Gezondheidstoezicht tijdens de coronacrisis

De opschorting van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen tot de pandemie in België onder controle is

In overleg met de werkgever zal de interne of de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk de uitvoering van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen die de werknemers normalerwijze hadden moeten ondergaan tijdens de periode van verstrengde maatregelen ter bestrijding van het Coronavirus Covid-19, opschorten.

Zowel de periodieke gezondheidsbeoordeling, zijnde een anamnese en een algemeen klinisch onderzoek, als de aanvullende medische handelingen (met uitzondering van de medische vragenlijsten) vereisen een nauw fysiek contact tussen de preventieadviseur-arbeidsarts en/of de verpleegkundige enerzijds en de werknemer anderzijds. Deze gezondheidsbeoordelingen en aanvullende medische handelingen kunnen ons inziens niet vervangen worden door een telefonische consultatie of een videoconsultatie tussen de preventieadviseur-arbeidsarts (of de verpleegkundige) en de werknemer, aangezien de preventieadviseur-arbeidsarts op dat moment over te weinig elementen beschikt om een beslissing te nemen over de geschiktheid of de ongeschiktheid van de werknemer.

Ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de preventieadviseurs-arbeidsartsen, hun (verpleegkundig) personeel en de werknemers werd dan ook beslist om het fysieke contact tussen de preventieadviseur-arbeidsarts en de werknemers van de interne of externe dienst enerzijds en de werknemers anderzijds te verminderen door de uitvoering van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen op te schorten voor de duur van de crisis.

Het is in elk geval niet mogelijk om het periodiek gezondheidstoezicht uit te voeren bij werknemers van wie de arbeidsovereenkomst werd geschorst op basis van overmacht (dit is het geval voor werknemers die tijdelijk werkloos zijn). Een werknemer kan immers maar onderworpen worden aan een periodieke gezondheidsbeoordeling of een aanvullende medische handeling tijdens de werkuren. Iedere oproeping om te verschijnen voor het departement of de afdeling belast met het medisch toezicht tijdens de periode dat de arbeidsovereenkomst is geschorst, is nietig (artikel I.4-11 van de codex).

Eventueel kunnen de externe diensten tijdens deze periode wel verdergaan met de afname van de medische vragenlijsten in het kader van het periodiek gezondheidstoezicht indien deze door de werknemer van op afstand (bv. via internet) kunnen ingevuld worden. Artikel I.4-30, §1, 2°, a) van de codex bepaalt dat er ook voor wat betreft de medische vragenlijsten een persoonlijk onderhoud moet zijn tussen de arbeidsarts of verpleegkundige en de werknemer. Deze verplichting heeft als doel om de werknemer bij te staan bij het invullen van de vragenlijst of om deze nadien met hem te overlopen zodat kan worden nagegaan of de werknemer alles goed heeft begrepen en om het vertrouwen van de werknemer in de dienstverlening en de betrouwbaarheid van deze dienstverlening te versterken. Tijdens de periode van verstrengde maatregelen kan dit doel niet integraal worden bereikt. Het kan toch zinvol zijn om door een telefonisch gesprek of een videogesprek tussen de arbeidsarts of verpleegkundige en de werknemer inlichtingen te verkrijgen die relevant kunnen zijn voor de bescherming van de gezondheid van de werknemer. Deze vragenlijsten kunnen echter enkel afgenomen worden bij werknemers van wie de arbeidsovereenkomst niet werd geschorst (door ziekte, overmacht, …dus in elk geval niet tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid).

Het is in elk geval uitgesloten dat een preventieadviseur-arbeidsarts die een bevraging doet van de werknemer op afstand dit zou kunnen beschouwen als een periodieke gezondheidsbeoordeling. Hier kan dan ook op geen enkele manier een formulier voor de gezondheidsbeoordeling met een beslissing inzake geschiktheid of ongeschiktheid uit voortvloeien.

Voor de werknemers die tijdens de periode van verstrengde maatregelen normalerwijze een periodieke gezondheidsbeoordeling en/of aanvullende medische handelingen zouden moeten ondergaan, zal bij koninklijk besluit een regeling worden uitgewerkt om de wettelijk voorziene termijnen met deze periode te verlengen. Op die manier kan de werkgever deze werknemers blijven tewerkstellen aan hun functie of werkpost, ondanks hetgeen bepaald is in artikel I.4-12 van de codex. Het zal immers niet haalbaar zijn om alle uitgestelde periodieke gezondheidsbeoordelingen en aanvullende medische handelingen onmiddellijk na de opheffing van de door de Nationale Veiligheidsraad afgekondigde maatregelen uit te voeren.

Medische onderzoeken die nog moeten uitgevoerd worden en de vervanging van fysieke consultaties door telefonische of videoconsultaties

Het is van belang dat de werknemers die aan het werk blijven, voldoende ondersteuning kunnen krijgen van de preventieadviseur-arbeidsarts, en dat werkgevers ook in staat blijven om hun onderneming op een veilige wijze te laten functioneren. De volgende gezondheidsbeoordelingen moeten daarom in de mate dat ze gevraagd worden door de werkgever of de werknemer, uitgevoerd worden door de preventieadviseur-arbeidsarts:

  • Voorafgaande gezondheidsbeoordelingen
  • Onderzoeken bij werkhervatting
  • Spontane raadplegingen
  • Onderzoeken in kader van moederschapsbescherming (aangepast of ander werk, werkverwijdering)
  • Vervallen van rijgeschiktheidsattest

Aangezien de preventieadviseur-arbeidsarts bij de voorafgaande gezondheidsbeoordeling en bij het onderzoek bij werkhervatting altijd een beslissing moet nemen over de geschiktheid of de ongeschiktheid van de werknemer voor zijn functie, kunnen deze gezondheidsbeoordelingen enkel uitgevoerd worden door de preventieadviseur-arbeidsarts in fysieke aanwezigheid van de werknemer. Om deze beslissing te kunnen nemen, heeft de preventieadviseur-arbeidsarts naast de informatie die hij verkrijgt door de werknemer te bevragen, immers ook de resultaten van een klinisch onderzoek nodig. Hierbij komt dat de preventieadviseur-arbeidsarts bij een voorafgaande gezondheidsbeoordeling de werknemer en diens antecedenten niet kent (wat voor de Orde der Artsen een eerste vereiste is om teleconsultaties in uitzonderlijke omstandigheden toe te laten). Om te kijken of het opportuun is om een fysiek onderzoek bij werkhervatting uit te voeren, kan de arbeidsarts eventueel voorafgaand contact nemen met de werknemer. Indien hieruit blijkt dat de aard van de afwezigheid niet van die aard is dat er een probleem mag verwacht worden bij het hervatten (na verwijdering zwangerschap/borstvoeding, ingreep zonder complicaties, volledig herstel en klachtenvrij zonder nabehandeling,…), dan kan hij op basis hiervan oordelen dat er geen tegenindicaties op basis van een telefonisch onderhoud konden vastgesteld worden om het werk te hernemen in rubriek F.

Ook de onderzoeken die door de werknemers worden gevraagd in het kader van de toekenning of de verlenging van het rijgeschiktheidsattest, vereisen een fysieke consultatie van de preventieadviseur-arbeidsarts. Dit rijgeschiktheidsonderzoek bestaat namelijk uit een algemene bevraging, opgelegd door het KB en uit een algemeen klinisch onderzoek (met uitgebreid oogonderzoek) door een preventieadviseur-arbeidsarts. Die checkt of de bestuurder voldoet aan de wettelijke bepaalde normen voor fysieke en geestelijke geschiktheid. De rijgeschiktheidsonderzoeken lenen zich dus niet tot een onderzoek op afstand via telefoon of videoverbinding.

Uiteraard is het hierbij noodzakelijk dat de preventieadviseur-arbeidsarts die in het kader van een gezondheidsbeoordeling een medisch onderzoek uitvoert bij een werknemer voldoende beschermingsmaatregelen (hygiënische maatregelen, gebruik van PBM) neemt om het risico op besmetting door het coronavirus tot een minimum te beperken. Ook moeten de maatregelen van social distancing in de mate van het mogelijke gehandhaafd worden, zeker in de wachtzaal (bv. door het inplannen van de afspraken opdat er zo weinig mogelijk werknemers tegelijk in de wachtzaal zitten).

Spontane raadplegingen vereisen niet altijd dat de preventieadviseur-arbeidsarts een beslissing neemt over de geschiktheid van de werknemer. De preventieadviseur-arbeidsarts kan mits voorafgaand akkoord van de werknemer, beslissen om hierover een gesprek te voeren via de telefoon of via een videoverbinding. Uiteraard kan hij ook ter plaatse gaan indien een gesprek via telefoon of videoverbinding moeilijk blijkt. In dat geval moet de preventiemaatregel van social distancing zo goed als mogelijk toegepast worden. De preventieadviseur-arbeidsarts moet wel, wanneer hij tijdens dit gesprek merkt dat de werknemer mogelijk niet meer in staat lijkt om zijn werk verder uit te voeren, deze werknemer ofwel alsnog aan een gezondheidsbeoordeling onderwerpen, ofwel hem aanraden om naar huis te gaan en contact op te nemen met zijn behandelend arts (dat kan bv. wanneer hij vermoedt dat de werknemer besmet is met het coronavirus).
Ook de raadplegingen die niet beogen de medische geschiktheid na te gaan, kunnen telefonisch of via videoverbinding plaatsvinden indien mogelijk.

Tot slot  kunnen ook de onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming via een telefonische of een videoconsultatie worden uitgevoerd. De preventieadviseur-arbeidsarts heeft immers al kennis van de gezondheidsrisico’s waaraan de werkneemster tijdens haar werk wordt blootgesteld aangezien hij meewerkt aan de risicoanalyse die de werkgever in het kader van moederschapsbescherming opstelt. Op basis van de resultaten van de risicoanalyse en de informatie die hij krijgt via een gesprek met de werkneemster, kan de preventieadviseur-arbeidsarts een beslissing nemen met het oog op de bescherming van de zwangere werkneemster.

Als er gebruik wordt gemaakt van teleconsultatie in de situaties waarin dit toegelaten is, dient dit wel steeds te worden vermeld in vak F op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling en in het gezondheidsdossier van de werknemer. Verder kan de preventieadviseur-arbeidsarts in vak F van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling op basis van de teleconsultatie nog voorstellen formuleren om de werkpost aan te passen.

Verder is er de mogelijkheid om bepaalde van de hierboven opgesomde contacten te vervangen door consultaties via telefoon of videoverbinding, maar dit geldt zolang de verstrengde maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, van kracht blijven in België. Wanneer de situatie terug genormaliseerd is, zullen de spontane raadplegingen, de bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting en de onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming terug moeten uitgevoerd worden in fysieke aanwezigheid van de werknemers. Het is niet de bedoeling dat deze verandering van werkwijze bestendigd wordt wanneer de pandemie onder controle is: een dergelijke aanpassing van het gezondheidstoezicht vraagt immers een meer diepgaande analyse en een wijziging van de bepalingen van de codex over het welzijn op het werk waarbij ook de sociale partners moeten betrokken worden.

Hernemen van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen

Sinds 4 mei 2020 is men gestart met de exit-strategie voor de coronacrisis, waarbij stapsgewijs de beperkende maatregelen uit het MB van 23 maart 2020 worden versoepeld. Het betekent ook dat er steeds meer werknemers uit niet-essentiële sectoren terug aan de slag zijn gegaan indien zij hun activiteiten hebben gestopt.

Ook het gezondheidstoezicht op de werknemers, zoals periodieke onderzoeken en aanvullende en/of tussentijdse handelingen, zal dan ook opnieuw kunnen worden opgestart, mits het nemen van de gepaste voorzorgsmaatregelen om het verspreiden van het virus te voorkomen. Ook re-integratieonderzoeken zijn terug mogelijk. De concrete opstart zal uiteraard afhankelijk zijn van de planning en organisatiemogelijkheden van de dienst. De voorzorgsmaatregelen zullen ook het vlot verloop vertragen.

De onderzoeken kunnen misschien ook niet in alle omstandigheden, zoals in lokalen van bedrijven, uitgevoerd worden.

Naast de voorzorgsmaatregelen worden de volgende principes gehanteerd:

  • De uitvoering van de onderzoeken die tijdens de quarantaine moesten verdergezet worden (Voorafgaande gezondheidsbeoordeling, Onderzoek bij werkhervatting, Spontane raadpleging, Moederschapsbescherming en Rijgeschiktheid) worden maximaal uitgevoerd.
  • Risicovolle technische onderzoeken of niet-essentiële onderzoeken waarbij het risico op besmetting van de apparatuur of overdracht naar werknemers verhoogd is, worden best vermeden (bijvoorbeeld spirometrie).
  • Het is mogelijk om in afspraak met de werkgever en/of de preventieadviseur van de onderneming na te gaan welke onderzoeken en/of aanvullende medische handelingen bij voorrang moeten worden verricht, gelet op de achterstand ten gevolge van de coronacrisis. Indien er een comité is, worden de leden hierover ingelicht. Het kan bijvoorbeeld gaan om werknemers die eerder een afwijkende geschiktheid kregen op het formulier voor gezondheidsbeoordeling of waarbij aanbevelingen staan vermeld of waarvan de geldigheid een kortere periode betreft of werknemers die klachten hadden of afwijkende resultaten bij de aanvullende medische handelingen. Ook de mate van blootstelling en de risico’s verbonden aan de uitoefening van bepaalde functies kan een criterium zijn. De verlenging van de periodiciteit die vorig jaar van kracht werd, kan hierbij ook helpen indien werknemers vorig jaar nog een periodieke gezondheidsbeoordeling hebben ondergaan. De onderzoeken kunnen dan ook beperkt worden tot de aanvullende medische handelingen.
  • Zolang de beperkende maatregelen van het MB van 23 maart 2020 van kracht blijven kan in situaties waarbij het niet strikt noodzakelijk is een werknemer fysiek te zien of te onderzoeken, gebruik worden gemaakt van teleconsultaties. Dit kan bijvoorbeeld ook nog voor het afnemen van vragenlijsten als aanvullende medische handeling indien geen andere handelingen moeten uitgevoerd worden. Eventueel beslissingen en aanbevelingen die worden genomen op het formulier van gezondheidsbeoordeling vermelden dan in vak F dat het onderzoek op die wijze verlopen is. De werknemer heeft steeds de mogelijkheid om de arbeidsarts te zien indien hij dit wenst.
  • Uiteraard worden geen onderzoeken gedaan bij werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst geschorst is of die dienstvrijstelling hebben.

In nota van 20 mei 2020 van de Algemene Directie Toezicht op het welzijn op het werk aan de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk over de werking en dienstverlening van de afdelingen medisch toezicht in COVID19-crisis (PDF, 393.56 KB) vindt u een overzichtstabel met de maatregelen in het kader van de uitvoering van het gezondheidstoezicht.

Meer informatie