Startbaanverplichting en verplichting “werkplekleerplaatsen”

Op deze pagina

    In uitvoering van het federaal regeerakkoord 2025-2029 worden in de wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, Titel 4, Hoofdstuk 2, artikelen 125 tot en met 128 de startbaanverplichting en de verplichting van “werkplekleerplaatsen” opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

    Voordien waren alle werkgevers uit de openbare en private sector met een personeelsbestand van minstens 50 werknemers verplicht een bepaald aantal jongeren jonger dan 26 jaar aan te werven volgens een quotum dat werd berekend op basis van hun personeelsbestand op 30 juni van het voorgaande jaar.

    Dit quotum was vastgesteld op:

    • 3 % voor werkgevers uit de profitsector;
    • 1,5 % voor werkgevers uit de non-profitsector en niet-federale overheden.

    Deze verplichting wordt afgeschaft met ingang van 1 januari 2026.

    Let wel, de startbaanovereenkomst voor de tewerkstelling van een jongere tot en met het kwartaal van de 26ste verjaardag blijft bestaan.

    Naast de individuele startbaanverplichting bestond er voor alle werkgevers uit de privésector ook een collectieve startbaanverplichting: de verplichting van “werkplekleerplaatsen”.

    Die verplichting hield in dat alle werkgevers van de privésector, ongeacht hun personeelsbestand, een aantal jongeren van minder dan 26 jaar in dienst moesten hebben of moesten aanwerven dat overeenstemt met 1 % van het globale personeelsbestand.

    Ook die verplichting is afgeschaft vanaf 1 januari 2026.