Tijdelijke werkloosheid om economische redenen

Op deze pagina

    Inleiding

    Indien de werkgever de werknemer tijdelijk op inactiviteit zet omwille van gebrek aan werk, dan kan die werknemer voor die dagen van inactiviteit (=tijdelijke werkloosheid) onder bepaalde voorwaarden een vervangingsinkomen krijgen. Het gaat om een werkloosheidsuitkering. Hierna wordt verder ingegaan op vragen als: wanneer heeft de werknemer daar recht op, hoe groot is die uitkering, welke procedure moet de werknemer volgen, …

    De basisvoorwaarde is natuurlijk dat de werkgever op een correcte manier de tijdelijke werkloosheid om economische redenen inroept en aangeeft bij de RVA. Gaat de werkgever ergens in de fout en stelt hij werknemers ten onrechte tijdelijk werkloos, dan zal de werknemer daar echter niet het slachtoffer van worden. De RVA zal wel de werkloosheidsuitkering weigeren (of terugvorderen indien die reeds zou betaald zijn), maar de werknemer heeft in dat geval recht op loon, zelfs al heeft hij die dag(en) niet gewerkt.

    Toegang tot het recht op uitkeringen als tijdelijke werkloze

    Als een werknemer na 30 juni 2022 tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens economische redenen (stelsel arbeiders of bedienden), heeft hij onmiddellijk recht op uitkeringen en moet hij niet voldoen aan toelaatbaarheidsvoorwaarden. Dat betekent dat de werknemer in dat geval geen bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst (wachttijd) moet bewijzen tijdens een bepaalde periode (referteperiode) die de uitkeringsaanvraag onmiddellijk voorafgaat.

    Bedrag van de uitkering

    Vaststelling van het bedrag

    Het bedrag van de uitkering hangt af van het normale loon.

    Als normaal loon geldt het laatst verdiende loon tijdens de lopende arbeidscyclus bij de werkgever die de werknemer tijdelijk werkloos stelt. Het maandelijkse loon dat in aanmerking wordt genomen is echter geplafonneerd. Indien de werknemer meer verdient, geeft dat dus geen hogere uitkering: in dat geval ontvangt hij het maximaal bedrag.

    De regel is dat met rekening houdt met het loon bij de huidige werkgever maar men kan ervan afwijken in de twee volgende gevallen :

    • is men minstens 45 jaar oud op het ogenblik dat men begon te werken bij de werkgever die nu tijdelijke werkloosheid invoert, dan kan men terugvallen op een vroeger loon indien dit voor de werknemer gunstiger is (loon bij vorige werkgever was hoger);
    • is men deeltijdse werknemer met het statuut behoud van rechten (wat o.a. wil zeggen dat men deeltijds werkt in afwachting van voltijds werk, en dat men dus ingeschreven is als werkzoekende voor voltijds werk), dan wordt uitgegaan van het laatst verdiende voltijds loon.

    Aangezien de werkloosheidsuitkering wordt toegekend in dagen, wordt het maandloon omgezet in een dagloon door dit te delen door 26.

    Het bedrag van de werkloosheidsuitkering bedraagt 60% van het loon. Onder bepaalde voorwaarden kan de werkgever een dagtoeslag betalen bovenop de werkloosheidsuitkering. Meer informatie is te vinden op de RVA-website.

    Op alle uitkeringen tijdelijke werkloosheid wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

    Wanneer wordt het bedrag aangepast?

    Zolang de werknemer in dienst blijft bij dezelfde werkgever, blijft het bedrag van zijn uitkering in principe behouden.

    De werknemer kan echter vragen het bedrag te herzien indien hij loonsverhoging heeft gekregen. Het bedrag wordt ook herzien indien de arbeidsduur van de werknemer gewijzigd is sinds zijn laatste tijdelijke werkloosheid (hij is bijvoorbeeld deeltijds beginnen werken). Voor de herziening van het bedrag moet de werknemer normaal een nieuwe uitkeringsaanvraag doen en dus een bepaalde procedure volgen (zie verder onder procedure). 

    Hoeveel uitkeringen worden toegekend?

    Elke maand waarin er tijdelijke werkloosheid was, moet het aantal dagen waarop er recht is op uitkeringen vastgesteld worden.

    Voor voltijdse werknemers en voor deeltijdse werknemers die geen aanvullende werkloosheidsuitkering als deeltijdse ontvangen (de zogenaamde inkomensgarantie-uitkering) wordt dit aantal dagen berekend met de volgende formule : (P x 6) / Q, waarbij:

    P = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand
    Q = normale arbeidstijd per week voor die werknemer indien er geen tijdelijke werkloosheid is.

    Het resultaat van die berekening wordt als volgt afgerond: minder dan 0,25 valt weg, tussen 0,25 en 0,75 wordt omgezet in 0,5 en meer dan 0,75 wordt afgerond naar boven.

    Voorbeeld: een voltijdse werknemer die normaal 37 uur per week werkt, wordt in de maand juni 2016 op meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 44 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 7 uitkeringen ontvangen (44 x 6) / 37 = 7,13, afgerond naar 7).

    Voor deeltijdse werknemers die wel aanvullende werkloosheidsuitkering als deeltijdse ontvangen (de zogenaamde inkomensgarantie-uitkering) wordt dit aantal dagen berekend met de volgende formule : (P x 6) / S, waarbij:

    P = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand
    S = normale arbeidstijd van de voltijdse werknemer die in dezelfde onderneming hetzelfde werk doet als de tijdelijke werkloze.

    Het resultaat van die berekening wordt als volgt afgerond: minder dan 0,25 valt weg, tussen 0,25 en 0,75 wordt omgezet in 0,5 en meer dan 0,75 wordt afgerond naar boven.

    Voor deeltijdse werknemers die vrijwillig deeltijds werken wordt een aantal halve uitkeringen vastgesteld, volgens de formule (P x 12) / S. De afronding gebeurt hier naar boven vanaf 0,5 en naar onder indien de 0,5 niet bereikt wordt.

    Welke procedure moeten de werknemer en de werkgever volgen om de uitkeringen te ontvangen?

    Sinds 01.01.2025 is de elektronische controlekaart verplicht.

    Bijgevolg kan de werkgever vanaf januari 2025 geen papieren controlekaarten meer afgeven en moet de werknemer in het bezit zijn van een elektronische controlekaart eC3.2 (behalve indien hij werkt in een maatwerkbedrijf of indien de werknemer of de werkgever gevraagd heeft om te genieten van de tijdelijke overgangsregeling).

    Indien de werknemer door de werkgever tijdelijk werkloos werd verklaard, moet hij de kaart laten valideren op het einde van de maand en deze bezorgen aan zijn uitbetalingsinstelling (HVW, ACLVB, ACV, ABVV).

    Op het einde van de maand doet de werkgever, op eigen initiatief, een elektronische aangifte (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch) en bezorgt hij aan de werknemer een afdruk van de elektronische aangifte.

    Verplichting bij een eerste tijdelijke werkloosheid bij die werkgever

    Naast deze maandelijkse verplichting moet de werknemer bij een “eerste” tijdelijke werkloosheid ook nog een aanvraag om uitkeringen indienen bij zijn uitbetalingsinstelling. Hiervoor gebruikt de werknemer het formulier C 3.2 WERKGEVER, dat de werkgever hem spontaan moet overhandigen.

    In de eerste maand van tijdelijke werkloosheid bij zijn werkgever heeft de werknemer dus twee formulieren C 3.2. WERKGEVER: één bij het begin van de tijdelijke werkloosheid als aanvraag om uitkeringen, één op het einde van de maand als bron voor de correcte berekening van het aantal uitkeringen. Hij moet beide formulieren indienen bij zijn uitbetalingsinstelling.

    Welke procedure moet de werkgever volgen ?

    Hierna wordt enkel ingegaan op de verplichtingen van de werkgever die verband houden met het recht op werkloosheidsuitkeringen voor de werknemers die hij tijdelijk werkloos stelt. Daarnaast moet de werkgever ook nog bepaalde mededelingen doen binnen de onderneming, zoals bijvoorbeeld naar de ondernemingsraad of naar de syndicale delegatie met een verantwoording van de ingeroepen redenen voor de economische werkloosheid. Deze verplichtingen werden opgenomen in de commentaar bij artikel 51 van de wet op de arbeidsovereenkomsten.

    De werkgever die tijdelijke werkloosheid om economische redenen invoert, moet een aantal formaliteiten naleven, zowel ten opzichte van zijn werknemers, als ten opzichte van de RVA.

    Formaliteiten tegenover de RVA

    Tegenover de RVA moet de werkgever vooraf melden dat hij tijdelijke werkloosheid om economische redenen zal invoeren. Hij doet dit op elektronische wijze, via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialesecurity.be). Het ogenblik waarop hij die mededeling moet doen, en ook de minimale inhoud van die mededeling, stemt overeen met wat de werkgever ook moet meedelen aan zijn werknemers: het betreft o.a. de identiteitsgegevens van de werknemers die zullen tijdelijk werkloos gesteld worden, het aantal dagen werkloosheid en de data waarop de werknemers werkloos zullen gesteld worden, de begindatum en einddatum van de voorziene regeling van tijdelijke werkloosheid. Ook de economische redenen die de invoering van tijdelijke werkloosheid rechtvaardigen moeten aan de RVA meegedeeld worden.

    De werkgever is bovendien verplicht de eerste effectieve werkloosheidsdag van elke maand te melden aan de RVA.

    Formaliteiten tegenover de werknemers

    Zie hierboven.

    Welke zijn de andere verplichtingen van een tijdelijke werkloze ?

    De dagen van tijdelijke werkloosheid vraagt de werknemer werkloosheidsuitkeringen aan. Om effectief recht te hebben op die uitkeringen zijn er nog een aantal bijkomende voorwaarden.

    Zo moet hij op die dagen effectief zonder werk en zonder loon zijn. Heeft de werknemer een bijberoep (als zelfstandige of als werknemer) dan kan hij onder bepaalde voorwaarden dit bijberoep verder uitoefenen op de dagen van tijdelijke werkloosheid met behoud van zijn werkloosheidsuitkeringen op die dagen. De 4 voorwaarden die tezelfdertijd moeten vervuld zijn, zijn:

    • hij deed het bijberoep reeds minstens 3 maand vóór hij tijdelijk werkloos werd;
    • hij moet die activiteit aangeven, ten laatste bij zijn uitkeringsaanvraag als tijdelijke werkloze;
    • de activiteit mag op de dagen van tijdelijke werkloosheid niet verricht worden tussen 7 en 18 uur;
    • het mag niet gaan om een verboden activiteit (o.a. bouwsector, horeca, …), tenzij het om een activiteit van gering belang gaat.

    Het is de RVA die op basis van de verklaring van de werknemer beslist of aan de voorwaarden is voldaan. Indien het inkomen uit deze nevenactiviteit een bepaalde grens overschrijdt, zal het bedrag van de werkloosheidsuitkering wel verminderd worden.

    Eveneens moet de controlekaart C3.2 A ingevuld worden volgens de hierboven beschreven procedure.

    De tijdelijk werkloze moet ook arbeidsgeschikt zijn om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen. Is hij ziek, dan moet hij dit melden aan zijn mutualiteit, en zal hij op die dagen ziekte-uitkeringen ontvangen.

    Verder moet de tijdelijk werkloze ook in België verblijven. Voor sommige situaties (bvb. vakantie) zijn hier wel uitzonderingen op voorzien. En grensarbeiders (wonend in een buurland, maar werkend in België) mogen natuurlijk in hun woonland verblijven tijdens de tijdelijke werkloosheid.

    Wanneer er zich wijzigingen voordoen in de gezinssamenstelling (bvb nieuwe gezinssituatie, of inkomenssituatie van één van de gezinsleden wijzigt), dan moet de tijdelijk werkloze dat onmiddellijk meedelen aan zijn uitbetalingsinstelling. Een dergelijke wijziging kan immers van invloed zijn op het bedrag van de uitkeringen.

    Let op: een tijdelijk werkloze wegens gebrek aan werk om economische redenen moet zich na de eerste drie maanden inschrijven als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. In geval van een periode van volledige werkhervatting gedurende twee opeenvolgende weken, eindigt de periode van 3 maanden en begint een nieuwe periode van drie maanden te lopen.

    Mogelijke sancties bij onrechtmatig bekomen uitkeringen tijdelijke werkloosheid

    Indien de werknemer ten onrechte uitkeringen heeft ontvangen of ten onrechte uitkeringen had kunnen ontvangen omdat hij nagelaten heeft een vereiste aangifte te doen, of omdat de aangifte die hij heeft gedaan laattijdig, onjuist of onvolledig is, kan hij een waarschuwing krijgen of uitgesloten worden van het recht op uitkeringen gedurende ten minste 4 weken en ten hoogste 13 weken. De sanctie kan zwaarder zijn indien uit het dossier van de werknemer blijkt dat hij bewust heeft gehandeld met het oog op het ontvangen van onverschuldigde uitkeringen.

    Bovendien zal hij de ten onrechte ontvangen uitkeringen terugbetalen.

    In geval van herhaling is de sanctie zwaarder (zij mag niet lager zijn dan het dubbele van de vorige sanctie).