Bijzondere procedure medische overmacht

Op deze pagina

    Een werknemer en een werkgever kunnen slechts een beroep doen op de medische overmacht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen wanneer de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk en de bijzondere procedure in het kader van artikel 34 arbeidsovereenkomstenwet werd doorlopen, zoals omschreven in artikel I.4-82/1 van de codex over het welzijn op het werk.

    Schematisch overzicht van de bijzondere procedure (PDF-versie: Schema Medische overmacht (PDF, 73.2 KB)):

    Schema Medische overmacht

    De opstart van de bijzondere procedure (schema: grijze fase)

    Zowel de werknemer als de werkgever kunnen de bijzondere procedure opstarten op voorwaarde dat:

    • Er op dat moment in de onderneming geen re-integratietraject lopende is voor de arbeidsongeschikte werknemer;
    • De werknemer minstens negen maanden ononderbroken arbeidsongeschikt is.

    LET OP: Een werkhervatting (volledig of gedeeltelijk) van minder dan 14 dagen zal de periode van arbeidsongeschiktheid niet onderbreken.

    De partij die de bijzondere procedure wenst op te starten, stuurt een kennisgeving via aangetekende zending aan de andere partij, evenals aan de preventieadviseur-arbeidsarts van de onderneming. Deze kennisgeving bevat de intentie om na te gaan of het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk uit te oefenen.

    De kennisgeving die uitgaat van de werkgever dient eveneens melding te maken van:

    • Het recht van de werknemer om te vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts dat mogelijkheden voor aangepast of ander werk onderzocht worden, indien wordt vastgesteld dat de werknemer het overeengekomen werk niet meer kan verrichten;
    • Het recht van de werknemer om zich tijdens deze procedure te laten bijstaan door de vakbondsafvaardiging van de onderneming.

    Het onderzoek tot vaststelling van de definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk (schema: groene fase)

    Wanneer de preventieadviseur-arbeidsarts de kennisgeving ontvangt, nodigt hij de werknemer uit voor een onderzoek. In deze uitnodiging moet de werknemer (nogmaals) geïnformeerd worden over het recht om zich tijdens de bijzondere procedure te laten bijstaan door een vakbondsafgevaardigde van de onderneming.

    De codex voorziet dat de preventieadviseur-arbeidsarts de werknemer minstens drie keer uitnodigt voor het onderzoek, met telkens een periode van minstens 14 kalenderdagen tussen de verschillende uitnodigingen. Als de werknemer niet ingaat op de uitnodigingen van de preventieadviseur-arbeidsarts en dus niet verschijnt voor het onderzoek, brengt de preventieadviseur-arbeidsarts de werkgever hiervan op de hoogte, en eindigt de bijzondere procedure zonder vaststelling: als de preventieadviseur-arbeidsarts de werknemer niet heeft kunnen onderzoeken, kan hij immers niet vaststellen of deze definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk of niet, en is medische overmacht bijgevolg niet mogelijk.

    Het onderzoek van de werknemer kan ten vroegste 10 kalenderdagen na de kennisgeving plaatsvinden. Om te kunnen vaststellen of de werknemer definitief ongeschikt is voor zijn overeengekomen werk of niet, kan de preventieadviseur-arbeidsarts, mits toestemming van de werknemer, ook overleggen met de behandelende arts van de werknemer, de arts-specialist die het medisch attest heeft opgemaakt en/of de adviserend arts van het ziekenfonds. Indien nodig kan hij ook de werkpost van de werknemer onderzoeken.

    Tijdens het onderzoek moet de werknemer bovendien ook schriftelijk aangeven of hij wenst dat de preventieadviseur-arbeidsarts eveneens de voorwaarden en modaliteiten onderzoekt waaraan aangepast of ander werk eventueel moet beantwoorden, op basis van zijn huidige gezondheidstoestand en mogelijkheden. Als dat het geval is, kan de preventieadviseur-arbeidsarts hiertoe de volgende stappen nemen:

    • Hij pleegt, met toestemming van de werknemer, overleg met de volgende personen:
      • De behandelende arts van de werknemer of de arts die het medisch attest heeft opgesteld;
      • De adviserend arts van het ziekenfonds
      • Andere preventieadviseurs zoals de ergonoom, de preventieadviseur-psychosociale aspecten, de arbeidshygiënist;
      • Personen binnen de onderneming die kunnen bijdragen aan een re-integratie: de ‘disability case manager’, HR- of opleidingsverantwoordelijke;
      • Personen buiten de onderneming die kunnen bijdragen aan een re-integratie: de terug naar werk-coördinator van het ziekenfonds, (arbeids)deskundigen van de regionale diensten voor tewerkstelling.
    • Hij onderzoekt de werkpost van de werknemer met oog op mogelijke aanpassingen, of hij laat deze onderzoeken door een collega preventieadviseur die meer gespecialiseerd is in de gezondheidsproblematiek van de werknemer (bv. de ergonoom of de preventieadviseur-psychosociale aspecten).

    De vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts (schema: groene fase + rode fase)

    Op basis van het onderzoek van de werknemer, en eventueel van de werkpost, en het overleg met de werknemer en de andere actoren neemt de preventieadviseur-arbeidsarts een beslissing over de definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk. Hij noteert deze beslissing op een formulier tot vaststelling van de definitieve ongeschiktheid (DOCX, 28.18 KB), dat hij aangetekend aan de werknemer en de werkgever bezorgt. De werknemer en de werkgever moeten deze vaststelling ten laatste drie maanden na de ontvangst van de kennisgeving ontvangen. Als de werknemer tijdens het onderzoek had gevraagd dat de mogelijkheden voor ander of aangepast werk werden onderzocht, dan noteert de preventieadviseur-arbeidsarts de voorwaarden en modaliteiten voor ander of aangepast werk ook op het formulier tot vaststelling van de definitieve ongeschiktheid.

    Wanneer de preventieadviseur-arbeidsarts heeft vastgesteld dat de werknemer niet definitief ongeschikt is voor zijn overeengekomen, dan eindigt de bijzondere procedure zonder gevolg. Er kan in dat geval dus geen medische overmacht worden ingeroepen. De werknemer en de werkgever kunnen daarna eventueel wel een re-integratietraject opstarten. Een nieuwe bijzondere procedure medische overmacht kan echter pas worden opgestart wanneer de werknemer opnieuw gedurende een termijn van negen maanden ononderbroken arbeidsongeschikt is zoals hierboven toegelicht, te rekenen vanaf de dag na de ontvangst van de vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts (conform artikel 34, §2, 4e lid Arbeidsovereenkomstenwet). Een nieuwe procedure medische overmacht heeft immers maar zin als de gezondheidstoestand van de werknemer veranderd is of kan zijn.

    Wanneer de preventieadviseur-arbeidsarts heeft vastgesteld dat de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk, beschikt de werknemer over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen deze vaststelling. Hij volgt hiervoor de beroepsprocedure die voorzien in het kader van een re-integratietraject (art. I.4-80 van de codex). Wanneer uit de beroepsprocedure volgt dat de werknemer niet definitief ongeschikt is voor zijn overeengekomen werk, dan eindigt de bijzondere procedure zonder gevolg. Er kan ook dan eventueel wel een re-integratietraject worden opgestart, maar een nieuwe bijzondere procedure medische overmacht kan pas worden opgestart wanneer de werknemer opnieuw gedurende een termijn van negen maanden ononderbroken arbeidsongeschikt is zoals hierboven toegelicht, te rekenen vanaf de dag na de ontvangst van het resultaat van de beroepsprocedure.

    LET OP: Als de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk, maar tijdens het onderzoek NIET had gevraagd om de mogelijkheden voor ander of aangepast werk te onderzoeken, kan hij zich nog bedenken: de werknemer beschikt immers over een termijn van zeven kalenderdagen na ontvangst van deze vaststelling om alsnog te vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts dat de voorwaarden en modaliteiten voor ander of aangepast werk zouden worden onderzocht. Hij brengt de preventieadviseur-arbeidsarts en de werkgever via een aangetekende zending op de hoogte van zijn (bijkomende) vraag, en motiveert hierin ook de redenen van deze vraag.

    In dat geval nodigt de preventieadviseur-arbeidsarts de werknemer, indien nodig, uit voor een onderzoek van de voorwaarden en modaliteiten van het aangepast of ander werk, en neemt hij de nodige stappen opgenomen zoals hierboven omschreven (eventueel onderzoek werkpost, eventueel overleg met andere actoren). Hij bezorgt aan de werkgever en aan de werknemer ten laatste 30 kalenderdagen na ontvangst van de vraag van de werknemer, de voorwaarden en modaliteiten voor het aangepast of ander werk (die hij kan aanvullen op het formulier tot vaststelling van de definitieve ongeschiktheid (DOCX, 28.18 KB)). Als de preventieadviseur-arbeidsarts voldoende op de hoogte is van de gezondheidstoestand van de werknemer om de voorwaarden en modaliteiten van het ander of aangepast werk te kunnen omschrijven, is hij niet verplicht de werknemer opnieuw uit te nodigen voor een onderzoek, maar kan hij het formulier aanvullen met de voorwaarden en modaliteiten voor het ander of aangepast werk die hij passend acht voor de gezondheidstoestand van de werknemer.

    Onderzoek naar ander of aangepast werk (schema: blauwe fase)

    Wanneer de werknemer die definitief ongeschikt wordt geacht voor het overeengekomen werk, hetzij tijdens het onderzoek, hetzij na de ontvangst van de vaststelling, heeft gevraagd dat de mogelijkheden voor ander of aangepast werk werden onderzocht, dan moet de werkgever de procedure zoals voorzien in het re-integratietraject volgen om na te gaan of ander of aangepast werk kan aangeboden worden aan de werknemer.

    De werkgever moet daartoe de voorwaarden en modaliteiten voor het aangepast of ander werk, en/of de eventuele aanbevelingen voor aanpassingen van de werkpost, die de preventieadviseur-arbeidsarts heeft vermeld op het formulier tot vaststelling van de definitieve ongeschiktheid, gaan concretiseren. De codex bepaalt dat de werkgever de concrete mogelijkheden ernstig moet onderzoeken, en dat hij daarbij zo goed mogelijk rekening moet houden met hetgeen de preventieadviseur-arbeidsarts heeft bepaald, maar ook met het collectief kader inzake re-integratie (bv. afspraken, praktische modaliteiten, enz. die op collectief niveau werden bepaald, ook al om te zorgen voor een gelijke behandeling van werknemers). Daarnaast is het ook mogelijk dat de werknemer eventueel kan worden beschouwd als iemand die recht heeft op redelijke aanpassingen voor personen met een handicap, zodat de werkgever ook hiermee rekening dient te houden bij zijn onderzoek.

    Vervolgens maakt de werkgever een re-integratieplan op dat aangepast is aan de gezondheidstoestand en de mogelijkheden van de werknemer, en dit in overleg met de werknemer en met de preventieadviseur-arbeidsarts, maar eventueel ook met andere personen die kunnen bijdragen tot het slagen van de re-integratie, zoals bv. een ‘disability case manager’, de HR-verantwoordelijke of een verantwoordelijke voor vorming en opleiding. Ook de Terug naar Werk coördinator van het ziekenfonds of de arbeidsdeskundigen van VDAB, Forem, Actiris of één van hun partnerorganisaties kunnen door de werkgever betrokken worden bij dit overleg, gelet op hun specifieke deskundigheid.

    Na afloop van het onderzoek en het overleg door de werkgever zijn er twee mogelijkheden:

    • ofwel is er aangepast of ander werk gevonden dat beantwoordt aan de re-integratiebeoordeling van de preventieadviseur-arbeidsarts en aan de mogelijkheden van de werknemer: in dat geval moet de werkgever het re-integratieplan overmaken aan de werknemer en hem hierbij de nodige toelichting verschaffen (art. I.4-74, §3). De werknemer kan dit plan aanvaarden en uitvoeren, of gemotiveerd weigeren.
    • ofwel volgt uit het onderzoek en het overleg dat er in de onderneming geen mogelijkheden voorhanden zijn voor aangepast of ander werk: in dat geval moet de werkgever in een verslag motiveren waarom er geen re-integratieplan wordt opgemaakt (art. I.4-74, §4).

    De werkgever beschikt over een termijn van 6 maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de vaststelling van de preventieadviseur arbeidsarts, om een re-integratieplan of een verslag op te maken en te overhandigen aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsarts.

    Wanneer is medische overmacht dan mogelijk?

    Om de arbeidsovereenkomst te kunnen beëindigen wegens medische overmacht is het op basis van artikel 34 Arbeidsovereenkomstenwet (zie ook medische overmacht) noodzakelijk dat uit de vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts (waartegen geen beroep meer mogelijk is) of uit de beroepsprocedure blijkt dat het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten, en

    1. dat de werknemer niet gevraagd heeft aangepast werk te onderzoeken, of
    2. dat de werknemer wel gevraagd heeft aangepast werk te onderzoeken maar dat de werkgever in een verslag heeft gemotiveerd waarom er geen aangepast werk kan worden aangeboden, en dit verslag heeft bezorgd aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsarts, of
    3. dat de werknemer wel gevraagd heeft aangepast werk te onderzoeken, maar dat hij het aangeboden re-integratieplan heeft geweigerd, en dit geweigerde plan bezorgd werd aan de werknemer en aan de preventieadviseur-arbeidsarts.

    Veelgestelde vragen over medische overmacht