Thematische toelichtingen over asbest

Op deze pagina

    Voor een uniforme lezing van de regelgeving werden een aantal thematische toelichtingen uitgewerkt.

    Daarnaast heeft de Europese Commissie nieuwe richtsnoeren gepubliceerd om de implementering van deze regelgeving te faciliteren. De tekst van de richtsnoeren kan geraadpleegd worden in het Engels op de website van de Europese Commissie: Guidelines for managing asbestos related health and safety risks at work (PDF, 7,6 MB).

    Titel 3.– Asbest

    Hoofdstuk II Asbestinventaris

    In deze toelichting over de asbestinventaris vindt u meer informatie over expert-asbestinventariseerders, beheer en opvolging van de inventaris, en bouwjaargebonden proportionaliteit.

    Expert-asbestinventariseerders

    Vanaf 22 december 2025 gelden, op basis van het Koninklijk Besluit van 19 december 2025, strengere eisen voor personen die asbest mogen inventariseren in het kader van de bescherming van werknemers tegen blootstelling aan asbest. Deze personen worden aangeduid als expert-asbestinventariseerders.

    Een expert-asbestinventariseerder is:

    • Een bevoegd persoon van een laboratorium dat erkend is voor de identificatie van asbestvezels in materialen, met actuele en grondige kennis van asbestmaterialen, toepassingen in gebouwen en technische installaties, en risicobeheersmaatregelen bij monsterneming.
    • Een preventieadviseur gespecialiseerd in arbeidshygiëne, met dezelfde vereiste kennis en expertise.
    • Een persoon die op basis van andere regelgeving, inclusief gewestelijke wetgeving (bijvoorbeeld: OVAM-asbestdeskundige), bevoegd is verklaard om asbest te inventariseren.

    Een asbestinventaris mag nog steeds intern worden opgesteld, op voorwaarde dat de persoon die inventariseert onder één van de bovenstaande categorieën valt.

    Geldigheid van bestaande inventarissen

    Inventarissen die zijn opgesteld vóór de inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit van 19 december 2025 blijven geldig.

    De asbestinventaris: een dynamisch instrument

    Een asbestinventaris is geen statisch document. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

    •   Het opmaken van de inventaris
    •   Het actualiseren van de inventaris
    •   Het uitbreiden van de inventaris

    De inventaris wordt jaarlijks geactualiseerd via een visuele beoordeling van de toestand van het asbesthoudend materiaal. Actualisering is ook verplicht na elke (al dan niet incidentele) gebeurtenis die de toestand van het materiaal kan wijzigen (bv. schade na een incident, inkapseling), of bij ontdekking van asbesthoudend materiaal dat nog niet in de inventaris was opgenomen.

    Uitbreiding gebeurt vóór de start van werkzaamheden die kunnen leiden tot blootstelling aan asbest. Hierbij worden gegevens toegevoegd over de aanwezigheid van asbest in moeilijk bereikbare delen van gebouwen, machines en installaties. Intact materiaal dat normaal niet wordt beroerd, mag in dit kader worden beschadigd voor monsterneming.

    Let op: Het opmaken en uitbreiden van de inventaris moet gebeuren door een expert-asbestinventariseerder; de actualisering ervan niet.

    Bouwjaargebonden proportionaliteit.

    In de regelgeving ter bescherming van werknemers tegen blootstelling aan asbest werd indertijd bewust geen bouwjaarlimiet opgenomen voor het opstellen van een asbestinventaris. Dit komt doordat er aanwijzingen waren dat ook na het asbestverbod (en dus in overtreding van dit verbod) nog overstocks van asbesthoudende materialen zijn gebruikt. Bovendien omvat de inventaris niet alleen gebouwen, maar ook arbeidsmiddelen. Het is b.v. mogelijk dat een asbesthoudend arbeidsmiddel naar een nieuw gebouw werd overgebracht.

    Het is belangrijk dat de verplichting tot het opstellen van een asbestinventaris proportioneel wordt toegepast. Het asbestverbod werd geleidelijk ingevoerd. In eerste instantie werden de meest gevaarlijke toepassingen verboden. Een belangrijke stap volgde in 1998, toen het vervaardigen en gebruiken van een groot aantal asbesttoepassingen werd verboden. Dit verbod was zo uitgebreid dat men toen eigenlijk al kon spreken van een asbestverbod. Het Koninklijk Besluit van 23 oktober 2001 voerde uiteindelijk een volledig verbod op asbest in, dat van kracht werd op 1 januari 2002 (met uitzondering van enkele zeer specifieke industriële toepassingen, die nog tot 1 januari 2005 werden toegelaten).

    Als pragmatische benadering geldt daarom dat voor gebouwen die na 2001 zijn gebouwd, doorgaans een correcte vermelding van het bouwjaar zal volstaan om aan te tonen dat er bij de constructie geen asbesthoudende materialen zijn gebruikt.

    Indien er ook geen asbestverdachte arbeidsmiddelen of objecten in dit gebouw aanwezig zijn is geen verdere actie vereist.

    Hoofdstuk IV Verbodsbepalingen

    Verbod op gebruik van hogedrukreinigers voor het ontmossen of reinigen van daken met asbestcementen golfplaten of leien.

    Veel asbesthoudende daken op basis van asbestcement golfplaten of leien hebben hun levensduur van 30 tot 50 jaar reeds bereikt of overschreden en zijn verweerd onder invloed van de weersomstandigheden. Door uitloging van de cementmatrix door de weerselementen kunnen asbestvezels losraken of uit de matrix worden verwijderd. Zelfs het gebruik van water met een gewone tuinslang bij het reinigen kan leiden tot het vrijstellen van zeer kleine druppeltjes van de spuitnevel die asbestvezels bevatten en dit kan ook leiden tot contaminatie van oppervlakken in de omgeving met asbestvezels. 

    Asbestcementdaken zijn vaak begroeid met mos en korstmossen. Mos- en korstmosgroei kan ook de vezelvrijgave beperken. Door laboratoriumanalyses worden regelmatig vezels in mos aangetroffen. Het verwijderen van mos kan juist vezels losmaken en verspreiden. Om de mogelijke blootstelling aan asbestvezels te beperken dient verwijderen van het mos vermeden te worden. De beste oplossing is om asbestcementdaken te verwijderen en zeker niet te reinigingen en opnieuw in te kapselen door het aanbrengen van een coating. Immers, bij het beheer van asbesthoudende materialen dient prioriteit gegeven te worden aan verwijdering, zoals bepaald in artikel VI.3-11 van de codex.  

    Verbod op installatie van zonnepanelen op asbestcementen daken

    Een asbest bevattende dakconstructie omvormen tot drager voor zonnepanelen, waarbij de integriteit van het asbestcement wordt aangetast, en er dus zeker een blootstelling plaatsvindt bij de installateurs en later mogelijk ook bij reparateurs, druist volledig in tegen de principes van titel 3 van boek VI van de codex, en wordt dus impliciet verboden door deze titel.

    Blootstelling aan asbestvezels, afkomstig van asbest bevattende voorwerpen, die vóór het in werking treden van het asbestverbod geïnstalleerd en/of in bedrijf waren, moet immers steeds worden vermeden of, indien dat niet mogelijk is, worden geminimaliseerd. Werkzaamheden die doelbewust op asbest bevattende materialen gericht zijn, moeten dus steeds tot doel hebben de blootstelling aan asbest zoveel mogelijk te beperken (op korte termijn door het bijvoorbeeld te fixeren, in te kapselen, te onderhouden om de integriteit ervan te behouden, of op lange termijn door het te verwijderen) of het materiaal te identificeren (monsterneming van het materiaal).

    Dit verbod is eveneens opgenomen in bepaalde gewestelijke milieuwetgeving, zie bijvoorbeeld de website van OVAM: Wat is verboden?.

    Hoofdstuk V Risicobeoordeling

    Niet geschikt voor de beoordeling van risico’s bij asbestwerkzaamheden.

    De Kinney methode wordt door de arbeidsinspectie Toezicht op het welzijn op het werk als ongeschikt beschouwd voor het beoordelen van risico’s bij werkzaamheden waarbij het gevaar van blootstelling aan asbest kan bestaan op basis van artikel VI.3-15 dat verwijst naar de bepalingen artikel VI.2-3 van de codex.

    De Kinney methode is vooral geschikt voor acute risico’s zoals ongevallen en eventueel acute intoxicaties. Ze is echter niet geschikt voor het beoordelen van gezondheidseffecten op lange termijn. Preventiemaatregelen voorgesteld op basis van de Kinney analyse leiden vaak tot enkel preventiemaatregelen voor acute problemen en minder tot risico’s op lange termijn.

    Bovendien voldoet de methode niet aan de voorwaarden die worden gesteld in de bepalingen van artikels VI.3-15 en VI.2-3 van de codex. Zo wordt er geen of onvoldoende rekening gehouden met o.a. de aard, de mate en de duur van de blootstelling van de werknemers aan asbest.

    Hoofdstuk VI Metingen

    Meer informatie over de voorwaarden voor het meetprotocol ter validering van werkmethodes eenvoudige handelingen is beschikbaar in volgende instructies: Voorwaarden meetprotocol ter validering van werkmethodes eenvoudige handelingen (PDF, 114.68 KB).

    Verduidelijkingen omtrent het gebruik van de NBN T96-102 gedurende de overgangsperiode vindt u in de Omzendbrief gebruik NBN T96 102 gedurende overgangsperiode (PDF, 184.57 KB).

    Hoofdstuk VII Algemene maatregelen bij blootstelling aan asbest

    Melding

    Op basis van artikel VI.3-27, §2, derde lid van de codex kan in geval van hoogdringende werken omschreven in hoofdstuk X van boek VI titel 3, in afwijking van het eerste lid waarin een termijn van vijftien kalenderdagen voor de geplande aanvang vermeld staat, een spoedmelding aan de plaatselijke directie TWW worden gedaan. Er is een schriftelijk akkoord van deze directie nodig om de werken met spoed uit te voeren.

    Enkele voorbeelden ter verduidelijking:

    • Een storm raast over het land en blaast een deel van een asbesthoudend golfplaten dak van een onderneming weg. De brandweer wordt opgeroepen en doet de meest urgente verwijderingswerkzaamheden om verder onheil te voorkomen. De rest van het dak dient zo spoedig mogelijk te worden verwijderd. Hiervan dient dan een spoedmelding gedaan te worden aan de plaatselijke directie TWW, in wiens ambtsgebied de site gelegen is.
    • Er treedt een verzakking op de laad- en losplaats van een bedrijfsterrein.  De oorzaak is de breuk van een asbesthoudende rioleringsbuis. Deze gebarsten asbesthoudende rioleringsbuizen dienen zo vlug mogelijk verwijderd te worden en de riolering vervangen.

    In beide voormelde gevallen zullen hoogdringende asbestverwijderingswerken moeten worden uitgevoerd, die via een spoedmelding aan de plaatselijke directie TWW moeten worden gemeld, en waarvoor een schriftelijk akkoord van deze directie nodig is om deze werken met spoed te mogen uitvoeren.

    Deze spoedmelding kan per mail gemeld worden aan de plaatselijke directie TWW, in wiens ambtsgebied de werken worden uitgevoerd. De contactgegevens staan op de website (telefoon, email-adres, adres): Externe directies Toezicht op het Welzijn op het Werk.

    Tijdens de kantooruren (9h00-12h00 en van 14h-16h30) zijn de directiekantoren telefonisch bereikbaar en is er permanentie en kan deze melding ook telefonisch geschieden op het telefoonnummer van de plaatselijke directie TWW. De plaatselijke directie zal deze aanvraag dan met bekwame spoed behandelen en in voorkomend geval een inspecteur ter plaatse sturen.

    Indien de melding buiten de kantooruren gedaan wordt, kan dit per mail geschieden op het emailadres van de plaatselijke directie TWW, die dan de spoedmelding de daaropvolgende werkdag met prioriteit zal behandelen.

    Het oproepnummer van de actieve wachtdienst (Actieve wachtdienst TWW voor aangifte en onderzoek van zeer ernstige arbeidsongevallen buiten de kantooruren), dat buiten de kantooruren, op zaterdag, zon- en feestdagen geactiveerd wordt,  is enkel en alleen bedoeld voor de onmiddellijke telefonische aangifte van dodelijke en zeer ernstige arbeidsongevallen, in de zin van artikel I.6-2,1° en I.6.2,2°a) van de Codex, waarbij men doorverbonden wordt met de inspecteur van wacht, die dan in  functie van de ernst van het arbeidsongeval en inzonderheid op instigatie van de gerechtelijke autoriteiten zal beslissen of hij/zij zich naar de plaats van het ongeval dient te begeven om een onderzoek op te starten en na te gaan of er passende maatregelen genomen zijn om in afwachting van het onderzoek ten gronde door de bevoegde preventiedienst, de veiligheid en gezondheid van de werknemers te kunnen garanderen.

    Algemene technische preventiemaatregelen

    Er worden maatregelen getroffen om het vrijkomen van asbestvezels te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel als technisch haalbaar te beperken. Hierbij wordt de hiërarchie van preventiemaatregelen gevolgd, met het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen – waaronder ademhalingsbescherming – als laatste maatregel.

    Ademhalingsbescherming

    De regelgeving inzake persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), vastgelegd in titel 2 van boek IX van de Codex over het welzijn op het werk, is van toepassing op ademhalingsbescherming. PBM moeten voldoen aan de constructievoorwaarden zoals bepaald in de Europese Verordening 2016/425 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen.

    Ademhalingsbescherming moet worden afgestemd op de stoffen waarvoor bescherming nodig is (in dit geval: asbestvezels), op de drager, de uit te voeren taak en de omgeving waarin het beschermingsmiddel wordt gebruikt. Daarnaast moet het ademhalingsbeschermingsmiddel in goede staat worden gehouden.

    Daarom is het essentieel om een gestructureerd programma te implementeren waarin selectie, gebruik, onderhoud en opleiding zijn opgenomen. Voor dit alles kan de norm NBN EN 529:2006 worden geraadpleegd.  Deze praktijkrichtlijn bevat aanbevelingen voor de keuze, het gebruik, de verzorging en het onderhoud van ademhalingsbeschermingsmiddelen.

    Wat de drager betreft, spelen verschillende factoren een rol. Zo moet de medische geschiktheid voor het dragen van ademhalingsbescherming steeds worden beoordeeld door de preventieadviseur-arbeidsarts.

    Wanneer maskers worden gebruikt die een strakke gezichtsaansluiting vereisen, is het belangrijk dat deze aansluiting correct wordt beoordeeld. Dit gebeurt via een kwantitatieve fit test bij de keuze van het masker en vervolgens jaarlijks. Deze fit test moet uitgevoerd worden door een competente persoon. Daarnaast moet de werknemer vóór elk gebruik een fit check uitvoeren. Meer praktische informatie over deze testen is te vinden in de nieuwe Leidraad van de Europese Commissie alsook op de websites van fabrikanten van ademhalingsbescherming.

    Gezichtsbeharing is niet compatibel met dergelijke maskers, omdat dit een goede afdichting verhindert. Ook bepaalde gelaatskenmerken, zoals uitgesproken littekens of een onregelmatige gelaatsstructuur in het gebied van de gezichtsaansluiting, kunnen een correcte afdichting onmogelijk maken. In dergelijke gevallen moet een alternatief masker worden gekozen dat een vergelijkbaar beschermingsniveau biedt, maar geen strakke gezichtsaansluiting vereist.

    Bij de keuze van ademhalingsbescherming moet ook rekening worden gehouden met het dragen van brillen, contactlenzen of andere dragerspecifieke uitrusting, aangezien deze elementen de pasvorm kunnen beïnvloeden.

    Hoofdstuk IX Maatregelen bij herstel- en onderhoudswerken waar de grenswaarde kan overschreden worden

    In deze toelichting vindt u gedetailleerde informatie over welke werkzaamheden onder dit hoofdstuk  vallen en over aandachtspunten voor het werkplan

    Herstel- en onderhoudswerkzaamheden waarbij verwacht wordt dat de grenswaarde kan worden overschreden

    Wanneer een werkgever in het kader van het beheersprogramma oordeelt dat een activiteit een risico op blootstelling aan asbest kan inhouden, moet dit risico worden aangepakt. Bij deze aanpak krijgt verwijdering steeds de prioriteit.

    Indien het echter noodzakelijk is een gebouw, installatie of uitrusting in stand te houden in afwachting van de later geplande asbestverwijdering, blijft het in beperkte gevallen en onder bepaalde voorwaarden mogelijk herstel- en onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, namelijk wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat deze werkzaamheden een betere bescherming van de werknemers bieden in afwachting van verwijdering, en ze de latere verwijdering niet bemoeilijken.

    Herstelwerkzaamheden zijn werkzaamheden die nodig zijn wanneer een gebouw, installatie of uitrusting defect, beschadigd of buiten werking is.

    Onderhoud verwijst naar routinematige, preventieve of corrigerende handelingen die worden uitgevoerd om schade te voorkomen en de levensduur van een gebouw, installatie of uitrusting te verlengen.

    Voor de uitvoering van herstel- of onderhoudswerkzaamheden kan het nodig zijn een beperkte hoeveelheid asbest of asbesthoudende materialen te verwijderen.

    Voorbeelden:

    1. Herstelling van een (deel van de) waterleiding in asbestcement.
    2. Herstel van een gebarsten golfplaat van asbestcement.
    3. Onderhoud van een lift.
    4. Onderhoud van een verwarmingsketel.
    5. Werkzaamheden aan een carrosserie waarvan de verf sporen van asbest bevat.

    Vanzelfsprekend moeten hierbij de algemene en specifieke preventiemaatregelen, zoals opgesomd in de regelgeving, strikt worden toegepast.

    Werkplan

    Voor alle werkzaamheden waarbij verwacht wordt dat de grenswaarde voor blootstelling aan asbest kan worden overschreden, moet de werkgever vóór de uitvoering ervan een werkplan opstellen. Dit geldt in elk geval voor de herstel- en onderhoudswerkzaamheden bedoeld in hoofdstuk IX, en de sloop- en verwijderingswerken van asbest of asbesthoudend materiaal, bedoeld in hoofdstuk X van boek VI, titel 3 van de codex.

    Het werkplan moet de te nemen maatregelen vermelden, en  de informatie bevatten die nodig is om de veiligheid en gezondheid van de werknemers te waarborgen.

    Het werkplan moet dus gezien worden als een praktisch hulpmiddel of werkinstrument voor de werknemer(s) om ervoor te zorgen dat blootstelling aan asbestvezels tijdens de werkzaamheden wordt vermeden of, indien onvermijdelijk, tot een minimum wordt beperkt.

    Daarom moet het werkplan aanwezig zijn op de betrokken werkplaats/werf, en te allen tijde raadpleegbaar zijn door de werknemers, het Comité en de inspecteurs van TWW.

    Inspecteurs van TWW kunnen op elk moment, zelfs vóór de aanvang van de werkzaamheden, een kopie van dit werkplan opvragen.

    Let op! Het werkplan mag uitsluitend informatie bevatten die relevant is voor de betrokken werf en de voor die werf geplande werkzaamheden; en dus geen informatie over andere herstel-, onderhouds- of verwijderingstechnieken die niet op de betrokken werf zullen toegepast worden. 

    Het opstellen van het werkplan omvat ten minste de volgende stappen:

    • een voorafgaand bezoek aan de plaatsen waar de werken zullen plaatsvinden;
    • de identificatie en lokalisatie van het asbest en/of de asbesthoudende materialen;
    • de risicobeoordeling;
    • de keuze van de werkmethodes;
    • de uitwerking van het eigenlijke werkplan en de instructies voor de werknemers, aangepast aan de specifieke omstandigheden van de werf.

    Het werkplan omvat minimaal:

    • de aard, opeenvolging en duur van de activiteiten;
    • een schema met de lokalisatie van het asbest en/of asbesthoudende materialen;
    • de werkmethodes en instructies (inclusief verbodsbepalingen) voor de werknemers, afgestemd op het specifieke karakter van de werf en betrekking hebbend op alle fasen van de uitvoering;
    • de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals onder meer isolatie, ventilatie, afzuiging, bevochtiging en ademhalingsbescherming);
    • de eigenschappen van de uitrusting voor ontsmetting en bescherming van werknemers (onder meer de ter beschikking gestelde sanitaire installaties) en de bescherming van eventueel andere aanwezige personen;
    • de procedure om na afloop van de werkzaamheden aan te tonen dat er geen asbestrisico meer aanwezig is (visuele controle, luchtmetingen, enz.).

    Het werkplan moet nauwgezet gevolgd worden. Indien tijdens de uitvoering blijkt dat er om technische of veiligheidsredenen van het plan moet worden afgeweken, moet dit uitvoerig gemotiveerd worden in een aanvulling bij het werkplan.

    Hoofdstuk X Maatregelen bij sloop- en verwijderingswerken van asbest of asbesthoudende materialen

    De opleiding van werknemers, belast met sloop- en verwijderingswerken van asbest, is uitgebreider dan de standaardopleiding en moet door een extern organisme worden gegeven.

     

    Basisopleiding

    Bijscholing

    Hermetische zone en

    Couveusezakken

    Min. 32 u

    Min. 8 u

    Eenvoudige handelingen

    Min. 8 u

    Min. 8 u

    Vorm

    ½ theoretisch en ½ praktisch

    ½ theoretisch en ½ praktisch

    Evaluatie van de deelnemer Ja In voorkomend geval

    Document

    Getuigschrift

    Bewijs van deelname

    Opleidingen gegeven door opleiders/ opleidingscentra in het buitenland

    Buitenlandse ondernemingen die werkzaamheden in België uitvoeren, moeten de Belgische regelgeving naleven. Hun werknemers zijn dus eveneens verplicht de door deze regelgeving voorgeschreven opleiding te volgen.

    In het buitenland gevolgde opleidingen met een gelijkwaardige inhoud worden aanvaard, op voorwaarde dat een aanvullende opleiding wordt verstrekt over de Belgische reglementering (artikel VI.3-37, punt 10 van de codex).

    Het opleidingscentrum moet voldoen aan de Belgische regelgeving, met inbegrip van de voorwaarden vermeld in artikel VI.3-71 van de codex, en moet bijgevolg opgenomen zijn in de lijst van organisatoren van opleidingen en bijscholingen inzake asbestverwijdering.

    Bijscholing

    Het onderscheid tussen de basisopleiding en de bijscholing wordt in de regelgeving duidelijk benadrukt. Het was niet de bedoeling van de wetgever dat dezelfde opleiding systematisch herhaald zou worden.

    De eerste opleiding, die gevolgd moet worden voordat de werknemer asbestverwijderingswerken uitvoert, is een basisopleiding. De daaropvolgende opleidingen zijn bijscholingen, wat betekent dat ze lacunes in de bestaande kennis moeten opvullen, onderwerpen uit de basisopleiding moeten actualiseren of verdiepen, of nieuwe kennis moeten introduceren (bijvoorbeeld het gebruik van nieuwe producten, technieken of werkmethoden).
    Aangezien het correcte gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen op het terrein vaak te wensen overlaat, vragen wij dat deze module systematisch wordt opgenomen in de bijscholingen.

    Daarnaast is blootstelling aan asbest nooit een geïsoleerd risico. Naast het risico op blootstelling aan asbest moeten ook andere risico’s die verband houden met asbestverwijderingswerken — en in het bijzonder het beheer van eventuele conflicten tussen de preventiemaatregelen voor deze verschillende risico’s — in deze opleidingen aan bod komen (bijvoorbeeld het valrisico bij het verwijderen van golfplaten in asbestcement).

    Dieper ingaan op andere risico’s, die specifiek zijn voor het beroep van de deelnemers, in verband met asbestverwijderingswerken, kan eveneens deel uitmaken van de bijscholing, op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van het verwerven van vaardigheden om werknemers te beschermen tegen blootstelling aan asbest.

    Opleidingscentra

    Opleidingscentra moeten zowel de basisopleiding als de bijscholing aanbieden, maar dit hoeft niet voor alle drie de technieken.

    Bijvoorbeeld: een opleidingscentrum kan ervoor kiezen om uitsluitend opleidingen voor eenvoudige handelingen, gericht op dakwerkers die asbestcementdaken verwijderen, te organiseren.

    Titel 4.– Specifieke bepalingen voor ondernemingen die die sloop- of verwijderingswerkzaamheden uitvoeren waarbij asbest kan vrijkomen (lijstsysteem en erkenning)

    Reikwijdte van de bepalingen rond het lijstsysteem en de erkenningen

     Artikel I.1, 1° van het Belgische Wetboek van Economisch Recht definieert ‘onderneming’ als volgt:

    Onderneming: elk van de volgende organisaties:
    a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
    b) iedere rechtspersoon;
    c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid

    Wat in het geval van zelfstandige ondernemingen: dienen zelfstandige ondernemingen, waarbij de zelfstandig aannemer, zelf de sloop- en verwijderingswerken van asbest of asbesthoudende materiaal, zonder hiervoor beroep te doen op werknemers eveneens te zijn erkend overeenkomstig titel 4 van boek VI van de Codex, idem voor wat het uitvoeren van de eenvoudige handelingen betreft, die door de zelfstandig aannemer zelf worden uitgevoerd zonder hiervoor beroep te doen op werknemers, te zijn opgenomen in de lijst?

    Het antwoord op deze vraag is ja, in zoverre deze werken betrekking hebben op plaatsen waar werknemers, worden of kunnen worden blootgesteld aan asbest.

    Immers voor wat sloop en verwijderingswerken betreft, (waarbij belangrijke hoeveelheden asbest kunnen vrijkomen) stelt artikel 6bis van de welzijnswet in samenhang met artikel VI.3-50 van de Codex  dat deze ondernemingen moeten erkend zijn overeenkomstig hoofdstuk I van titel 4 van boek VI en waarbij het toepassingsgebied van titel 3 inzake asbest eveneens van toepassing gemaakt wordt op erkende en op de in de lijst opgenomen ‘ondernemingen’, onafgezien of deze ondernemingen ressorteren onder het reguliere toepassingsgebied van werkgevers, die werknemers tewerkstellen.

    Hetzelfde geldt voor ondernemingen die eenvoudige handelingen toepassen: uit art. VI.3-50, tweede lid, en het toepassingsgebied het toepassingsgebied van titel 3 van boek VI volgt dat een zelfstandig verwijderaar die eenvoudige handelingen toepast op de desbetreffende lijst zal moeten zijn opgenomen, wil de zelfstandig aannemer deze werken uitvoeren op plaatsen waar werknemers worden of kunnen worden blootgesteld.

    Hierbij is het van belang dat deze mogelijke blootstelling van werknemers, niet alleen betrekking heeft op de werknemers, die zich simultaan op de arbeidsplaats zouden kunnen bevinden op het moment van de verwijderingswerken, doch ook op werknemers die na de verwijderingswerken, werkzaamheden zouden verrichten

    Dit gebeurt in uitvoering van artikel 15 van Richtlijn (EU) 2023/2668, dat ondernemingen – ongeacht of zij personeel hebben – verplicht om vóór de start van sloop- of asbestverwijderingswerkzaamheden een vergunning van de bevoegde autoriteit te verkrijgen.

    Enkele voorbeelden ter illustratie:

    • Een zelfstandig verwijderaar, die bij een particulier een asbesthoudend dak verwijdert, waarna eveneens een zelfstandig dakwerker, zonder tussenkomst van personeel, een nieuw dak legt: opname van de zelfstandig verwijderaar eenvoudige handelingen op de lijst is niet verplicht.
    • De dakwerken, werden uitgevoerd door dezelfde zelfstandige verwijderaar, doch bijgestaan door één of meerdere van zijn werknemers: verplichte opname op de lijst en moet zich uiteraard ook strikt aan de bepalingen van titel 3 van boek VI houden.
    • Diezelfde verwijderaar gaat de stal van een zelfstandige landbouwer zonder personeel in dienst verwijderen, waarna een nieuw dak wordt gelegd, waarvoor beroep gedaan wordt op 3 onderscheiden aannemers voor respectievelijk het dak-, zink- en schrijnwerk, waarbij het werk telkens door ploegen van 2 werknemers worden uitgevoerd: verplichte opname op de lijst.