Opstart van het re-integratietraject op initiatief van de adviserend arts van het ziekenfonds

Op deze pagina

    De adviserend arts van het ziekenfonds kan het re-integratietraject laten opstarten met toepassing van de procedure die is opgenomen in titel III, hoofdstuk III, afdeling VIquater van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

    1. De adviserend arts moet ten laatste twee maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid op basis van het medisch dossier van de gerechtigde een eerste inschatting opmaken van diens resterende capaciteiten. Daarbij is het mogelijk dat een werknemer (een gerechtigde die op het ogenblik van deze inschatting verbonden is door een arbeidsovereenkomst) door de adviserend arts wordt geplaatst in categorie 4, d.w.z. dat een werkhervatting mogelijk lijkt te zijn door het aanbieden van aangepast of ander werk (cfr. art. 215decies, §2, 4°): in dat geval zal de adviserend arts doorverwijzen naar de preventieadviseur-arbeidsarts voor het opstarten van een re-integratietraject zoals bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de codex over het welzijn op het werk (art. 215undecies, §1, 3°).
        
    2. Doorverwijzing door de adviserend arts naar de preventieadviseur-arbeidsarts is ook mogelijk op latere datum, zolang het gaat om werknemers (=gerechtigden die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst), nl. 1) als men er bij de eerste inschatting redelijkerwijze van kon uitgaan dat de gerechtigde uiterlijk tegen het einde van de zesde maand arbeidsongeschiktheid spontaan het overeengekomen werk opnieuw kon uitoefenen (= categorie 1), maar na afloop van deze zes maanden is de gerechtigde nog steeds arbeidsongeschikt, en de adviserend arts meent dat werkhervatting mogelijk lijkt te zijn door aangepast of ander werk, en 2) als werkhervatting bij de eerste inschatting nog niet aan de orde was omdat de prioriteit moest uitgaan naar medische diagnose of medische behandeling (= categorie 3), maar n.a.v. de tweemaandelijkse her-evaluatie meent de adviserend arts dat werkhervatting door aangepast of ander werk mogelijk lijkt te zijn voor de gerechtigde.