Preventie van uitval
Op deze pagina
Soms krijgt een werknemer gezondheidsproblemen waardoor verder werken moeilijk wordt. Om te voorkomen dat hij volledig uitvalt, kan hij een beroep doen op de volgende mogelijkheden:
- Rechtstreeks aan de werkgever vragen om een (eventueel tijdelijke) aanpassing van de werkpost of om ander of aangepast werk (art. I.4-36 van de codex);
- Een spontane raadpleging bij de preventieadviseur-arbeidsarts (art. I.4-37 van de codex), die aanbevelingen kan doen aan de werkgever voor aanpassingen van de werkpost of voor ander of aangepast werk.
Vraag aan de werkgever voor aanpassingen aan de werkpost en/of het werk
Wanneer een werknemer merkt dat hij door gezondheidsproblemen zijn werk niet meer goed kan uitvoeren, kan hij aan de werkgever vragen om zijn werkpost aan te passen (bv. een zit-sta-tafel, een ergonomische muis, …) of om (tijdelijk) aangepast en/of ander werk (bv. niet meer tillen, 4/5 werken, dagwerk in plaats van ploegenarbeid, een extra dag telewerk, …) te krijgen. De werknemer hoeft zijn gezondheidsproblemen of zijn vraag om aanpassingen niet te staven met enig (medisch) attest.
Werkgevers kunnen in hun onderneming een vaste referentiepersoon aanduiden bij wie de werknemers deze vraag kunnen indienen (bv. een verantwoordelijke van HR, de directe leidinggevende van de werknemer, de (dis)ability case manager of re-integratiecoach). Dit kan voor werknemers de drempel verlagen om aanpassingen te vragen omdat zij op de hoogte zijn bij wie zij hiervoor laagdrempelig terecht kunnen.
Elke werkgever is verplicht om in het kader van het collectief re-integratiebeleid de mogelijkheden voor ander en/of aangepast werk in zijn onderneming te onderzoeken. Deze mogelijkheden kunnen ook een oplossing bieden in het kader van de preventie van uitval, voor werknemers die dreigen ziek uit te vallen.
Wanneer de werkgever een vraag om aanpassingen van de werknemer ontvangt, onderzoekt hij of hij een oplossing kan bieden aan deze werknemer. Als de werkgever dat nuttig acht, kan hij hierover advies vragen aan één van zijn preventieadviseurs, zoals: de arbeidsarts, de preventieadviseur-ergonoom, de preventieadviseur-psychosociale aspecten, de preventieadviseur-arbeidsveiligheid of de preventieadviseur-arbeidshygiëne. Dit is zeker geen noodzaak, en het is ook niet de bedoeling dat de werkgever systematisch voor elke aanvraag een advies van bv. de arbeidsarts vereist, maar als er bv. meerdere oplossingen mogelijk zijn of als de meest geschikte oplossing een bijkomende expertise vergt, kan de werkgever de preventieadviseur contacteren die hem hierover het beste advies kan geven. Gaat het bv. om een werknemer met een problematiek van MSA (bv. beginnende rugproblemen), kan de aanpassing van de werkpost worden bekeken samen met de preventieadviseur-ergonoom, bv. inzetten van een geschikte tilhulp.
Op basis van de eigen beoordeling en, indien gevraagd, het advies van de preventieadviseur(s), moet de werkgever de werknemer wel informeren over de oplossing die hij wenst aan te bieden. Ook als de werkgever niet kan ingaan op de vraag naar aanpassingen van het werk en/of de werkpost van de werknemer, moet hij de werknemer daarover informeren.
Spontane raadpleging
Elke werknemer kan rechtstreeks, zonder tussenkomst van zijn werkgever, een spontane raadpleging vragen bij de preventieadviseur-arbeidsarts omdat hij gezondheidsklachten heeft waarvan hij denkt dat ze te wijten zijn aan de uitgeoefende werk (bv. gehoorproblemen bij blootstelling aan lawaai, allergieën door contact met bepaalde chemische agentia).
Ook de behandelende arts kan, met akkoord van de werknemer, vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts dat hij de werknemer onderzoekt in het kader van een spontane raadpleging.
De preventieadviseur-arbeidsarts brengt de werkgever op de hoogte van de spontane raadpleging, tenzij de werknemer hier niet mee instemt. Wanneer de werknemer niet wenst dat de werkgever ingelicht wordt, zal hij zich tijdens een verlofperiode moeten aanmelden bij de arbeidsarts.
LET OP: Het is niet aangewezen om een spontane raadpleging te vragen tijdens een periode van (langdurige) ziekte. Als de werknemer tijdens zijn ziekte de arbeidsarts wenst te raadplegen met het oog op een mogelijke werkhervatting in een aangepaste functie, vraagt hij hiervoor best een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting of een re-integratietraject aan.
De preventieadviseur-arbeidsarts beschikt over een termijn van tien werkdagen om de werknemer te onderzoeken. Wanneer de preventieadviseur-arbeidsarts op basis van dit onderzoek oordeelt dat de werknemer arbeidsongeschikt is, moet hij zijn beslissing, alsook zijn aanbevelingen met betrekking tot de voorwaarden voor aanpassing van de werkpost en/of aangepast en/of ander werk noteren op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling (DOCX, 79 KB).
Daarnaast kan de werknemer voor wie in het kader van een re-integratietraject een re-integratieplan werd opgesteld, een spontane raadpleging vragen indien hij van mening is dat alle of een deel van de maatregelen in het re-integratieplan niet meer zijn aangepast aan zijn gezondheidstoestand. De preventieadviseur-arbeidsarts kan dan de maatregelen genomen in kader van het re-integratietraject herbekijken.
- Codex - Boek I - Titel 4 - Maatregelen in verband met het gezondheidstoezicht op de werknemers (PDF, 582.17 KB)
- Formulier voor de gezondheidsbeoordeling (DOCX, 79 KB)
- In de eerste plaats bij de preventieadviseur van de interne en/of de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
- In de tweede plaats bij de bevoegde regionale directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk.
- Over de interpretatie van de regelgeving: schriftelijk bij de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid.