Teststrategie: richtlijnen voor zelfafnames en zelftests door werknemers

Op deze pagina

    Deze nota werd uitgewerkt door de FOD WASO, na raadpleging van de sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk die de hieronder vermelde principes ondersteunen.

    Soorten tests

    In deze nota wordt bedoeld met:

    PCR-test:

    • test waarbij de afname gebeurt met gebruik van de diepe naso-pharynx wisser, de ondiepe neuswisser, de keelwisser of de combinatie keel- en ondiepe neuswisser door de arbeidsarts of –onder zijn verantwoordelijkheid- door één van zijn medewerkers van het departement of de afdeling belast met het medisch toezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (preventiedienst). De analyse gebeurt in een labo;

    sneltest:

    • snelle antigeen test die uitgevoerd wordt door de arbeidsarts of – onder zijn verantwoordelijkheid- door één van zijn medewerkers van de preventiedienst én waarbij het resultaat van de test door de afnemer gelezen wordt;

    zelftest:

    • snelle antigeen test die gebruikt wordt door de werknemer zelf en waarbij de analyse en het aflezen van het resultaat van de test door deze werknemer zelf gebeurt.  Dit gebeurt in principe buiten de onderneming;

    zelfafname:

    • afname van speeksel door de werknemer zelf (al dan niet onder toezicht van de preventiedienst). De analyse gebeurt in een labo (PCR);
    • afname via ondiepe neuswisser door de werknemer zelf onder toezicht van de arbeidsarts of één van zijn medewerkers van de preventiedienst. Analyse gebeurt door de arbeidsarts of één van zijn medewerkers van de preventiedienst.

    Belangrijke voorwaarden die vervuld moeten zijn wanneer tests worden ingezet door middel van zelftest of zelfafname

    Algemeen aandachtspunt

    Bij het gebruik van zelftests, zowel in een ondernemingscontext als in de private sfeer, zijn informatie en opleiding in verband met het correct gebruik en de mogelijke consequenties van een positief of negatief testresultaat erg belangrijk:

    • een negatief testresultaat wil niet zeggen dat het individu niet besmet kan zijn met het virus en dus ook niet dat het risico op het overdragen van het virus onbestaand zou zijn. Men mag niet vergeten dat deze tests een lagere gevoeligheid hebben dan de standaard PCR-tests, vooral bij asymptomatische personen. Ze laten wel toe om hoog besmettelijke personen te identificeren. Daarom moet er hier zeer duidelijk op gewezen worden dat een negatieve test geen vrijgeleide kan zijn voor het niet of niet strikt toepassen van preventieve maatregelen en dat dus ook in de ondernemingen steeds de maatregelen zoals vermeld in de generieke gids (telethuiswerk daar waar mogelijk, social distancing, hygiënemaatregelen, …) moeten worden toegepast.
    • een positief testresultaat wil in elk geval zeggen dat het individu in isolatie moet en onmiddellijk zijn huisarts moet raadplegen zodat deze kan nagaan op basis van de klinische en epidemiologische context of een bevestiging door een PCR-test moet gebeuren, en dat ook dat de hoogrisicocontacten in quarantaine worden geplaatst.

    A. Zelftest of zelfafname binnen een arbeidsrelatie

    Binnen het kader van het KB van 5 januari 2021 betreffende de rol van de preventieadviseur-arbeidsarts bij de bestrijding tegen het coronavirus COVID-19.

    De arbeidsarts kan in het kader van een clusterbeheer of daarbuiten voor door hem bepaalde categorieën werknemers beslissen tot een zelftest of zelfafname.

    In het advies van de RAG van 23 maart 2021 (pag. 2) wordt voor wat de sneltests en de zelftests hierover het volgende bepaald:

    “De staalafname en het testen kan op verschillende manieren georganiseerd worden. Elk bedrijf kiest de procedure die (lees ‘het scenario dat’) het bedrijf het best past.

    1. De staalafname en de test gebeurt door de arbeidsarts of zijn verpleegkundige. Dit kan in het bedrijf zelf zijn, maar eventueel ook erbuiten.

    2. De staalafname en de test gebeurt door het personeelslid zelf, onder supervisie in het bedrijf. Hierbij kan geen enkele vorm van directe of indirecte druk uitgeoefend worden.

    3. De staalafname en de test gebeurt door het personeelslid thuis.

    Scenario 2 en 3 zijn enkel mogelijk eens zelfafname en zelftesten gelegaliseerd is.”

    Dit houdt in dat:

    • uitsluitend de preventiedienst mag beschikken over sneltestkits en kits voor zelftests of zelfafname die voorkomen op een door het FAGG vastgestelde lijst (zie criteria van KB van 24 maart 2021, zoals vermeld in punt B)
    • het steeds de arbeidsarts is die bepaalt welke werknemers in aanmerking komen en welke teststrategie er wordt gevolgd (soort test, frequentie, duur, …);
    • als de test gebeurt onder supervisie in het bedrijf (scenario 2 hierboven), kan deze supervisie enkel gebeuren door de arbeidsarts of zijn medewerkers. Enkel zo kan vermeden worden dat er sprake zou kunnen zijn van directe of indirecte druk en dat de privacy van de werknemers te allen tijde gewaarborgd wordt  
    • wanneer door de arbeidsarts beslist wordt tot een zelfafname of zelftest door de werknemer, de arbeidsarts of een medewerker van zijn preventiedienst de nodige opleiding en informatie aan deze werknemer over het correct gebruik ervan moet verstrekken. De werknemer moet ervan op de hoogte zijn dat hij in geval van een positief resultaat onmiddellijk in isolatie moet gaan en dat hij onmiddellijk de arbeidsarts moet contacteren. Deze arts beslist op basis van de  klinische en epidemiologische context of een bevestiging door een PCR-test moet gebeuren (omwille van de geringere gevoeligheid van zelftests) en zorgt voor de contactopsporing in de onderneming.
    • de arbeidsarts zich er steeds moet van vergewissen dat de gezondheidsgegevens van de werknemers op elk moment vertrouwelijk worden behandeld.

    B. Zelftest buiten de arbeidsrelatie (buiten het kader van het KB van 5 januari 2021)

    Overeenkomstig het KB van 24 maart 2021 tot uitvoering van artikel 3, § 2, van de wet van 22 december 2020 houdende diverse maatregelen met betrekking tot snelle antigeentesten en de registratie en verwerking van gegevens betreffende vaccinaties in het kader van de strijd tegen de COVID-19-pandemie mogen zelftests verkocht worden voor zover drie voorwaarden vervuld zijn:

    • de zelftests zijn bedoeld voor zelfafname en zelfanalyse en komen op een door het FAGG vastgestelde lijst;
    • de zelftest wordt afgeleverd binnen een voor het publiek opengestelde apotheek;
    • de apotheker informeert de persoon over het gebruik van de zelftest en wijst de persoon erop dat hij in geval van een positief resultaat een arts dient te contacteren.

    Zelftests die op de markt komen en voor een ruim publiek beschikbaar zijn, kunnen buiten het wettelijk kader zoals vastgelegd in het KB van 5 januari 2021 niet worden ingezet in de ondernemingen. Het is dus niet mogelijk voor een werkgever om hierover een beleid te maken. Zo mag de werkgever de werknemers niet vragen zichzelf te testen voordat het werk wordt aangevat of tijdens de werkuren. De werkgever kan dus op geen enkele manier instructies of richtlijnen of rechtstreekse of onrechtstreekse dwang uitoefenen ten aanzien van zijn werknemers om een dergelijke zelftest uit te voeren. Dit zou immers een inbreuk vormen op de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd, die bepaalt dat het uitvoeren van biologische tests in een ondernemingscontext (binnen de relatie werkgever-werknemer) enkel kan gebeuren binnen het afgelijnd wettelijk kader van de arbeidsgeneeskunde en het dus uitsluitend de arbeidsarts is die hierover beslist.

    Deze tests kunnen dus op dit ogenblik enkel buiten de onderneming door individuele burgers worden aangekocht in de apotheken.

    Samenvattend schema (PDF, 200.68 KB)