Vergoeding wegens collectief ontslag
Op deze pagina
Vergoeding wegens collectief ontslag
De werkgever is verplicht bij collectief ontslag een bijzondere vergoeding uit te betalen aan de werknemers waarop dit collectief ontslag betrekking heeft. Deze vergoeding heeft tot doel de gevolgen van het collectief ontslag enigszins te verzachten. De regels betreffende deze vergoeding zijn terug te vinden in CAO nr. 10 van 8 mei 1973, gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, betreffende het collectief ontslag.
Definities en toepassingsgebied
Voor het toepassingsgebied en de definities die voor deze regeling gelden, kan in beginsel verwezen worden naar die welke gelden voor de informatie- en raadplegingsprocedure (zie betrokken deel van deze module).
Er zijn evenwel enkele verschillen :
Zo wordt de term "collectief ontslag" gedefinieerd als elk ontslag om economische of technische redenen dat in de loop van een ononderbroken periode van 60 dagen tenminste het volgende aantal werknemers treft :
| ondernemingen die 20 tot 59 werknemers tewerkstellen | 6 |
| ondernemingen die tenminste 60 werknemers tewerkstellen | 10 % van de gemiddelde tijdens het kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat tewerkgestelde personeelssterkte |
Verder geldt deze regeling van de vergoeding wegens collectief ontslag enkel voor ondernemingen waar, gedurende het kalenderjaar dat het collectief ontslag voorafgaat, gemiddeld tenminste 20 werknemers waren tewerkgesteld. Dit gemiddeld aantal werknemers wordt berekend op basis van de aangiften (per kwartaal) bij de RSZ.
Tenslotte worden een aantal categorieën van werknemers van het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst uitgesloten :
- de werknemers, aangeworven voor een bepaalde duur of voor een bepaald werk;
- de werklieden uit het bouwbedrijf;
- de werknemers bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 23 maart 2007 tot uitvoering van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen, met uitzondering van de werklieden, werksters en leerlingen die ressorteren onder het paritair comité voor de diamantnijverheid en -handel.
Voor de werklieden uit het bouwbedrijf en de werknemers bedoeld in artikel 1 van het voormeld K.B. van 20 september 1967 kunnen op het vlak van de sector bijzondere modaliteiten worden vastgesteld.
Bovendien kunnen collectieve overeenkomsten, gesloten op het vlak van de sector, eventueel andere categorieën werknemers van het toepassingsgebied van deze overeenkomst uitsluiten.
Vergoeding
Bij collectief ontslag ontvangen de bij deze overeenkomst bedoelde werknemers, bovenop de werkloosheidsuitkeringen waarop zij recht hebben, een "vergoeding wegens collectief ontslag" ten laste van hun werkgever. Het bedrag van deze vergoeding is gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de werkloosheidsuitkeringen waarop deze werknemers aanspraak kunnen maken.
Met de voormelde werknemers worden gelijkgesteld :
- de werkloze werknemers die, om redenen onafhankelijk van hun wil, van het genot van de werkloosheidsuitkeringen zijn uitgesloten; voor hen is het bedrag van de vergoeding gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de werkloosheidsuitkeringen waarop deze werknemers aanspraak hadden kunnen maken;
- de werknemers die een nieuwe betrekking bekleden waarvoor zij een loon ontvangen dat lager ligt dan het loon dat zij voordien verdienden; voor hen is het bedrag van de vergoeding gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en het totaal van de netto-inkomsten verkregen uit hoofde van de nieuwe betrekking;
- de werknemers die een beroepsopleiding voor volwassenen doorlopen en een vergoeding ontvangen die lager ligt dan het loon dat zij voordien verdienden; voor hen is het bedrag van de vergoeding gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en het totaal van de netto-inkomsten verkregen uit hoofde van de beroepsopleiding.
Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon begrensd tot 4.319,19 EUR (per 1 januari 2026) en verminderd met de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Voor de regels inzake de berekening van het brutoloon, kan verwezen worden naar artikel 10 van CAO nr. 10 van 8 mei 1973 van de NAR.
De vergoeding is verschuldigd gedurende een periode van vier maanden die aanvangt daags na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of eventueel daags na het verstrijken van de periode die door een opzeggingsvergoeding is gedekt. Wanneer de opzeggingstermijn die de werknemers geniet evenwel drie maanden overtreft of wanneer de verbrekingsvergoeding overeenstemt met een opzeggingstermijn die drie maanden overtreft, zal de periode van vier maanden worden verminderd met de duur waarmee de opzeggingstermijn de derde maand overtreft.
De vergoeding is niet verschuldigd aan de werknemers die genieten van :
- de wettelijke uitkeringen voorzien in geval van sluiting van ondernemingen (zgn. "sluitingsvergoeding");
- de wederaanpassingshulp toegekend in toepassing van het E.G.K.S.-Verdrag;
- de bijzondere ontslagvergoedingen toegekend aan bepaalde categorieën van beschermde werknemers (personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk + vakbondsafgevaardigden).
De bijkomende voordelen, toegekend op grond van collectieve overeenkomsten of akkoorden gesloten op het niveau van de onderneming of van de sector, worden afgetrokken van het bedrag van de vergoeding voor collectief ontslag. Bijgevolg is deze overeenkomst niet van toepassing voor werknemers waarop collectieve overeenkomsten of akkoorden van toepassing zijn die in gelijkwaardige of hogere voordelen voorzien dan deze bepaald in onderhavige overeenkomst.