Coronamaatregelen op het vlak van arbeidsrecht

De wet van 27 maart 2020 laat de Koning toe een aantal tijdelijke maatregelen te nemen om de gevolgen van de Covid-19 epidemie op te vangen. Onder meer machtigt deze wet de Koning om aanpassingen door te voeren in het arbeidsrecht met het oog op de goede organisatie van de ondernemingen en de continuïteit van de kritieke sectoren.

In uitvoering daarvan werd in het Belgisch Staatsblad van 28 april 2020 (editie 2) het bijzondere-machtenbesluit nr. 14 gepubliceerd, dat een aantal ondersteunende maatregelen bevat die tot doel hebben een vlotte arbeidsorganisatie in de kritieke sectoren te garanderen. Onder kritieke sectoren verstaat men de bedrijven en instellingen die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten, zoals opgenomen in de bijlage bij het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Daarnaast voorziet ook het Koninklijk besluit van 23 april 2020 tot het tijdelijk versoepelen van de voorwaarden waaronder werklozen, al dan niet met bedrijfstoeslag, kunnen worden tewerkgesteld in vitale sectoren en tot het tijdelijk bevriezen van de degressiviteit van de volledige werkloosheidsuitkeringen (Belgisch Staatsblad van 30 april 2020), in bijkomende maatregelen in verband met de tewerkstelling in vitale sectoren.

De maatregelen voorzien in deze besluiten zijn als volgt:

1. Verhoging van het aantal vrijwillige overuren in de kritieke sectoren

Het basiscontingent vrijwillige overuren, dat een werknemer kan presteren op grond van artikel 25bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971, wordt in het tweede kwartaal van 2020 (april-mei-juni) opgetrokken tot 220 uren in de kritieke sectoren.

Ter herinnering: in de privésector is het basiscontingent vrijwillige overuren vastgesteld op 120 uren (ingevolge de nationale CAO nr. 29 van 23 april 2019), terwijl in de openbare instellingen die onder de Arbeidswet vallen dit basiscontingent 100 uren bedraagt.

Het bijkomend contingent vrijwillige overuren dat wordt gepresteerd tijdens het tweede kwartaal van 2020 moet niet worden ingehaald door middel van inhaalrust en telt niet mee voor de toepassing van de interne grens van overuren (d.w.z. het maximaal aantal overuren dat een werknemer op een gegeven moment mag gepresteerd hebben). De vrijwillige overuren van het bijkomend contingent geven evenmin recht op de betaling van overloon.

Gedurende het tweede kwartaal van 2020 kunnen werknemer en werkgever zelf bepalen of zij gebruik wensen te maken van het basiscontingent of van het bijkomend contingent. De vrijwillige overuren die tijdens het tweede kwartaal worden gepresteerd mogen dus eerst worden aangerekend op het bijkomend contingent. Wanneer de overuren van het bijkomend contingent zijn uitgeput, kan dan desgewenst nog gebruik gemaakt worden van de (resterende) overuren uit het basiscontingent.

Aan het presteren van overwerk is wel een plafond gesteld: met name mag de Europese bovengrens van de arbeidsduur (48 uur gemiddeld per week, berekend over een periode van 4 maanden) niet worden overschreden. Bovendien mogen de arbeidsprestaties niet meer dan 11 uur per dag en 50 uur per week bedragen.

2. Tewerkstelling van buitenlandse onderdanen in een specifieke verblijfssituatie

Volgens de normale regels krijgen asielzoekers die om internationale bescherming verzoeken pas na vier maanden de toelating om te werken in België.

Gelet op het gebrek aan arbeiders in sommige sectoren door het sluiten van de grenzen, wordt tot en met 30 juni 2020 van deze voorwaarde afgeweken. Voorwaarde is wel dat het verzoek om internationale bescherming ten laatste op 18 maart 2020 werd geregistreerd. Bovendien kan van deze afwijking enkel gebruik worden gemaakt indien de werkgever instaat voor de opvang van de asielzoeker.

De verzoekers om internationale bescherming van wie het verzoek geregistreerd werd ten laatste op 18 maart 2020 en die wensen te werken, dienen hiervoor de vermelding op het Attest van Immatriculatie niet te laten aanpassen. Het recht om te werken kan afgeleid worden uit hun bijlage 26 wanneer deze dateert van voor 19 maart 2020 en het AI als zij dat al hebben ontvangen (zelfs al staat daarop de vermelding dat ze niet mogen werken).

De verzoekers om internationale bescherming van wie een volgend verzoek geregistreerd werd ten laatste op 18 maart 2020 en die wensen te werken, dienen hiervoor de vermelding op het Attest van Immatriculatie niet te laten aanpassen. Het recht om te werken kan afgeleid worden uit hun bijlage 26quinquies wanneer deze dateert van voor 19 maart 2020 en de ontvankelijke beslissing over het volgend verzoek genomen door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen en het AI als zij dat al hebben ontvangen (zelfs al staat daarop de vermelding dat ze niet mogen werken).

3. Afsluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in de kritieke sectoren

Tijdens het tweede kwartaal van 2020 (april-mei-juni) kunnen in de kritieke sectoren opeenvolgende contracten van bepaalde duur worden afgesloten, zonder dat dit aanleiding geeft tot het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorwaarde is wel dat de contracten voor bepaalde tijd telkens voor een duurtijd van minstens 7 dagen worden afgesloten.  Op die manier kunnen werknemers die momenteel werkloos zijn op een flexibele manier tijdelijk aan de slag gaan bij een werkgever uit de kritieke sectoren.

Na 30 juni 2020 gelden opnieuw de gewone regels inzake het afsluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Als een contract afloopt op 30 juni 2020 en de werkgever wenst aansluitend opnieuw een contract voor bepaalde tijd af te sluiten met dezelfde werknemer, dan zal de werkgever het bewijs moeten leveren dat het afsluiten van een nieuw contract voor bepaalde tijd (i.p.v. een contract voor onbepaalde tijd) gerechtvaardigd is wegens de aard van het werk of wegens andere wettige redenen.

4. Terbeschikkingstelling van werknemers aan werkgevers uit de kritieke sectoren

Tijdens het tweede kwartaal van 2020 (april-mei-juni) kunnen werkgevers uit om het even welke sector hun vaste werknemers op een soepele manier uitlenen aan werkgevers uit de kritieke sectoren. Voorwaarde is wel dat de werknemer reeds vóór 10 april 2020 vast in dienst was bij de eigen werkgever.

Om dit te organiseren moeten de voorwaarden en de duur van de terbeschikkingstelling op voorhand worden vastgelegd in een geschrift ondertekend door de werkgever, de gebruiker en de werknemer. Het geschreven akkoord van de werknemer is evenwel niet vereist wanneer de stilzwijgende toestemming een gewoonte is in de bedrijfstak waar de werknemer wordt tewerkgesteld.

Er geldt geen verplichting om voorafgaand het akkoord te krijgen van de vakbondsafvaardiging in de onderneming van de gebruiker. Evenmin dient de arbeidsinspectie zijn toestemming te geven voor de terbeschikkingstelling.

De arbeidsovereenkomst die de werknemer met zijn eigen werkgever verbindt, blijft verder gelden tijdens de periode van terbeschikkingstelling. Wel wordt de gebruiker hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen, vergoedingen en voordelen die daaruit volgen. In geen geval mogen die lonen, vergoedingen en voordelen lager zijn dan die welke de werknemers ontvangen die dezelfde functies in de onderneming van de gebruiker uitoefenen (principe van gelijk loon voor gelijk werk).

5. Studentarbeid tijdens het tweede kwartaal van 2020 in alle sectoren

De arbeidsuren die door studenten worden gepresteerd tijdens het tweede kwartaal van 2020 worden niet aangerekend op het contingent van 475 uren dat jaarlijks door studenten aan voordelig sociaalzekerheidstarief kan worden gepresteerd. Deze neutralisatie tijdens het tweede kwartaal geldt voor alle sectoren.

Indien bv. een student niet heeft gewerkt tijdens het eerste kwartaal en 100 uren presteert tijdens het tweede kwartaal van 2020 aan voordelig sociaalzekerheidstarief (d.w.z. met enkel betaling van een solidariteitsbijdrage), zal hij daarna in 2020 nog steeds 475 uren aan hetzelfde voordelig sociaalzekerheidstarief kunnen presteren.

6. Tijdelijke tewerkstelling in de vitale sectoren

Tijdelijke werklozen, werklozen met een bedrijfstoeslag (SWT) en werknemer in tijdskrediet, loopbaanonderbreking of thematisch verlof kunnen tijdelijk werken bij een andere werkgever die behoort tot een vitale sector. Ze behouden in dat geval 75% van hun RVA-uitkering.

De tijdelijke tewerkstelling dient plaats te vinden in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 mei 2020.

Werklozen met een bedrijfstoeslag kunnen eveneens tijdelijk terug bij hun vroegere werkgever (die behoort tot de vitale sectoren) werken met behoud van 75% van hun RVA-uitkering. De aanvullende vergoeding blijft uitbetaald aan 100% en wordt vrijgesteld van sociale bijdragen.

Werknemers in tijdskrediet, loopbaanonderbreking of thematisch verlof kunnen vanaf 1 april 2020 tot en met 31 mei 2020 tijdelijk gaan werken in een onderneming die tot een vitale sector behoort. In dat geval behouden ze 75% van hun RVA-uitkering.

Werknemers in tijdskrediet, loopbaanonderbreking of thematisch verlof die reeds zijn tewerkgesteld bij een werkgever die tot een vitale sector behoort, kunnen tijdens dezelfde periode (d.w.z. vanaf 1 april 2020 tot en met 31 mei 2020) opnieuw voltijds gaan werken bij hun werkgever. Tijdens deze periode zal de werknemer geen uitkering van de RVA genieten, maar na afloop wordt het tijdkrediet, de loopbaanonderbreking of het thematisch verlof automatisch verdergezet voor de nog resterende duur.

Als vitale sectoren worden beschouwd:

  • Paritair Comité voor de landbouw (PC 144), voor zover de werknemer uitsluitend wordt tewerkgesteld op de eigen gronden van de werkgever,
  • Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf (PC 145), met uitzondering van de sector inplanting en onderhoud van parken en tuinen,
  • Paritair Comité voor het bosbouwbedrijf (PC 146),
  • Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren (PC 322), voor zover de uitzendkracht wordt tewerkgesteld bij een gebruiker in één van de bovengenoemde sectoren.

Regelgeving

Bijzondere-machtenbesluit nr. 14 van 27 april 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot vrijwaring van een vlotte arbeidsorganisatie in de kritieke sectoren

Koninklijk besluit van 23 april 2020 tot het tijdelijk versoepelen van de voorwaarden waaronder werklozen, al dan niet met bedrijfstoeslag, kunnen worden tewerkgesteld in vitale sectoren en tot het tijdelijk bevriezen van de degressiviteit van de volledige werkloosheidsuitkeringen.