende partner als familieleden van de werknemer beschouwd.

    Met een zware ziekte wordt elke ziekte of medische ingreep bedoeld die de behandelende geneesheer als dusdanig bestempelt en waarvan de geneesheer meent dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand noodzakelijk is voor het herstel.

    Opnamevorm en -duur 

    Het tijdskrediet met motief voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid kan steeds worden opgenomen onder de vorm een 1/5de tijdskrediet. Een voltijds of halftijds tijdskrediet is enkel mogelijk indien de sector of onderneming hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten.

    De opname gebeurt in periodes van minstens 1 maand en maximum 3 maanden.  

    Een eventueel overblijvend saldo van tijdskrediet met motief zal, in afwijking hiervan, wel voor een kortere periode dan deze minimumduur kunnen worden opgenomen. 

    Cumulverbod 

    De werknemers kunnen het recht op tijdskrediet met motief voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid niet opnemen in combinatie met de aanvang of uitbreiding van een niet-toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit.

    Bewijs 

    De werknemer moet uiterlijk bij de ingang van het tijdskrediet aan de werkgever een attest van de behandelende geneesheer van de zieke persoon verstrekken, waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon en waarop de behandelende arts aanduidt of de zorgbehoefte daadwerkelijk een voltijdse, halftijdse of 1/5de onderbreking of loopbaanvermindering behoeft, naast de eventuele professionele ondersteuning waarop de zieke persoon kan rekenen.  

     

    Zorg voor zijn kind met een handicap tot de leeftijd van 21 jaar 

    De werknemer heeft het recht op een tijdskrediet tot maximaal 51 maanden om zorg te dragen voor zijn kind met een handicap tot de leeftijd van 21 jaar. 

    Onder een kind met een handicap verstaat men een kind dat getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66% of een aandoening heeft die leidt tot een erkenning van minstens 4 punten in pijler 1 of van minstens 9 punten in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving met betrekking tot de kinderbijslag. 

    De periode waarvoor het tijdskrediet wordt gevraagd (zowel bij een eerste aanvraag, als bij een verlenging) door de werknemer moet aanvangen voor de 21ste verjaardag van het kind. Er wordt daarbij rekening gehouden met de aanvangsdatum die is opgenomen in de aanvraag van het tijdskrediet. Er is dan ook geen invloed op de opening van het recht op tijdskrediet indien de effectieve startdatum van het tijdskrediet vervolgens na de 21ste verjaardag van het kind valt door het uitstel van de werkgever omwille van organisatorische reden of de toepassing van de organisatieregels.   

    Opnamevorm en -duur 

    Het tijdskrediet om zorg te dragen voor zijn kind met een handicap tot de leeftijd van 21 jaar kan worden opgenomen onder de vorm van een voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet. 

    Bij de opname moet rekening gehouden worden met een minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds of halftijds tijdskrediet betreft en een minimumperiode van 6 maanden ingeval van een 1/5 tijdskrediet.  

    Een eventueel overblijvend saldo van tijdskrediet met motief zal, in afwijking hiervan, wel voor een kortere periode dan deze minimumduur kunnen worden opgenomen. 

    Bewijs 

    De werknemer moet uiterlijk op het moment waarop het tijdskrediet ingaat een attest verstrekken aan de werkgever dat de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66% aantoont of de aandoening die leidt tot een erkenning van minstens 4 punten in pijler 1 of van minstens 9 punten in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving met betrekking tot de kinderbijslag.  
     

    Verlenen van bijstand of verzorging aan zijn minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is 

    De werknemer heeft recht op een tijdskrediet tot maximaal 51 maanden voor het verlenen van bijstand of verzorging aan zijn minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat een gezinslid is.
    Met een zware ziekte wordt elke ziekte of medische ingreep bedoeld die de behandelende geneesheer als dusdanig bestempelt en waarvan de geneesheer meent dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand noodzakelijk is voor het herstel.

    Onder een kind dat gezinslid is, wordt een kind verstaan dat samenwoont met de werknemer.

    De periode waarvoor het tijdskrediet wordt gevraagd (zowel bij een eerste aanvraag, als bij een verlenging) door de werknemer moet aanvangen voor de 18de verjaardag van het kind. Er wordt daarbij rekening gehouden met de aanvangsdatum die is opgenomen in de aanvraag van het tijdskrediet. Er is dan ook geen invloed op de opening van het recht op tijdskrediet indien de effectieve startdatum van het tijdskrediet vervolgens na de 18de verjaardag van het kind valt door het uitstel van de werkgever omwille van organisatorische reden of de toepassing van de organisatieregels

    Opnamevorm en -duur 

    Het tijdskrediet voor het verlenen van bijstand of verzorging aan zijn minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat een gezinslid is kan worden opgenomen onder de vorm van een voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet.

    De opname gebeurt in periodes van minstens 1 maand en maximum 3 maanden. 

    Een eventueel overblijvend saldo van tijdskrediet met motief zal, in afwijking hiervan, wel voor een kortere periode dan deze minimumduur kunnen worden opgenomen. 

    Bewijs 

    De werknemer moet aan zijn werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop het tijdskrediet ingaat een attest van de behandelend geneesheer van het kind verstrekken waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. 
     

    Volgen van een opleiding 

    De werknemer heeft recht op een tijdskrediet tot maximaal 36 maanden voor het volgen van een opleiding.

    Er is geen lijst bepaald van opleidingen die hiervoor in aanmerking komen. Ongeacht het type studies (bv. met het oog op het bekomen van een universitair diploma of een diploma hogere niet-universitaire studies, een talencursus of cursus informatica,…) of de onderwijsvorm (bv. dag- of avondonderwijs, afstandsonderwijs,…) kan dit tijdskrediet met motief worden bekomen voor zover:

    • het een door de Gemeenschappen of de sector erkende opleiding betreft die minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar of 120 uren of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van drie maanden telt;
       
    • het gaat om onderwijs in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van secundair onderwijs, waarbij de grens wordt vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden. 

    Opnamevorm en -duur 

    Het tijdskrediet voor het volgen van een opleiding kan steeds worden opgenomen onder de vorm een 1/5de tijdskrediet. Een voltijds of halftijds tijdskrediet is daarentegen maar mogelijk indien de sector of onderneming hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten.

    Bij de opname moet rekening worden gehouden met een minimumperiode van 6 maanden als het gaat om een 1/5de tijdskrediet en met een minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds of halftijds tijdskrediet betreft.

    Een eventueel overblijvend saldo van tijdskrediet met motief zal, in afwijking hiervan, wel voor een kortere periode dan deze minimumduur kunnen worden opgenomen. 

    Cumulverbod 

    De werknemers kunnen het recht op tijdskrediet met motief voor het volgen van een opleiding niet opnemen in combinatie met de aanvang of uitbreiding van een niet-toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit.

    Bewijs  

    Uiterlijk op het ogenblik waarop het tijdskrediet ingaat, verstrekt de werknemer aan de werkgever het bewijs dat hij een opleiding volgt die aan de voorwaarden voldoet. Dit bewijs wordt geleverd aan de hand van een attest van de Gemeenschap of de opleidingsinstelling waaruit blijkt dat de werknemer geldig is ingeschreven voor een opleiding met de vereiste tijdsduur of omvang. 

    Daarnaast moet de werknemer, binnen de 20 kalenderdagen na elk kwartaal, bij de werkgever een attest indienen dat het bewijs levert van regelmatige aanwezigheid bij een opleiding in dat betrokken kwartaal.  De dagen schoolvakantie in de loop van of aansluitend op een periode van opleiding worden gelijkgesteld met regelmatige aanwezigheid bij een opleiding. Regelmatige aanwezigheid betekent dat de werknemer niet meer dan één tiende van de duur van de opleiding in dat kwartaal ongewettigd afwezig mag zijn.      

     

    Opnamevormen  

    De werknemers die aan de anciënniteitsvoorwaarde en aan de specifieke voorwaarden gekoppeld aan het desbetreffende motief voldoen, kunnen in het kader van een tijdskrediet met motief hun arbeidsprestaties dus:

    • volledig schorsen (voltijds tijdskrediet) en dit ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) waarin ze in de onderneming tewerkgesteld zijn op het moment van hun schriftelijk aanvraag aan de werkgever;
        
    • verminderen tot een halftijdse betrekking (halftijds tijdskrediet) voor zover zij ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld zijn gedurende de twaalf maanden die hun schriftelijke aanvraag vooraf gaan;
        
    • verminderen met 1/5de (1/5de tijdskrediet), ​​​​​​in principe ten belope van een dag of twee halve dagen per week, voor zover zij gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer (d.w.z. dat ze gewoonlijk minstens in een vijfdagenweek werken) én gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan hun schriftelijke aanvraag in een voltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn.

      De werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling die niet gespreid is over 5 dagen of meer (bv. weekendwerkers, werknemers tewerkgesteld in een vierdagenweek) kunnen hun arbeidsprestaties met 1/5de verminderen in het kader van het tijdskrediet met motief op voorwaarde dat:
      • zij voltijds tewerkgesteld zijn gedurende de 12 maanden voorafgaand aan hun schriftelijke aanvraag;
      • én dat er een collectieve arbeidsovereenkomst of sector- of ondernemingsniveau is gesloten of dat een schriftelijk akkoord daarin voorziet.

    • In de sector- of ondernemingscao of in het schriftelijk akkoord wordt dan een regeling van 1/5de loopbaanvermindering vastgesteld en de modaliteiten van de opnamevorm van de loopbaanvermindering geregeld.

      ​​​​​​​Er bestaan bovendien afwijkingen op de verplichte spreiding van het 1/5de tijdskrediet (d.w.z. de opname onder de vorm van hetzij één volledige dag op weekbasis hetzij twee halve dagen op weekbasis) voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer:
       
      • Zo bepaalt het paritair comité of de onderneming voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of cycli in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag of twee halve dagen per week of een gelijkwaardige regeling.
        ​​​​​​​
      • Voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer (waaronder diegene in ploegen of cycli) kan voor het organiseren van het 1/5de tijdskrediet een andere gelijkwaardige regeling over een periode van maximum 12 maanden worden vastgesteld:
         
        • bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau;
           
        • of ingeval er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is, bij arbeidsreglement en mits daarover een schriftelijk akkoord wordt gesloten tussen de werknemer en de werkgever.​​​​​​​

    (!) Let wel, voor het recht op onderbrekingsuitkeringen zijn de voorwaarden strenger. Zo geldt er bv. een strengere tewerkstellingsvoorwaarde voor de opname van een voltijds en halftijds tijdskrediet. Meer informatie hierover is terug te vinden op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

     

    1/5de tijdskrediet ingeval van 2 deeltijdse arbeidsovereenkomsten bij 2 werkgevers 

    Ook de werknemer die twee deeltijdse arbeidsovereenkomsten combineert bij 2 werkgevers kan onder bepaalde voorwaarden een 1/5de tijdskrediet met motief opnemen (mits de voorwaarden hiervoor vervuld zijn) voor zover de som van zijn tewerkstellingsbreuken bij beide werkgevers in totaal minstens een voltijdse betrekking omvat en mits toestemming van de werkgever(s) waar het 1/5de tijdskrediet zal worden uitgeoefend.

    Om de 1/5de vermindering te bepalen, wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever waar het tijdskrediet wordt opgenomen.

    Het 1/5de tijdskrediet kan proportioneel worden genomen bij elk van de 2 werkgevers op voorwaarde dat de aanvang en de duurtijd van beide loopbaanverminderingen identiek is en samen een 1/5de loopbaanvermindering vormt.   

     

    Aanrekening van het verleden   

    De cao nr. 103 voorziet momenteel in een recht op tijdskrediet met motief tot maximum 51 maanden voor de zorgmotieven en tot maximaal 36 maanden voor het motief opleiding. Samen mogen de periodes van tijdskrediet met een zorgmotief en met motief opleiding niet meer dan 51 maanden bedragen.

    Om te bepalen over hoeveel maanden tijdskrediet met motief een werknemer momenteel nog kan beschikken, moeten echter bepaalde periodes van loopbaanonderbreking en tijdskrediet die in het verleden werden opgenomen, worden afgetrokken van de maximumduur van 51 en 36 maanden.

    Via de onlinetoepassing Break@work kan de werknemer het krediet berekenen waarop hij nog aanspraak kan maken. Break@work is terug te vinden in de rubriek ‘burger’ van de portaalsite van de sociale zekerheid. Er is ook meer informatie beschikbaar in de rubriek 'Online diensten' van die site.

    Opgelet ! 

    De thematische verloven staan volledig los van het stelsel van tijdskrediet. De periodes genomen in het kader een thematische verlof (ouderschapsverlof, palliatief verlof, verlof voor medische bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid worden dus niet in mindering gebracht van het tijdskrediet met motief. 

    Berekening krediet tijdskrediet met motief 

    Met uitzondering van de eerste 12 maanden van het tijdskrediet of loopbaanonderbreking zonder motief dat al werd genomen in voltijdse equivalenten, moeten op de maximumduur van 51 en 36 maanden chronologisch in mindering worden gebracht, de perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties:

    • ingevolge de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen;
    • ingevolge de artikelen 3 en 6 van de cao nr. 77bis, d.i. de vroegere regeling inzake tijdskrediet (m.n. het voltijds, halftijds en 1/5de tijdskrediet in het algemeen stelsel voorzien in de cao nr. 77bis);
    • in het kader van het tijdskrediet zonder motief dat tot 31 maart 2017 bestond (art. 3 van de cao nr. 103 zoals van toepassing voor de inwerkingtreding van de cao nr. 103ter);
    • in het kader van het tijdskrediet met motief (art. 4 van de cao nr. 103).

    Daarbij worden periodes van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties zonder motief proportioneel verrekend. Periodes van schorsing of vermindering met motief worden verrekend in kalendermaanden.

    De neutralisatie van de eerste twaalf maanden van het tijdskrediet zonder motief dat al werd opgenomen in voltijdse equivalenten heeft tot gevolg dat een werknemer die in het verleden al maximum 12 maanden loopbaanonderbreking of tijdskrediet zonder motief in voltijdse equivalenten heeft genomen, zijn volledige recht op tijdskrediet van 51 voor de zorgmotieven en 36 maanden voor het motief opleiding behoudt. Alle periodes die de werknemer heeft genomen bovenop de geneutraliseerde periode worden wel aangerekend.

    Voorbeeld: 

    Een werknemer heeft in het verleden twaalf maanden voltijds tijdskrediet op grond van artikel 3 van de cao nr. 77bis (d.i. de vroegere regeling inzake tijdskrediet) opgenomen met motief voor de zorg van zijn kind opgenomen. Dit betekent dat hij op vandaag nog een krediet van 39 maanden voor de zorgmotieven of van 24 maanden voor het motief opleiding heeft.