Grensoverschrijdende operaties

Op deze pagina

    Toepassingsgebied van de CAO nr. 94 

    De CAO nr. 94 van 29 april 2008 gaf uitvoering aan artikel 16 van de richtlijn 2005/56/EG en stelde de regels vast met betrekking tot de werknemersmedezeggenschap in de vennootschap die ontstaan is uit de grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen.  

    In 2017 werd een nieuwe richtlijn aangenomen, de Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht. Deze werd vervolgens gewijzigd door de Richtlijn (EU) 2019/2121 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen.

    Hieronder wordt met het woord “Richtlijn” bedoeld de Richtlijn 2017/1132 zoals deze werd gewijzigd door de Richtlijn 2019/2121.

    In het kader van de omzetting van deze Richtlijn, werd de CAO nr. 94 gewijzigd door de CAO nr. 94/1, gesloten op 20 december 2022. 

    Voorheen viel slechts één operatie onder de richtlijn, namelijk de grensoverschrijdende fusie. In overeenstemming met de richtlijn heeft CAO nr. 94 nu ook betrekking op twee andere operaties, grensoverschrijdende splitsingen en grensoverschrijdende omzettingen.

    Omwille van de samenhang met de bepalingen van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is CAO nr. 94 bovendien van toepassing in de context van een grensoverschrijdende fusie of splitsing of omzetting van vennootschappen en niet alleen van kapitaalvennootschappen.

    Om de lezing van deze tekst te vergemakkelijken, zal hierna de term “grensoverschrijdende operaties” worden gebruikt. Deze term heeft betrekking op de drie grensoverschrijdende operaties: fusies, splitsingen en omzettingen van vennootschappen.

    De Richtlijn beoogt de vrijheid van vestiging binnen de Europese Unie te bevorderen door het voor vennootschappen gemakkelijker te maken om deel te nemen aan grensoverschrijdende operaties, mits bescherming van de rechten van de werknemers. Zij waakt er meer bepaald over te voorkomen dat de medezeggenschapsrechten van werknemers worden omzeild door middel van een grensoverschrijdende operatie.

    De Richtlijn bepaalt daarvoor dat de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap, in principe, aan de mogelijke relevante regels betreffende de werknemersmedezeggenschap is onderworpen die gelden in de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft.

    Deze regels van deze lidstaat zullen echter niet van toepassing zijn in de drie volgende hypothesen:

    • Indien minstens één van de fuserende vennootschappen (in geval van grensoverschrijdende fusie), of indien de gesplitste vennootschap (in geval van grensoverschrijdende splitsing), of indien de vennootschap vóór omzetting (in geval van grensoverschrijdende omzetting), in de zes maanden voorafgaand aan de openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende fusie, splitsing of omzetting, een gemiddeld aantal werknemers heeft van vier vijfde van de drempel die noodzakelijk is voor het inwerkingstellen van het systeem van medezeggenschap van werknemers in de lidstaat van waaruit deze vennootschap komt;
    • Of indien deze regels niet voorzien in ten minste hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap als dat van toepassing in deze vennootschappen, voor de grensoverschrijdende operatie;
    • Of indien deze regels niet voorschrijven dat de werknemers van in andere lidstaten gelegen vestigingen van de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap hetzelfde recht tot uitoefening van medezeggenschapsrechten hebben als de werknemers in de lidstaat waar deze vennootschap haar statutaire zetel heeft.

    In dergelijke gevallen zijn de specifieke regels van de Richtlijn zelf van toepassing. Deze regels voorzien in de oprichting van een bijzondere onderhandelingsgroep, waarbinnen de modaliteiten voor de medezeggenschap van de werknemers toepasselijk in de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap zullen worden vastgesteld.

    Deze specifieke regels zijn omgezet door CAO nr. 94, zoals gewijzigd bij CAO nr. 94/1. De regels van CAO nr. 94 zullen daarom van toepassing zijn in de drie bovengenoemde gevallen.

    Sommige bepalingen van de richtlijn konden bovendien niet omgezet worden via een CAO.

    Bijgevolg werd op 18 december 2023 een wet aangenomen teneinde deze CAO nr. 94/1 te omkaderen en de aspecten die niet kunnen worden bepaald bij een CAO te regelen bij wet, zoals de vertrouwelijkheid van verstrekte inlichtingen, de bescherming van de werknemersafgevaardigden, het toezicht, de sancties en de gerechtelijke procedure.

    Bijzondere onderhandelingsgroep 

    Wanneer de leidinggevende of de bestuursorganen van de betrokken venootschappen een voorstel voor een grensoverschrijdende operatie  opstellen, doen zij zo spoedig mogelijk na de openbaarmaking van dit voorstel het nodige - waaronder het verstrekken van informatie - om met de vertegenwoordigers van de werknemers van de betrokken vennootschappen en de betrokken dochterondernemingen of vestigingen, in onderhandeling te treden over regelingen met betrekking tot de medezeggenschap van de werknemers in de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap.

    Zodra de procedure ten uitvoer is gelegd, wordt er een bijzondere onderhandelingsgroep (verder: BOG), die representatief is voor de werknemers van de betrokken vennootschappen en de betrokken dochterondernemingen of vestigingen, samengesteld.

    De aanwijzing van de werknemersvertegenwoordigers voor de BOG gebeurt volgens de in het geldende nationale recht vastgestelde regels, in verhouding tot het aantal werknemers tewerkgesteld in elke lidstaat door de betrokken vennootschappen.

    De BOG moet samen met de bevoegde organen van de betrokken vennootschappen regelingen met betrekking tot de medezeggenschap van de werknemers in de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap vaststellen.

    Deze regelingen met betrekking tot de medezeggenschap worden opgenomen in een schriftelijke overeenkomst.

    Deze overeenkomst bepaalt op zijn minst het volgende :

    • de werkingssfeer van de overeenkomst;
    • de inhoud van de medezeggenschapsregelingen, onder meer, in voorkomend geval, het aantal van de leden in het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap die de werknemers gerechtigd zijn te kiezen of te benoemen, of met betrekking tot wier benoeming de werknemers aanbevelingen kunnen doen of bezwaar kunnen maken, de procedures voor het kiezen of benoemen van die leden of het met betrekking tot hun benoeming aanbevelingen doen of bezwaar maken door de werknemers en de rechten van die leden;
    • de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, de looptijd, de gevallen waarin opnieuw over de overeenkomst moet worden onderhandeld en de procedure voor hernieuwde onderhandelingen.

    De BOG kan evenwel besluiten, mits het aantal stemmen hiervoor nodig is bereikt, de onderhandelingen met de bevoegde organen van de betrokken vennootschappen te beëindigen of ze niet te openen en zich te baseren op de voorschriften voor medezeggenschap van werknemers die gelden in de lidstaten waar de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap haar statutaire zetel heeft.

    Referentievoorschriften 

    In bepaalde gevallen en volgens de voorwaarden verduidelijkt in CAO nr. 94 zijn de referentievoorschriften van toepassing.

    Dit zal in het bijzonder het geval zijn indien de partijen daartoe beslissen of indien er binnen de specifieke periode geen akkoord wordt bereikt.

    In dergelijke gevallen zullen de regelingen voor werknemersmedezeggenschap niet worden bepaald op basis van een overeenkomst, maar op basis van de bepalingen in CAO nr. 94 zelf, in de hoofdstukken die betrekking hebben op de referentievoorschriften.