Toezicht op de prestaties van de deeltijdse werknemers

Op deze pagina

    De maatregelen inzake het toezicht op de prestaties van de deeltijdse werknemers kaderen o.a. in de strijd tegen het zwartwerk. Ze beogen een onmiddellijke controle ter plaatste op de regelmatige tewerkstelling van de deeltijdse werknemers. Deze controle is slechts mogelijk als het normaal deeltijds werkrooster gekend is (via de bekendmaking van de werkroosters) en de bijkomende uren worden vastgesteld (via een optekening en bewaring van de afwijkingen). Op die manier krijgt men immers een duidelijk beeld van de werkelijke deeltijdse prestaties.

    Maatregelen inzake bekendmaking 

    De vaste en variabele deeltijdse werkroosters moeten worden bekendgemaakt om de deeltijdse werknemers in te lichten over de uit te voeren prestaties en een controle tegen misbruiken mogelijk te maken. 

    Algemene maatregel inzake de bekendmaking van de werkroosters (zowel vaste, als variabele werkroosters)

    Een kopie van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer of een uittreksel ervan met de werkroosters, zijn identiteit, zijn handtekening en die van de werkgever moeten worden bewaard op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Dit afschrift of uittreksel kan zowel op papier, als elektronisch worden bewaard.

    Deze verplichting geldt zowel voor de vaste werkroosters (met een vaste wekelijkse arbeidsduur of volgens een cyclus gespreid over meer dan een week) als voor de variabele werkroosters (met vaste of variabele arbeidsregeling). 

    Specifieke maatregel inzake de bekendmaking van de vaste werkroosters volgens een cyclus

    Is de arbeidsregeling georganiseerd volgens een cyclus gespreid over meer dan een week, dan moet er niet alleen een kopie of uittreksel van de deeltijdse arbeidsovereenkomst bij het arbeidsreglement worden bewaard, maar zal bovendien op elk tijdstip moeten kunnen worden vastgesteld wanneer de cyclus begint.

    Zo niet, dient de werkgever de verplichtingen inzake de bekendmaking van de variabele werkroosters na te leven.

    Specifieke maatregel inzake de bekendmaking van de variabel werkroosters

    Ook bij toepassing van een variabel werkrooster moet een kopie of uittreksel van de deeltijdse arbeidsovereenkomst bij het arbeidsreglement worden bewaard. De deeltijdse werknemer met een variabel werkrooster moet bovendien vooraf worden geïnformeerd over de dagen en uren waarop hij zal moeten werken.

    Het toepasselijke werkrooster moet aan de betrokken deeltijdse werknemers ter kennis worden gebracht door middel van een schriftelijke en gedateerde kennisgeving volgens de modaliteiten die worden vastgesteld in het arbeidsreglement.

    Van zodra en zolang het werkrooster van kracht is, moet het bericht met de werkroosters of een afschrift ervan zich met het oog op de controle in papieren of elektronische vorm bevinden op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Nadien moet het gedurende een jaar worden bewaard.

    Maatregelen inzake toezicht 

    De deeltijdse werknemer verricht normaal zijn prestaties in het kader van het voorziene (vast of variabel) werkrooster, d.w.z. het bekendgemaakt werkrooster. Alhoewel het niet altijd mogelijk is om hem tewerk te stellen binnen het strikt kader van zijn (vast of vigerend variabel) werkrooster, is een tewerkstelling buiten dit normaal rooster slechts toegelaten indien de afwijkingen worden vastgesteld. Dit gebeurt in principe via een betrouwbaar systeem van tijdsopvolging. Beschikt de werkgever niet over dergelijk systeem dan moet er melding van gemaakt worden in een document dat aan bepaalde voorwaarden voldoet. Deze maatregelen moeten het toezicht door de inspectiediensten toelaten.

    Systeem van tijdsopvolging   

    Het toezicht op de afwijkingen van het normale werkrooster gebeurt via een systeem van tijdsopvolging, op voorwaarde dat:

    • het voor elke betrokken werknemer enerzijds melding maakt van zijn identiteit en de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben en anderzijds per dag het begin en einde van zijn prestaties en van zijn rustpauzes registreert op het moment dat ze beginnen of eindigen;
    • het de opgetekende gegevens bijhoudt gedurende deze periode en door de betrokken werknemers en de sociale inspectie kan worden geraadpleegd;
    • de opgetekende gegevens gedurende vijf jaar worden bewaard (op papier of elektronisch);
    • de vakbondsafvaardiging in de mogelijkheid wordt gesteld om, conform de cao nr. 5 van 24 mei 1971 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging van het personeel der ondernemingen, haar bevoegdheden uit te oefenen met betrekking tot het systeem van tijdsopvolging en de opgetekende gegevens.

    Het hoeft niet noodzakelijk om een elektronisch tijdsregistratiesysteem te gaan (het gebruik van een klassieke, mechanische prikklok is bv. niet uitgesloten), niettemin zal het gebruikte systeem moeten beantwoorden aan alle voorwaarden.

    Papieren document

    Slechts bij afwezigheid van een dergelijk systeem, zal de werkgever over een document moeten beschikken waarin de afwijkingen worden opgetekend.

    In dit document moet, naast de naam van de werknemer en de datum, worden aangeduid: 

    • het beginuur en het einduur van de arbeid, wanneer de prestaties beginnen na of eindigen voor het in het werkrooster vastgestelde uur,. Deze vermeldingen moet aangebracht worden op het ogenblik van het begin van de prestaties in het eerste geval, en van het einde van de prestaties in het tweede geval; 
    • het begin van de prestaties, het einde en de rustpauzes, in geval van prestaties uitgevoerd buiten de vastgestelde roosters. Deze vermeldingen moeten respectievelijk aangebracht worden op het ogenblik waarop deze prestaties beginnen, op het ogenblik waarop ze eindigen en bij het begin en het einde van elke rustpauze.      

    Het moet bovendien beantwoorden aan het model dat is opgelegd door het koninklijk besluit van 8 maart 1990.

    Het afwijkingsdocument kan niet alleen worden vervangen door een betrouwbaar systeem van tijdsopvolging (zie hiervoor), maar ook door: 

    • een ander type document of controlemiddel dat op voorstel van een paritair orgaan werd vastgelegd bij koninklijk besluit; 
    • een geschikt aanwezigheidsregister;

    Het document moet geraadpleegd kunnen worden op vraag van de bevoegde inspectiediensten. Het moet bewaard worden gedurende de hele periode die begint op de datum waarop de laatste verplichte vermelding werd ingeschreven en die eindigt vijf jaar na het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin de vermelding werd ingeschreven.

    Niet-naleving: vermoeden voltijdse prestaties    

    De deeltijdse werknemers worden vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben uitgevoerd in het kader van een arbeidsovereenkomst in de hoedanigheid van voltijds werknemer : 

    • bij ontstentenis van bekendmaking van de deeltijdse werkroosters; 
    • bij ontstentenis van inschrijving in de controledocumenten van de afwijkingen op het normaal rooster van de deeltijdse werknemers of van gebruik van een toegelaten systeem van tijdsopvolging.