Teststrategie: het inzetten van sneltests in ondernemingen

In navolging van de beslissing van de regering en het coronacommissariaat om sneltests ruim (op repetitieve basis) in te zetten in ondernemingen om de verspreiding van het virus op de werkvloer te monitoren en onder controle te houden, heeft de FOD WASO het kader uitgewerkt waarbinnen deze sneltests mogelijk zijn.

Dit kader is gebaseerd op het unaniem advies van de sociale partners dd. 23 maart 2021 over het inzetten in ondernemingen van sneltests op repetitieve basis.

Dit kader werd uitgewerkt met het oog op het inzetten van sneltests die in een ondernemingscontext worden afgenomen door de preventiediensten, maar geldt eveneens voor zelftests en zelfafnames.

Specifieke richtlijnen voor het gebruik van zelftests en zelfafnames door werknemers.

Het inzetten van sneltests ontslaat de partijen in geen geval van de verplichting om de preventiemaatregelen zoals bepaald in deze generieke gids/sectorgidsen na te leven, en mag ook geen middel zijn om een afwijking te verkrijgen op de quarantaineverplichting. Het inzetten van tests moet bovendien steeds gepaard gaan met een controle op de preventiemaatregelen en indien nodig een bijsturing ervan.

Hierbij moet bovendien worden benadrukt dat een negatief testresultaat niet noodzakelijk wil zeggen dat men niet besmettelijk is. Personen met een relatief lage virale load worden niet gedetecteerd. Duiding en heldere communicatie hieromtrent zijn nodig. Het moet ook duidelijk zijn wat het gevolg is van een positief testresultaat na een sneltest. Dit dient in elk geval te leiden tot quarantaine en contactopsporing (= registratie in de database).

1. Sneltests in het kader van clusterbeheer

Tests kunnen worden ingezet in het kader van een clusterbeheer in toepassing van artikel 3, 3°, b) en c), van het KB van 5 januari 2021 betreffende de rol van de preventieadviseur-arbeidsarts bij de bestrijding van het coronavirus COVID-19 :

“b) Werknemers voor wie de arbeidsarts oordeelt dat een test noodzakelijk is om in de onderneming een (dreigende) uitbraak onder controle te houden, in het kader van clusterbeheer;

c) Werknemers die gewoonlijk niet in België verblijven en hier slechts tijdelijk werkzaam zijn, en waarvan er minstens één symptomen vertoont of positief heeft getest op COVID-19, in het kader van clusterbeheer;”

Binnen dit wettelijk kader kan de arbeidsarts alle werknemers of een deel van de werknemers (door hem vast te stellen) op geregelde tijdstippen (bv. 2x/week) aan een (snel)test onderwerpen gedurende een door deze arts vast te stellen termijn (bv. 3 weken), die kan verlengd worden in functie van vastgestelde besmettingen.

Sneltests kunnen in elk geval binnen dit wettelijk kader worden ingezet bij de laagrisicocontacten, maar ook ruimer om clusterbesmettingen verder op te volgen in de bredere bedrijfspopulatie waarin de cluster zich voordoet.

2. Sneltests buiten het kader van clusterbeheer (niet op basis van gekende besmettingen)

Op basis van onderstaande elementen van risico-inschatting kunnen repetitieve sneltests worden ingezet buiten het kader van clusterbeheer, en dus zonder aanwijzingen van een actuele uitbraak, en dit uitsluitend om virusverspreiding te beperken en om de gezondheid van de werknemers te beschermen.

Het KB van 5 januari 2021 betreffende de rol van de preventieadviseur-arbeidsarts bij de bestrijding van het coronavirus COVID-19 voorziet in een mogelijke uitbreiding van de taken van de arbeidsarts in verband met het testen van werknemers, in toepassing van artikel 3, 3°, e):

“e) Werknemers in bepaalde specifieke omstandigheden wanneer hiertoe wordt beslist door de bevoegde overheid met instemming van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal Overleg.”

Het repetitief testen van werknemers aan de hand van sneltests is in uitvoering van dit artikel enkel mogelijk onder de volgende (cumulatieve) voorwaarden:

  1. De arbeidsarts neemt hiertoe de beslissing, desgevallend in samenspraak met de regionale gezondheidsinspecteur en/of de arts sociaal inspecteur van de AD Toezicht Welzijn op het werk, op basis van:
    • het profiel van de onderneming (bv. als er in het verleden reeds clusters werden vastgesteld);
    • de aard van de activiteiten waarvoor tijdens de voorbije periode een hogere incidentie is vastgesteld (bv. sectoren waar geen telewerk mogelijk is en er regelmatig clusters voorkomen);
    • het gaat hier voornamelijk om de provincies waarin er sprake is van een verhoogde incidentie (richtlijn van de bevoegde overheid: >250 bevestigde gevallen/100.000 inwoners).
  2. De beslissing wordt genomen in overleg met de werkgever en met inachtneming van het sociaal overleg;
  3. Sneltests kunnen worden ingezet gedurende een welbepaalde, beperkte periode (bv. een maand), die verlengbaar is door de arbeidsarts mits motivatie;
  4. Sneltests kunnen alleen worden ingezet bij personen die aanwezig moeten zijn op de werkvloer (geen telewerkers);
  5. Sneltests kunnen enkel worden ingezet bij bepaalde categorieën werknemers, zoals bepaald door de arbeidsarts op grond van meerdere van de volgende elementen die in combinatie kunnen wijzen op een verhoogd risico op virusoverdracht:

a)  het aantal contacten op een dag; 

b) de variatie in de contacten;

c) de duurtijd van de contacten;

d) de nabijheid van de contacten voor het gewoonlijk uitoefenen van de functie (kan de 1,5m uit de aard van de functie doorgaans gerespecteerd worden of niet); 

e) de ventilatie-aspecten: verlopen de contacten vooral binnen of vooral in de buitenlucht; hoe is het gesteld met de verluchting van de ruimte in gewone omstandigheden van uitoefening van de functie; is het een grote ruimte of eerder een besloten ruimte; is er een hoge toevoer van verse lucht;

f) de fysieke werkbelasting (intensere belasting geeft aanleiding tot meer uitwasemingen en dus tot een ruimere verspreiding van speeksel en aerosol);

g) risico’s ingevolge gezamenlijke verplaatsingen (bv. door de werkgever georganiseerd vervoer);

h) de mate waarin maatregelen overeenkomstig de generieke gids (en desgevallend de sectorgids) zijn genomen en worden nageleefd;

i) wanneer samen werken gecombineerd wordt met samen wonen;

j) de vaccinatiestrategie en de vaccinatiegraad (voor reeds gevaccineerde werknemers zal een sneltest allicht weinig positieve gevallen opleveren, omdat een lagere virale load minder snel detecteerbaar is).

Opleggen van sneltests door de arts-sociaal inspecteur

De arts-sociaal inspecteur van de Algemene Directie Toezicht Welzijn op het werk van de FOD WASO kan, in het kader van clusterbeheer of als een aanvullende maatregel in verband met de bestrijding van virusoverdracht, de preventieadviseur-arbeidsarts verzoeken om gedurende een door deze inspecteur vastgestelde periode op geregelde tijdstippen repetitieve tests te voorzien voor op de werkvloer aanwezige personen.

Bijkomende informatie

De werknemers moeten hun toestemming geven om zich te laten testen en deze moet vrijwillig worden gegeven. Daarom is het van groot belang om het doel van de tests adequaat toe te lichten.

Het gaat om een verwerking van gezondheidsgegevens, waarbij de privacy moet zijn verzekerd bij elke stap in de teststrategie. Testresultaten mogen in geen enkel geval aan de werkgever worden meegedeeld.

Het inzetten van sneltests maakt geen onderdeel uit van het periodiek gezondheidstoezicht: sneltests kunnen niet beschouwd worden als het resultaat van een periodieke gezondheidsbeoordeling of een aanvullende medische handeling. Het resultaat van een sneltest zegt in se immers niets over de arbeidsgeschiktheid in functie van de risico’s verbonden aan de uitvoering van het werk.

Testkits bestemd voor het testen van werknemers kunnen alleen worden aangevraagd door de arbeidsartsen, en moeten ook rechtstreeks aan arbeidsartsen worden afgeleverd. Ze mogen in geen enkel geval rechtstreeks worden bezorgd aan de werkgevers.

Het aanvraagdocument voor de testen (DOCX, 22.81 KB) is hier beschikbaar.