Gezondheidstoezicht tijdens de coronacrisis

Hernemen van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen

Sinds 4 mei 2020 is men gestart met de exit-strategie voor de coronacrisis, waarbij stapsgewijs de beperkende maatregelen uit het MB van 23 maart 2020 worden versoepeld. Het betekent ook dat er steeds meer werknemers uit niet-essentiële sectoren terug aan de slag zijn gegaan indien zij hun activiteiten hebben gestopt.

Ook het gezondheidstoezicht op de werknemers, zoals periodieke onderzoeken en aanvullende en/of tussentijdse handelingen, zal dan ook opnieuw kunnen worden opgestart, mits het nemen van de gepaste voorzorgsmaatregelen om het verspreiden van het virus te voorkomen. Ook re-integratieonderzoeken zijn terug mogelijk. De concrete opstart zal uiteraard afhankelijk zijn van de planning en organisatiemogelijkheden van de dienst. De voorzorgsmaatregelen zullen ook het vlot verloop vertragen.

De onderzoeken kunnen misschien ook niet in alle omstandigheden, zoals in lokalen van bedrijven, uitgevoerd worden.

Naast de voorzorgsmaatregelen worden de volgende principes gehanteerd:

  • De uitvoering van de onderzoeken die tijdens de quarantaine moesten verdergezet worden (Voorafgaande gezondheidsbeoordeling, Onderzoek bij werkhervatting, Spontane raadpleging, Moederschapsbescherming en Rijgeschiktheid) worden maximaal uitgevoerd.
  • Risicovolle technische onderzoeken of niet-essentiële onderzoeken waarbij het risico op besmetting van de apparatuur of overdracht naar werknemers verhoogd is, worden best vermeden (bijvoorbeeld spirometrie).
  • Het is mogelijk om in afspraak met de werkgever en/of de preventieadviseur van de onderneming na te gaan welke onderzoeken en/of aanvullende medische handelingen bij voorrang moeten worden verricht, gelet op de achterstand ten gevolge van de coronacrisis. Indien er een comité is, worden de leden hierover ingelicht. Het kan bijvoorbeeld gaan om werknemers die eerder een afwijkende geschiktheid kregen op het formulier voor gezondheidsbeoordeling of waarbij aanbevelingen staan vermeld of waarvan de geldigheid een kortere periode betreft of werknemers die klachten hadden of afwijkende resultaten bij de aanvullende medische handelingen. Ook de mate van blootstelling en de risico’s verbonden aan de uitoefening van bepaalde functies kan een criterium zijn. De verlenging van de periodiciteit die vorig jaar van kracht werd, kan hierbij ook helpen indien werknemers vorig jaar nog een periodieke gezondheidsbeoordeling hebben ondergaan. De onderzoeken kunnen dan ook beperkt worden tot de aanvullende medische handelingen.
  • Zolang de beperkende maatregelen van het MB van 23 maart 2020 van kracht blijven kan in situaties waarbij het niet strikt noodzakelijk is een werknemer fysiek te zien of te onderzoeken, gebruik worden gemaakt van teleconsultaties. Dit kan bijvoorbeeld ook nog voor het afnemen van vragenlijsten als aanvullende medische handeling indien geen andere handelingen moeten uitgevoerd worden. Eventueel beslissingen en aanbevelingen die worden genomen op het formulier van gezondheidsbeoordeling vermelden dan in vak F dat het onderzoek op die wijze verlopen is. De werknemer heeft steeds de mogelijkheid om de arbeidsarts te zien indien hij dit wenst.
  • Uiteraard worden geen onderzoeken gedaan bij werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst geschorst is of die dienstvrijstelling hebben.

In nota van 20 mei 2020 van de Algemene Directie Toezicht op het welzijn op het werk aan de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk over de werking en dienstverlening van de afdelingen medisch toezicht in COVID19-crisis (PDF, 393.56 KB) vindt u een overzichtstabel met de maatregelen in het kader van de uitvoering van het gezondheidstoezicht.

Meer informatie