Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Op deze pagina

    Voorwaarden voor de toekenning van een bedrijfstoeslag: de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17

    De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 kent een aanvullende vergoeding brugpensioen (vanaf nu = bedrijfstoeslag) toe aan sommige oudere werknemers indien zij ontslagen worden.

    Het gaat om werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van de Wet van 5 december 1968 betreffende de Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) en de Paritaire Comités (PC). Het gaat dus vooral om werknemers uit de privé-sector.

    Om te kunnen genieten van deze bedrijfstoeslag moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld:

    Ontslagen zijn

    Om te kunnen genieten van deze bedrijfstoeslag moet de werknemer ontslagen zijn, behalve wegens dringende redenen. Vrijwillig ontslag, de normaal voorziene einddatum van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, de verbreking met wederzijdse toestemming, wegens overmacht of wegens zwaarwichtige fout, komen dus niet in aanmerking.

    Recht hebben op een werkloosheidsuitkering

    Om recht te hebben op deze bedrijfstoeslag moet de ontslagen werknemer recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Hij moet dus een bepaald beroepsverleden kunnen bewijzen. Dat beroepsverleden wordt berekend in aantal gewerkte dagen gedurende een bepaalde referentieperiode, die aan de aanvraag vooraf gaat.

    De toekomstige werkloze met bedrijfstoeslag moet volgens de werkloosheidsreglementering aantonen dat hij 624 dagen heeft gewerkt, gedurende de 42 maanden, die aan de aanvraag tot toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voorafgaan.

    Het bestaan van een collectieve arbeidsovereenkomst stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

    Om van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag te kunnen genieten moet er een collectieve arbeidsovereenkomst bestaan waarin de voorwaarden voor de toegang tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bepaald zijn. Deze voorwaarden hebben betrekking op de leeftijd waarop men kan toetreden tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, evenals op de vereiste loopbaanvoorwaarden. Het kan gaan om een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op interprofessioneel niveau (in de schoot van de Nationale Arbeidsraad), op het niveau van de sector of op het niveau van de onderneming.

    De vereiste leeftijd bereikt hebben en het vereiste beroepsverleden

    Om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag moet de ontslagen werknemer voldoen aan de vereiste loopbaanvoorwaarden en de leeftijd bereikt hebben zoals voorzien in de CAO, die op hem van toepassing is en dit gedurende de geldigheidsduur van de CAO.

    De anciënniteit- en leeftijdsvoorwaarden zijn verschillend al naargelang de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst:

    • beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een opzeggingstermijn:
      de werknemer moet aan de anciënniteit- en leeftijdsvoorwaarden voldoen op het moment dat de opzeggingstermijn daadwerkelijk eindigt.
    • beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder naleving van de opzeggingstermijn:
      de werknemer moet aan de anciënniteit- en leeftijdsvoorwaarden voldoen op het ogenblik dat de overeenkomst wordt verbroken.

    Voor de berekening van de anciënniteitsvoorwaarden worden verschillende periodes met arbeidsdagen gelijkgesteld. Algemeen gesproken worden de periodes van legerdienst en, voor een bepaalde duur, de periodes van deeltijds werk, volledige loopbaanonderbreking en volledige werkloosheid gelijkgesteld met beroepsverleden. De gelijkstelling en duur hangen af van de regeling dat van toepassing is op het stelsel waarop de werkloze met bedrijfstoeslag heeft ingetekend.

    Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden

    Algemeen stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 62 jaar

    Een werknemer die op 62 jaar ontslagen wordt, moet een arbeidsloopbaan van 40 jaar (als man) en van 37 jaar (als vrouw) kunnen aantonen in 2021.

    De vereiste loopbaanvoorwaarden (voor vrouwen) worden geleidelijk verhoogd tot:

    Jaren Loopbaan mannen Loopbaan vrouwen
    2022 40 jaar 38 jaar
    2023 40 jaar 39 jaar
    2024 40 jaar 40 jaar

     

    Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op een leeftijd jonger dan 62 jaar: de afwijkende stelsels

    Onder bepaalde voorwaarden kan een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag ingaan voordat de leeftijd van 62 jaar bereikt wordt. Deze stelsels worden afwijkende stelsels genoemd en houden rekening met bijzonderheden van bepaalde sectoren, bepaalde beroepen of bepaalde werknemers.

    SWT zware beroepen, nachtarbeid of medische ongeschiktheid bouwsector

    Artikel 3 § 1 van het K.B. van 3 mei 2007

    Vanaf 1 juli 2021 wordt het recht op dit SWT toegekend aan de werknemers die op het einde van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn en die op dat ogenblik een beroepsverleden van 33 jaar hebben. Bovendien moeten deze werknemers kunnen aantonen dat zij op het einde van hun arbeidsovereenkomst:

    • hetzij minstens 20 jaar in een regeling van nachtarbeid (CAO nr. 46) gewerkt hebben;
    • hetzij gewerkt hebben in een zwaar beroep gedurende 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar;
    • hetzij  als werknemer uit de bouwsector beschikken over een attest van de arbeidsgeneesheer dat hun ongeschiktheid tot voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt.

    Wordt beschouwd als zwaar beroep: het werk in wisselende ploegen, het werk in onderbroken diensten en het werk in een arbeidsregeling zoals bedoeld in de CAO nr. 46 (ploegenarbeid met nachtprestaties alsook andere vormen van arbeid met nachtprestaties).

    Voor de periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2023, bepaalt de NAR-CAO nr. 151 de voorwaarden voor de toekenning van de bedrijfstoeslag voor dit SWT.

    Een sectorale CAO is vereist om het recht op dit SWT te openen. De sectorale CAO mag de geldigheidsduur van de NAR-CAO nr. 151 niet overschrijden.

    Werkgevers die ressorteren onder een paritair comité dat niet is opgericht of een paritair comité dat niet werkt, kunnen het stelsel ten uitvoering leggen door middel van toetreding in de vorm van een CAO, een toetredingsakte (overeenkomstig het model opgenomen in de NAR-CAO nr. 151) of door een wijziging van het arbeidsreglement.

    SWT zware beroepen

    Artikel 3 § 3 van het K.B. van 3 mei 2007

    Het recht op dit SWT wordt vanaf 1 juli 2021 toegekend aan de ontslagen werknemers van 60 jaar en ouder op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst, die een beroepsloopbaan van 35 jaar hebben en gedurende de laatste 10/15 jaar minstens 5/7 jaar gewerkt hebben in een zwaar beroep.

    Wordt beschouwd als zwaar beroep: het werk in wisselende ploegen, het werk in onderbroken diensten en het werk in een arbeidsregeling zoals bedoeld in de CAO nr. 46.

    CAO nr. 143 van de NAR bepaalt de leeftijdsvoorwaarde voor de toegang tot dit stelsel: 60 jaar vanaf 1 juli 2021 en dit voor onbepaalde duur.

    Een sectorale CAO is niet vereist om de toegang tot dit stelsel te openen; bij gebrek aan een sectorale CAO kan de ontslagen werknemer toegang krijgen tot dit stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op basis van een ondernemings-CAO.

    Deze ondernemings-CAO kan worden gesloten voor een bepaalde duur van maximum 3 jaar en mag geen clausule van stilzwijgende verlenging bevatten.

    SWT voor werknemers met het statuut van mindervalide of met ernstige lichamelijke problemen

    Artikel 3 § 6 van het K.B. van 3 mei 2007

    Dit SWT is vanaf 1 januari 2021 mogelijk voor de ontslagen werknemers van 58 jaar of ouder die op het einde van hun arbeidsovereenkomst een beroepsloopbaan van 35 jaar kunnen bewijzen en

    • met ofwel het statuut van mindervalide werknemers erkend door een bevoegde autoriteit;
    • ofwel werknemers met ernstige lichamelijke problemen;
    • ofwel voor werknemers met een rechtstreekse blootstelling aan asbest tijdens hun vroegere beroepsactiviteit vóór 1 januari 1993 gedurende minimum twee jaar.

    De NAR-CAO nr. 150 werd gesloten voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2023 en bepaalt de modaliteiten en de voorwaarden voor dit stelsel.

    Een sectorale- of ondernemings-CAO is enkel noodzakelijk om eventueel een hogere bedrijfstoeslag te voorzien. De sectorale CAO mag de geldigheidsduur van de NAR-CAO niet overschrijden.

    SWT zeer lange loopbaan

    Artikel 3 § 7 van het K.B. van 3 mei 2007

    Dit SWT is vanaf 1 juli 2021 van toepassing op de ontslagen werknemers die op het einde van de arbeidsovereenkomst 60 jaar en ouder zijn en die op het einde van de arbeidsovereenkomst een loopbaan van 40 jaar als loontrekkende kunnen bewijzen.

    De NAR-CAO nr. 152 bepaalt de modaliteiten en voorwaarden van dit stelsel voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2023.

    Een sectorale- of ondernemings-CAO is enkel noodzakelijk om eventueel een hogere bedrijfstoeslag te kunnen voorzien. De sectorale CAO mag de geldigheidsduur van de NAR-CAO niet overschrijden.

    Vergoedingen in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

    De vergoeding in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bestaat uit 2 delen. Het ene deel wordt gevormd door een werkloosheidsuitkering en het andere deel door een bedrijfstoeslag.

    De werkloosheidsuitkering

    De werkloosheidsuitkering die aan de werkloze met bedrijfstoeslag toegekend wordt, bedraagt 60% van de laatste bruto bezoldiging. Dit percentage blijft behouden gedurende de volledige periode waarin de bedrijfstoeslag wordt toegekend.

    Meer informatie over het bedrag van deze uitkering is terug te vinden op de website van de RVA.

    De bedrijfstoeslag

    De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 voorziet dat het bedrag van de aanvullende vergoeding brugpensioen gelijk is aan de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsvergoeding. Het netto referteloon stemt overeen met het bruto referteloon (in principe van de laatst gepresteerde maand), verminderd met de persoonlijke bijdragen aan de sociale zekerheid en de bedrijfsvoorheffing.

    Het brutoloon dat in rekening gebracht wordt, is geplafonneerd.

    Sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten of collectieve arbeidsovereenkomsten op bedrijfsniveau kunnen voorzien in hogere bedrijfstoelagen.

    Over het algemeen ontvangt de werkloze met bedrijfstoeslag iedere maand het bedrag van de bedrijfstoeslag tot aan de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar). De schuldenaar van de bedrijfstoeslag is in principe de voormalige werkgever, al is het mogelijk dat deze verplichting overgenomen wordt door een sectoraal fonds.

    Op deze vergoedingen zijn bijdragen en inhoudingen verschuldigd. Meer informatie is beschikbaar in de administratieve instructies op de website van de RSZ.

    Vervanging van de werkloze met bedrijfstoeslag

    Indien het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt toegekend, dient de werkgever de werkloze met bedrijfstoeslag te vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze. De arbeidsregeling moet daarbij ten minste in eenzelfde aantal arbeidsuren voorzien.  De werkgever is automatisch vrijgesteld van de vervangingsplicht indien de werknemer op het einde van zijn arbeidscontract 62 jaar is.

    Vervanging door twee uitkeringsgerechtigde volledig werklozen is eveneens mogelijk indien het totale aantal uren van beide samen het minimum bereikt.

    De indienstneming van de vervanger moet plaatsvinden ten vroegste de eerste dag van de vierde maand die de maand voorafgaat waarin het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang neemt en ten laatste de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand gedurende dewelke het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang neemt. De vervanger moet minstens 36 maanden in dienst blijven al kan de vervanger zelf vervangen worden door een andere uitkeringsgerechtigde volledig werkloze.

    Heel wat situaties worden gelijkgesteld met ‘uitkeringsgerechtigde volledig werkloze’ (bijvoorbeeld: sommige deeltijdse werknemers, personen met recht op een leefloon, mindervalide werknemers uit beschutte werkplaatsen en personen die hun beroepsactiviteit onderbroken hebben en terug naar de arbeidsmarkt willen keren).

    De vervanger mag in de zes maanden voor de aanvang van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag niet bij de werkgever gewerkt hebben. Gebeurde deze tewerkstelling als uitzendkracht, leerling, sommige deeltijdse werknemers of werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, dan kunnen ze toch de werkloze met bedrijfstoeslag vervangen op voorwaarde dat hun aanwerving gebeurt met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Ze kunnen eveneens als vervanger aangeworven worden indien ze aanspraak zouden kunnen maken op werkloosheidsuitkeringen mochten ze hiertoe een aanvraag indienen.

    De werkgever moet aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening het bewijs van de vervanging afleveren.

    De directeur van het werkloosheidsbureau kan een vrijstelling van de vervangingsplicht toestaan. De werkgever moet daarvoor op objectieve wijze kunnen aantonen dat er geen geschikte vervanger beschikbaar is.

    De Minister van Werk kan een vrijstelling van vervangingsplicht toekennen aan ondernemingen die een vermindering van het personeelsbestand kennen. Het moet gaan om een structurele vermindering van het personeelsbestand en door de afwijking moet het ontslag van een werknemer die niet in aanmerking komt voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vermeden worden.

    De Minister van Werk kan eveneens vrijstelling van vervangingsplicht toekennen aan ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering, of in geval van sluiting van de onderneming.

    De aanvragen tot vrijstelling van de vervangingsplicht aan de Minister van Werk kunnen, indien elektronisch ondertekend met de eID, online ingediend worden via de applicatie Transfer van documenten door middel van onderstaande formulieren:

    Als een werkgever niet overgaat tot de verplichte vervanging van de werkloze met bedrijfstoeslag, dan moet hij per niet (geldig) vervangen werkloze met bedrijfstoeslag een administratieve boete betalen.

    Statuut van de werkloze met bedrijfstoeslag

    Het statuut van de werkloze met bedrijfstoeslag wordt gelijkgesteld met dat van een werkloze. Bijgevolg zijn bepaalde verplichtingen die eigen zijn aan het statuut van de werkloze ook van toepassing op de werkloze met bedrijfstoeslag. De werkloze met bedrijfstoeslag behoudt dat statuut tot aan de pensioenleeftijd (65 jaar).

    Als men het statuut van werkloze met bedrijfstoeslag heeft dan dient men de volgende verplichtingen na te komen:

    • als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven bij de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling (Actiris, ADG, Forem, VDAB);
    • beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
    • elke passende dienstbetrekking of beroepsopleiding aanvaarden.

    De werkloze met bedrijfstoeslag moet echter niet beschikbaar zijn in geval van ziekte of hospitalisatie: hij  kan werkloosheidsuitkeringen blijven ontvangen, tenzij hij reeds vergoedingen van zijn ziekenfonds ontvangt.

    Om te kunnen genieten van werkloosheidsuitkeringen moet de werkloze met bedrijfstoeslag eveneens de volgende verplichtingen nakomen:

    • zijn hoofdverblijfplaats in België hebben;
    • geen werk hebben en dus ook geen vergoeding ontvangen;
    • iedere beroepsactiviteit bekend maken;
    • iedere wijziging in gezins- en persoonlijke situatie meedelen aan de uitbetalingsinstelling.

    Werklozen met bedrijfstoeslag die in 2014 al werkloosheidsuitkeringen genoten en op 31 december 2014 minstens 60 jaar oud waren, genieten verder de voordien bestaande vrijstellingen.  Zij moeten dus niet opnieuw op zoek naar werk en moeten niet effectief in België verblijven.

    Vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid

    Meer informatie over de aangepaste beschikbaarheid is terug te vinden op de website van de RVA.

    Samengevat:

    Een werkloze met bedrijfstoeslag moet in principe aangepast beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt tot de leeftijd van 65 jaar.

    Uitzonderingen:

    • in het kader van het algemeen stelsel: de werkloze met bedrijfstoeslag kan een vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid aanvragen indien hij een beroepsverleden van 43 jaar kan bewijzen;
    • in het kader van het medisch SWT: werklozen met bedrijfstoeslag kunnen een vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid aanvragen;
    • in het kader van het SWT zware beroepen of lange loopbaan: de NAR-CAO’s bepalen voor de periode vanaf 1 juli 2021 de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid.

    In de NAR werden verschillende CAO’s afgesloten:

    • CAO nr. 153 bepaalt de voorwaarden voor de werknemers die worden ontslagen in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022, in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag zware beroepen of lange loopbaan en die uiterlijk op 31 december 2022 de leeftijd van 60 jaar bereiken en op het einde van de arbeidsovereenkomst;
    • CAO nr. 155 bepaalt de voorwaarden voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 voor de werknemers die uiterlijk op 30 juni 2023 worden ontslagen en die ten laatste op 30 juni 2023 de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt en op het einde van de arbeidsovereenkomst.

    Voorwaarden: De betrokken werknemers kunnen een aanvraag tot vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid indienen indien zij de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt, ofwel een beroepsverleden van 42 jaar kunnen bewijzen.

    Een sectorale CAO is vereist om de ontslagen werknemers toe te laten een aanvraag tot vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid te kunnen indienen in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor zware beroepen of lange loopbanen.

    Deze sectorale CAO’s moeten uitdrukkelijk vermelden dat zij worden gesloten in toepassing van de NAR-CAO’s nr. 153 of nr. 155. De sectorale CAO mag de geldigheidsduur van de NAR-CAO waarnaar zij verwijst niet overschrijden en moet algemeen verbindend worden verklaard bij koninklijk besluit.

    Werkgevers die ressorteren onder een paritair comité dat niet is opgericht of onder een paritair comité dat niet werkt, kunnen het stelsel ten uitvoering leggen door middel van toetreding in de vorm van een CAO, een toetredingsakte (overeenkomstig het model opgenomen in de NAR-CAO nr. 153 of nr. 155) of door een wijziging van het arbeidsreglement.

    De hervatting van de beroepsactiviteiten gedurende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

    In principe is de uitoefening van een beroepsactiviteit niet verenigbaar met het statuut van een werkloze met bedrijfstoeslag. Bij werkhervatting zal de werkloze met bedrijfstoeslag de vergoeding van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening dus verliezen. CAO nr. 17 voorziet evenwel in de verdere uitbetaling van de bedrijfstoeslag. Deze bedrijfstoeslag is dus perfect cumuleerbaar met inkomen uit een tewerkstelling in loondienst of als zelfstandige, op voorwaarde dat deze werkhervatting of zelfstandige activiteit plaatsvindt bij een andere werkgever dan deze die de werknemer ontslagen heeft in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

    Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en herstructurering

    Ondernemingen die door de Minister van Werk erkend worden als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, kunnen bepaalde afwijkingen bekomen op de regels die normaal van toepassing zijn inzake het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

    Erkenningscriteria

    Onderneming in moeilijkheden: (de onderneming = de juridische entiteit)

    Onder onderneming in moeilijkheden verstaan we de onderneming die in de jaarrekeningen van de laatste twee boekjaren, die de periode voorafgaan voor dewelke de erkenning gevraagd wordt, een verlies boekt uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belastingen, wanneer voor het laatste boekjaar dit verlies het bedrag van de afschrijvingen en de waardevermindering op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa overschrijdt.

    Indien de onderneming deel uitmaakt van een juridische, economische of financiële entiteit die een geconsolideerde jaarrekening opmaakt, wordt enkel rekening gehouden met de geconsolideerde cijfers.

    Onderneming in herstructurering

    Onder onderneming in herstructurering verstaan we de onderneming die voldoet aan één van volgende voorwaarden:

      1. de onderneming (= de technische bedrijfseenheid, TBE) die een collectief ontslag doorvoert. Elk ontslag dat betrekking heeft op een bepaald aantal werknemers wordt beschouwd als collectief ontslag, namelijk:

      • ten minste 10% van de werknemers in ondernemingen met meer dan 100 werknemers;
      • ten minste 10 werknemers in ondernemingen van meer dan 20 werknemers maar minder dan 100 werknemers;
      • ten minste 6 werknemers in ondernemingen met meer dan 11 werknemers en minder dan 21 werknemers;
      • ten minste de helft van de werknemers in ondernemingen met minder dan 12 werknemers.

      De onderneming dient dit collectief ontslag uit te voeren uiterlijk binnen de 6 maanden die volgen op de datum van erkenning als zijnde een onderneming in herstructurering.

      2. De onderneming (= de juridische entiteit) die, tijdens het jaar dat de aanvraag voorafgaat, een aantal werkloosheidsdagen gekend heeft, dat ten minste gelijk is aan 20% van het totaal aantal dagen aangegeven voor werklieden aan RSZ. 

      Deze bepaling is enkel van toepassing op de ondernemingen waar ten minste 50% van de werknemers met een arbeidsovereenkomst voor werklieden tewerkgesteld worden.

      Doel van de aanvraag tot erkenning

      In het kader van de erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering, kan de werkgever volgende afwijkingen bekomen:

      • een vrijstelling van de vervangingsplicht voor werklozen met bedrijfstoeslag;
      • een verkorting van de opzeggingstermijn of van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode;
      • een verlaging van de leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
      • een vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid voor werklozen met bedrijfstoeslag.

      Vrijstelling van de vervangingsplicht voor werklozen met bedrijfstoeslag

      De onderneming die erkend wordt als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering is niet verplicht om de werklozen met bedrijfstoeslag te vervangen voor zover de opzeggingstermijn of de door opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werknemer (= de toekomstige werkloze met bedrijfstoeslag) begint en eindigt tijdens de geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst, die voorziet in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, en tijdens de periode van erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

      Een aanvraag tot vrijstelling van de vervangingsplicht kan eveneens ingediend worden voor de werklozen in het lopend stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

      Verkorting van de opzeggingstermijn of van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode

      De onderneming kan in haar aanvraag tot erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering een verkorting vragen van de opzeggingstermijn voor de werknemers, ontslagen met het oog op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

      Deze mogelijkheid tot verkorting van de opzeggingstermijn moet vastgelegd worden in een collectieve arbeidsovereenkomst, die bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard werd of goedgekeurd werd door de Minister van Werk.

      De opzeggingstermijn of de door opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werknemer moet beginnen en eindigen binnen de geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst, die voorziet in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, en tijdens de periode van erkenning als zijnde onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

      De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag wordt gesloten.  Die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan 26 weken.

      Verlaging van de leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

      In het kader van een erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering kan een werkgever een verlaging van de leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vragen, zodat de ontslagen werknemer kan toetreden tot het stelsel van werkloosheid vanaf de leeftijd van 60 jaar.

      Deze afwijking van de leeftijd moet vastgelegd zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend verklaard werd bij koninklijk besluit of goedgekeurd werd door de Minister van Werk.

      De opzeggingstermijn of de door opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werknemer moet beginnen en eindigen tijdens de geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst, die voorziet in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, en tijdens de periode van erkenning van de onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

      Wanneer de onderneming een collectief ontslag doorvoert, moet de vereiste minimumleeftijd bereikt zijn op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag.

      Wanner de onderneming erkend is als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, maar geen collectief ontslag heeft aangekondigd, moet de ontslagen werknemer aan het einde van zijn arbeidsovereenkomst de minimumleeftijd bereiken die is vastgesteld in de erkenningsbeslissing en die in de wetgeving van toepassing is op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst.

      Vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid voor werklozen met bedrijfstoeslag

      Ondernemingen die erkend wensen te worden als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering, moeten opdat de betrokken werknemers een aanvraag tot vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid zouden kunnen indienen, een ondernemings-CAO afsluiten met een uitdrukkelijke verwijzing naar de NAR-CAO nr. 154 (indien de begindatum van de gevraagde erkenning zich situeert in de periode van 1 januari 2021 toten met 31 december 2022) of in toepassing van de NAR-CAO nr. 155 (indien de begindatum van de erkenning zich situeert in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023).

      Een verwijzing naar de NAR-CAO nr. 154 is niet vereist indien de ondernemings-CAO is afgesloten tussen 31 december 2020 en 10 september 2021 (datum van publicatie van het KB tot uitvoering van het sociaal akkoord in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de jaren 2021-2022 in het Belgisch Staatsblad).

      Indiening van de aanvraag tot erkenning

      Om een erkenning te verkrijgen als onderneming in moeilijkheden of onderneming in herstructurering moet de werkgever een behoorlijk gemotiveerde aanvraag indienen bij de Minister van Werk.

      Deze aanvraag moet vergezeld zijn van:

      • de nodige documenten die aantonen dat de onderneming voldoet aan de criteria van onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;
      • een collectieve arbeidsovereenkomst tot invoering van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
      • een herstructureringsplan dat een positief actieplan voor vrouwelijke werkneemsters moet omvatten. 

      Ondernemingen die een erkenning aanvragen als onderneming in moeilijkheden en/of herstructurering op basis van de aankondiging van collectief ontslag, moeten bovendien zorgen voor:

      • een overzicht van de pistes inzake arbeidsherverdeling (alternatieve maatregelen voor ontslagen);
      • de in de hierboven bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst vastgelegde regeling inzake afscheidspremies en de toepassingsmodaliteiten ervan, voor werknemers die de onderneming vrijwillig verlaten;
      • de begeleidingsmaatregelen in de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst voor werknemers die met ontslag bedreigd worden:
        • de oprichting van een tewerkstellingscel of de deelname aan een overkoepelende tewerkstellingscel;
        • een aanbod van outplacementbegeleiding dat voldoet aan de minimum kwaliteitsvereisten van CAO nr. 82bis van de Nationale Arbeidsraad. 
      • de nominatieve lijst van de kandidaat werklozen met bedrijfstoeslag en van alle ontslagen werknemers;
      • de  goedkeuring van het outplacementaanbod door de bevoegde gewestelijke overheid(-heden).

      Een onderneming die een aanvraag tot erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering heeft ingediend, kan eveneens een vraag tot vrijstelling van de aangepaste beschikbaarheid indienen voor zover zij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:

      • de onderneming kadert haar aanvraag tot erkenning binnen een herstructureringsplan en toont aan dat ontslagen zijn vermeden;
      • de onderneming toont bij haar aanvraag tot erkenning aan dat daardoor het aantal werknemers dat overgaat naar het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag is verminderd;
      • de onderneming een ondernemings-CAO heeft afgesloten in toepassing (= met een uitdrukkelijke verwijzing naar) van de NAR-CAO’s nr. 154 of nr. 155.

      Voor deze aanvraag tot ministeriële erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden (DOCX, 72.21 KB)of een onderneming in herstructurering (DOCX, 73.97 KB) moet een dossier ingediend worden bij:

      Algemene directie van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen
      FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
      Ernest Blerotstraat 1
      1070 Brussel

      Beslissing

      Indien de gemotiveerde aanvraag alle vereiste elementen bevat, kan de Minister van Werk voor een periode van maximaal twee jaar, de onderneming een erkenning verlenen als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

      Een onderneming in moeilijkheden (zonder aankondiging van een collectief ontslag) wordt erkend voor een periode van maximaal 1 jaar. De onderneming stelt de begindatum van de erkenningsperiode voor.  

      Voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering , die hun voornemen om een collectief ontslag door te voeren hebben meegedeeld, moet de periode van erkenning aanvangen op de dag van de mededeling door de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers van zijn voornemen om een collectief ontslag door te voeren en deze periode kan lopen tot maximaal twee jaar na de betekening van het collectief ontslag door de werkgever aan de gewestelijke tewerkstellingsdienst.

      De Minister van Werk wint vooraf het advies in van de Adviescommissie, hiertoe opgericht bij de Algemene Directie van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.