Ventilatie tijdens de coronacrisis

Goed ventileren is noodzakelijk voor een gezond binnenklimaat. Het helpt ook om de overdracht van virussen zoals COVID-19, te beperken.

Het is een feit dat de verspreiding van het coronavirus via aerosolen een belangrijke rol speelt in de overdracht van de virale infectie in gesloten ruimtes. Naast besmetting via grotere druppels die op korte afstand worden ingeademd en onrechtstreeks contact via besmette oppervlakken, kunnen aerosolen zich in de ruimte verspreiden, urenlang in de lucht blijven hangen en in die ruimte opstapelen. Deze minuscule deeltjes (meestal kleiner dan 5 μm) dringen vervolgens tot diep in de longen door en kunnen zo een belangrijke rol spelen bij ziekteoverdracht op langere afstand (meer dan 2 meter). Wanneer je gedurende een lange tijd in een slecht geventileerde ruimte verblijft met een besmet persoon verhoogt je kans om besmet te raken aanzienlijk, zelfs wanneer je de fysieke veiligheidsafstand respecteert.

Codex welzijn op het werk

In de codex welzijn op het werk bevinden zich een aantal bepalingen inzake de binnenluchtkwaliteit in werklokalen. Deze werden in 2019 geactualiseerd en bevinden zich in boek III (Arbeidsplaatsen), titel 1 (basiseisen), hoofdstuk IV (luchtverversing: artikel III.1-34 tot artikel III. 1-37).  Deze basisregels zijn verder uitgewerkt in een praktijkrichtlijn.

COVID-19

Deze regels houden uiteraard niet specifiek rekening met COVID-19. Daarvoor beveelt de Hoge Gezondheidsraad in advies nr. 9616 van 3 februari 2021 aan dat voor het CO2-niveau in gesloten ruimten moet worden gestreefd naar minder dan 800 ppm, bij voorkeur zelfs lager dan deze waarde. Een CO2-concentratiemeting die hoger is dan de aanbevolen of vereiste waarden is in elk geval een goede indicator van onvoldoende ventilatie en/of een te hoge bezettingsgraad van de ruimte. In dat geval moeten corrigerende maatregelen worden genomen.

Een lagere CO2-concentratie wijst erop dat het ventilatiedebiet redelijk in verhouding is tot het aantal aanwezigen, maar, zoals een voldoende ventilatie, geeft dit nog steeds geen garantie dat er geen infectierisico is.

Het Regeringscommissariaat Corona heeft gelijkaardige COVID-19-aanbevelingen (DOCX, 41.31 KB) uitgewerkt voor het beheer van de luchtkwaliteit.

De Task force Ventilatie van het coronacommissariaat heeft Aanbevelingen voor de praktische implementatie en bewaking van ventilatie en binnenluchtkwaliteit in het kader van COVID-19 (versie 2) (PDF, 1.76 MB) opgesteld en het document Keuze en gebruik van CO2-meters in de context van COVID-19 (PDF, 2.35 MB) uitgewerkt. Het betreffen hier algemene aanbevelingen die van toepassing zijn in een doorsnee context. In bepaalde situaties of voor sommige sectoren kunnen meer specifieke regels gelden.

Dit is het geval voor de evenementensector, waarvoor in het MB van 28 oktober 2020 wordt bepaald dat de lokale overheid voor de organisatie van evenementen in de ruime zin een instrument (COVID INFRASTRUCTURE RISK MODEL) dient te gebruiken om deze overheid in staat te stellen een analyse te maken met betrekking tot infrastructuur op haar grondgebied voor de organisatie van indoor evenementen in het licht van de geldende sanitaire maatregelen (zie www.covideventriskmodel.be/cirm). Dit instrument vermeldt onder meer de vereisten waaraan de ventilatie van deze infrastructuur moet voldoen opdat het evenement binnen kan worden georganiseerd.

Specifiek voor de ondernemingen wordt er in de generieke gids ‘veilig werken’ (PDF, 8.41 MB) gewezen op de noodzaak om te voorzien in voldoende en regelmatige verluchting van de werkruimten en sociale voorzieningen, hetzij door natuurlijke verluchting (bv. via open ramen, deuren of poorten), hetzij door mechanische ventilatie. Het doel is de ruimte zoveel mogelijk te ventileren met verse buitenlucht of met van virus gezuiverde lucht.

Indien nodig dient het aantal personen in de binnenruimte te worden verminderd en moet voor extra verluchting worden gezorgd waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van verse buitenlucht.

Preventiehiërarchie

Uiteraard moet op de arbeidsplaats te allen tijde de preventiehiërarchie gerespecteerd worden: telethuiswerk blijft de beste preventiemaatregel om verspreiding van het virus tegen te gaan, althans voor deze functies waar dit kan worden georganiseerd. Deze maatregel zorgt ervoor dat werknemers niet worden blootgesteld aan risico’s op de werkplek en tijdens verplaatsingen naar en van het werk. Indien werknemers toch naar het werk moeten gaan omdat telethuiswerk niet mogelijk is, moeten social distancing en hygiënemaatregelen maximaal worden toegepast op de werkvloer. Daartoe moeten materiële, technische en/of organisatorische preventiemaatregelen worden genomen. Hierbij blijft steeds het algemene principe gelden dat collectieve maatregelen steeds de voorkeur genieten boven louter individuele maatregelen.