De reglementering op de kinderarbeid

 

Op deze pagina

    Algemeen beginsel: verbod van kinderarbeid

    De wet heeft de kinderarbeid streng gereglementeerd. Als uitgangspunt geldt het principe van het algemeen verbod om kinderen arbeid te doen of laten verrichten. Dit betekent dat elke lichamelijke of geestelijke inspanning in het kader van het maatschappelijk productieproces verboden is.

    Al meerdere decennia zien we dat kinderen reeds op zeer jonge leeftijd betrokken worden in culturele, artistieke en publicitaire activiteiten, die op meer dan enkel hun vrije tijd beslag leggen. Deze activiteiten zijn bovendien niet zonder financieel voordeel, onmiddellijk of op langere termijn, voor de ouders of voor de kinderen. Om beter in te spelen op de werkelijke toestand in de samenleving werd, naast het principieel verbod, een stelsel van afwijkingen ingevoerd voor een beperkt aantal activiteiten. In het belang van de kinderen werden de modaliteiten hiervan zeer strikt omschreven.

    Er zijn dus uitzonderingen mogelijk op de algemene verbodsbepaling, met name voor:

    • werkzaamheden die binnen het kader van de opvoeding of vorming van kinderen vallen;
    • uitzonderlijk voor werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking werd verkregen.              

    De kinderen waarover het gaat              

    De wet beschermt de kinderen jonger dan 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.

    De leerplicht is een periode die begint in het schooljaar waarin het kind 5 jaar wordt en eindigt op 30 juni van het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt. Zij omvat een voltijdse periode, gevolgd door een periode van deeltijdse leerplicht. De voltijdse leerplicht neemt een einde vanaf het ogenblik waarop de jongere ten minste de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs met volledig leerplan heeft gevolgd en eindigt in elk geval op het ogenblik waarop hij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, ongeacht of hij slaagde in deze twee leerjaren.

    Vallen dus buiten het verbod van kinderarbeid: minderjarigen van 15 jaar of meer die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.

    Toegelaten activiteiten

    Afwijkingen op het algemeen verbod van kinderarbeid zijn mogelijk voor werkzaamheden die binnen het kader van de opvoeding of vorming van kinderen vallen en uitzonderlijk voor welbepaalde werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking werd verkregen.

    Het is evenwel steeds verboden kinderen enige werkzaamheid te doen of te laten uitvoeren die een nadelige invloed kan hebben op de ontwikkeling van het kind op pedagogisch, intellectueel of sociaal vlak, zijn fysieke, psychische of morele integriteit in gevaar brengt of die schadelijk is voor enig aspect van zijn welzijn.

    Algemene toelating

    Het verbod om kinderen arbeid te doen of te laten verrichten geldt enkel voor de werkzaamheden die vallen buiten het kader van hun opvoeding of vorming.

    Zijn dus niet verboden: de bezigheden in de eigen huishouding, de school, de jeugdorganisatie of elke andere groepering of instelling die zich met de opvoeding en vorming van de kinderen bezighoudt, zelfs indien deze werkzaamheden een productief karakter hebben of in het maatschappelijk verkeer ingeschakeld zijn.

    Een openbare voorstelling gegeven door een school of jeugdorganisatie, of het deelnemen van een schoolklas aan een spelprogramma op televisie vallen dus niet onder de verbodsbepaling. Voor al deze activiteiten moet dan ook geen voorafgaande toelating gevraagd worden.

    Toelating via afwijking

    Bepaalde werkzaamheden mogen door kinderen worden uitgevoerd wanneer vooraf een individuele afwijking werd verkregen. Deze afwijking wordt toegekend door de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor zover aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

    De werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking kan worden toegekend, worden in de wet opgesomd. Het gaat om:

    • medewerking van kinderen als acteur, figurant, zanger, muzikant of danser aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard zoals bijvoorbeeld: toneel, opera, ballet, dans-of zangwedstrijden;
    • medewerking van kinderen als acteur, figurant, zanger, muzikant of model aan beeld- of klankopnamen of rechtstreekse uitzendingen voor radio of televisie, al dan niet voor reclamedoeleinden; medewerking van kinderen als figurant of model aan fotosessies, al dan niet voor reclamedoeleinden;
    • medewerking van kinderen als model of figurant aan modeshows en voorstellingen van kledijcollecties.

    Het is niet mogelijk om een individuele afwijking aan te vragen voor een activiteit die niet in de wet is vermeld.

    De individuele afwijkingen worden maar toegestaan voor een bepaalde tijd en voor een bepaalde werkzaamheid. Deze werkzaamheid kan weliswaar uit verscheidene afzonderlijke prestaties bestaan: bijvoorbeeld een aantal opvoeringen van eenzelfde toneelstuk, op diverse data en/of locaties.

    Arbeidsvoorwaarden

    Bij de tewerkstelling van kinderen waarvoor een afwijking werd toegekend, moeten een aantal bijzondere arbeidsvoorwaarden gerespecteerd worden. Deze arbeidsvoorwaarden kunnen daarenboven worden aangevuld of gepreciseerd door de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Zij hebben onder meer betrekking op de duur van deze werkzaamheden, de frequentie en de rusttijden.

    Opgelet!

    Elke aanwezigheid van het kind op de plaats waar het zijn werkzaamheid moet uitvoeren komt als werkzaamheid in aanmerking.

    Maximumduur van de werkzaamheden             

    Voor de kinderen tot en met 6 jaar mag de maximumduur van de werkzaamheid 4 uren per dag niet overschrijden. Deze werkzaamheid moet daarenboven uitgevoerd worden tussen 8 en 19 uur.

    Voor de kinderen van 7 tot en met 11 jaar mag de maximumduur van de werkzaamheid 6 uren per dag niet overschrijden. Deze werkzaamheid moet daarenboven worden uitgevoerd tussen 8 en 22 uur.

    Voor de kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht mag de maximumduur van de werkzaamheid 8 uren per dag niet overschrijden. Deze werkzaamheid moet daarenboven uitgevoerd worden tussen 8 en 23 uur.

    Rusttijden         

    Voor de kinderen tot en met 6 jaar moet een half uur ononderbroken rust worden toegekend wanneer de werkzaamheden 2 uren hebben geduurd (bv.: er moet een pauze ingelast worden van 30 minuten voor het kind dat van 14 tot 16 uur aan één stuk “werkt”).

    Voor de kinderen van 7 tot en met 11 jaar moet een half uur ononderbroken rust worden toegekend wanneer de werkzaamheden 3 uren hebben geduurd.

    Voor de kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht moet een half uur ononderbroken rust worden toegekend wanneer de werkzaamheden 4 uren hebben geduurd. Duren de werkzaamheden meer dan 6 uren dan moet een bijkomende rustperiode van een half uur worden gegeven.

    Opgelet!

    Er moeten ten minste 14 achtereenvolgende uren zijn tussen de beëindiging en de hervatting van de werkzaamheid. Zo zal bv. bij filmopnamen beëindigd om 22 uur, de hervatting voor het kind ten vroegste om 12 uur `s anderendaags kunnen gebeuren

    Frequentie van de werkzaamheden      

    Tot en met de leeftijd van 6 jaar mag een kind niet meer dan 6 werkzaamheden hebben uitgevoerd, in de loop van die 6 jaar.

    Kinderen van 7 tot en met 11 jaar mogen niet meer dan 12 werkzaamheden per jaar uitvoeren.

    Kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht mogen niet meer dan 24 werkzaamheden per jaar uitvoeren.

    Er bestaat een afzonderlijke regeling voor de kinderen die hun medewerking verlenen als:

    • Acteur, figurant, zanger, muzikant of danser aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard in een toneel, opera, operette, ballet of circus;
    • Acteur, figurant, zanger, muzikant of model aan beeld- of klankregistraties of rechtstreekse uitzendingen voor radio of televisie, voor zover er geen reclamedoeleinden worden nagestreefd.

    In beide gevallen kan de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten een groter aantal werkzaamheden toestaan.

    Voor kinderen van 7 tot en met 11 jaar bedraagt dit tot maximaal 24 werkzaamheden per jaar; voor kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht kan dit oplopen tot maximaal 36 werkzaamheden per jaar.

    Spreiding over het aantal dagen van de week  

    De werkzaamheden mogen niet gedurende méér dan vijf achtereenvolgende dagen worden verricht. In een kalenderweek moet steeds een onderbreking van de activiteit gedurende minstens 48 achtereenvolgende uren voorzien zijn.

    Het verkrijgen van een individuele afwijking

    De aanvrager   

    De aanvraag kan enkel gebeuren door diegene die de verantwoordelijkheid heeft voor het organiseren van een activiteit waaraan een kind zal meewerken.

    De aanvrager moet een natuurlijk persoon zijn die in België zijn woonplaats heeft.

    Voorafgaandelijke verplichtingen          

    De aanvrager moet zich verbinden tot:

    • toezicht dat de werkzaamheid waarvoor de afwijking wordt gevraagd geen nadelige invloed heeft op de ontwikkeling van het kind op pedagogisch, intellectueel en sociaal vlak, zijn fysieke, psychische en morele integriteit niet in gevaar brengt en niet schadelijk is voor enig aspect van zijn welzijn;
    • naleving van de algemene reglementaire voorwaarden en de bijzondere voorwaarden die de directeur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten oplegt in zijn toekenning tot afwijking.

    De vader, moeder of de voogd moeten voorafgaand schriftelijk hun toelating verlenen. Deze toelating wordt per werkzaamheid gegeven en kan geen verschillende aanvragen tegelijk dekken. Zo zal er bijvoorbeeld geen toelating kunnen worden verleend voor x-aantal modeshows, maar zal er per show een toelating moeten worden gegeven.

    Wanneer het kind onderworpen is aan de voltijdse schoolplicht en schoolverzuim voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk is, moet voorafgaandelijk het schriftelijk advies van de schooldirectie gevraagd worden.

    Indiening van de aanvraag        

    Dit moet in beginsel minstens een maand vóór de datum van de eerste activiteit gebeuren. De administratie tracht kortere termijnen toe te passen doch enkel in geval dat de mogelijkheid bestond om de aanvraag te onderzoeken en zonder dat deze gunst kan afgedwongen worden.

    De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend aan de hand van het formulier “Verzoek om afwijking van het verbod op kinderarbeid (DOC, 132.5 KB)” van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten.

    Dit formulier heeft betrekking op:

    • inlichtingen over de persoon die de verantwoordelijkheid heeft voor het organiseren van de activiteit;
    • inlichtingen over de activiteit zelf;
    • inlichtingen over elk kind dat ingeschakeld wordt;
    • de geschreven toelating van de vader, de moeder of de voogd van het kind;
    • het advies van de directeur van de school waar het kind is ingeschreven, wanneer schoolverzuim onontbeerlijk is om de betrokken werkzaamheid te kunnen uitvoeren; dit advies moet onder meer betrekking hebben op de weerslag van de werkzaamheden op de schoolprestaties van het kind.

    Het ingevulde en ondertekende formulier moet gestuurd worden via post of e-mail naar:

    Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

    Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten

    Ernest Blerotstraat 1

    1070 Brussel

    E-mail: tsw.kinderarbeid@werk.belgie.be

    Voor een snelle afhandeling gaat de voorkeur naar de verzending per e-mail.

    Toekenning van de individuele afwijking           

    De toelating of de weigering om een afwijking toe te staan wordt beslist door de adviseur-generaal van de arbeidsinspectie Toezicht op de sociale wetten of door zijn gedelegeerde ambtenaar. Deze heeft 1 maand tijd te rekenen vanaf de datum van de aanvraag om zijn beslissing mee te delen aan de aanvrager.

    In geval van een weigering, wordt deze gemotiveerd.

    In de schriftelijke individuele afwijking bepaalt de adviseur-generaal de eventuele bijkomende voorwaarden die hij nuttig acht.

    Deze bijkomende bijzondere voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op:

    • het geheel van de voorwaarden in verband met het aanvangs- en het einduur, de duur en de frequentie van de werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking kan worden toegestaan (met inbegrip van de voor- bereidingen en de wacht- en rusttijden), alsook inzake de reistijden;
    • de begeleiding en de opvang van het kind tijdens deze werkzaamheden, met inbegrip van de voorbereidingen en de wacht- en rusttijden, evenals tijdens de reistijden;
    • de verplichting om het kind een deskundigenonderzoek te laten ondergaan of in een begeleiding te voorzien door een deskundige, inzonderheid wanneer de kans op het creëren van een zogenaamde kindster reëel is;
    • het sluiten van de nodige verzekeringen;
    • de maatregelen die de aanvrager dient te nemen in geval van schoolverzuim om de negatieve impact te vermijden, bv. door de organisatie van inhaallessen op zich te nemen.

    Opgelet!

    Het indienen van de aanvraag is niet voldoende om het kind te mogen tewerkstellen. Het is verboden het kind een werkzaamheid te doen of te laten uitvoeren zolang de aanvrager niet effectief in het bezit is van de schriftelijke afwijking van de adviseur-generaal.

    Deze schriftelijke afwijking moet door de aanvrager (of door de persoon die hij daartoe heeft aangewezen) steeds op de plaats van de werkzaamheid kunnen worden vertoond wanneer bijvoorbeeld de arbeidsinspecteur hierom verzoekt.

    De toekenning of de weigering van de afwijking wordt aan de aanvrager bekendgemaakt per brief of e-mail.

    Schoolverzuim kan een beletsel zijn voor het verkrijgen van de afwijking wanneer de prestaties een louter economisch of commercieel karakter hebben.

    Het loon van de kinderen

    Wanneer het kind voor zijn prestatie geld of in geld waardeerbare voordelen ontvangt, gelden er speciale beschermingsmaatregelen. Deze maatregelen zijn eveneens van toepassing wanneer het geld of de in geld waardeerbare voordelen aan de vader, moeder of de voogd van het kind worden uitgekeerd.

    De betaling in geld moet gebeuren door diegene die de individuele aanvraag tot afwijking op het verbod van kinderarbeid heeft ingediend; dit is de persoon die de verantwoordelijkheid heeft voor het organiseren van een activiteit waaraan het kind zijn medewerking mag verlenen. Deze moet het loon in geld storten op een geïndividualiseerde spaarrekening op naam van het kind bij een financiële instelling (een “geblokkeerde rekening”). De intrest wordt gekapitaliseerd. Over deze geïndividualiseerde spaarrekening, zowel wat de hoofdsom als wat de intresten betreft, mag enkel de titularis (het kind) beschikken bij zijn meerderjarigheid.

    De betaling van het loon in geld moet op voormelde manier gebeuren; een andere betalingswijze is nietig.

    Zelfs indien de werkzaamheid waaraan het kind zijn medewerking heeft verleend niet door de wet is toegelaten, of wanneer voor de uitgevoerde werkzaamheid geen individuele afwijking werd toegekend of aangevraagd, moet het loon in geld op de hierboven beschreven wijze betaald worden.

    Het loon in geld moet uitbetaald worden uiterlijk op de vierde werkdag van de maand volgend op de maand waarin het kind de werkzaamheid heeft uitgevoerd.

    Wanneer het kind geschenken ontvangt voor zijn prestatie, mogen enkel de gebruikelijke geschenken worden gegeven. Bovendien moeten deze geschenken aangepast zijn aan de leeftijd, de ontwikkeling en de opleiding van het betrokken kind.

    Strafmaatregelen

    De penale en administratieve sancties voorzien door het Sociaal Strafwetboek zijn toepasselijk op de personen die werkzaamheden doen of laten verrichten in strijd met deze reglementering op de kinderarbeid.

    Deze sancties kunnen opgelegd worden niet alleen aan de organisator van de activiteiten, maar ook aan de vader, de moeder of voogd alsook aan alle tussenpersonen die hebben bijgedragen aan de promotie of bemiddeling in verband met deze activiteiten die uitgevoerd werden in strijd met de wet.

    Zijn dan ook in die zin strafbaar:

    • de vader, moeder of de voogd wanneer zij hun kind arbeid of werkzaamheden doen of laten uitvoeren in strijd met de wettelijke bepalingen inzake kinderarbeid;
    • diegene die een kind een werkzaamheid laat uitvoeren  zonder  dat vooraf een schriftelijke afwijking werd verkregen van de directeur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten;
    • diegene die een afwijking heeft verkregen en die zich niet houdt aan de wettelijke voorschriften of aan de bijzondere voorwaarden die de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten in de individuele afwijking heeft opgenomen;