De reglementering op de kinderarbeid

 

Op deze pagina

    Algemeen beginsel: verbod van kinderarbeid

    De wet heeft de kinderarbeid streng gereglementeerd. Als uitgangspunt geldt het principe van het algemeen verbod om kinderen arbeid te doen of laten verrichten. Dit betekent dat elke lichamelijke of geestelijke inspanning in het kader van het maatschappelijk productieproces verboden is.

    Al meerdere decennia zien we dat kinderen reeds op zeer jonge leeftijd betrokken worden in culturele, artistieke en publicitaire activiteiten, die op meer dan enkel hun vrije tijd beslag leggen. Deze activiteiten zijn bovendien niet zonder financieel voordeel, onmiddellijk of op langere termijn, voor de ouders of voor de kinderen. Om beter in te spelen op de werkelijke toestand in de samenleving werd, naast het principieel verbod, een stelsel van afwijkingen ingevoerd voor een beperkt aantal activiteiten. In het belang van de kinderen werden de modaliteiten hiervan zeer strikt omschreven.

    Er zijn dus uitzonderingen mogelijk op de algemene verbodsbepaling, met name voor:

    • werkzaamheden die binnen het kader van de opvoeding of vorming van kinderen vallen;
    • het uitvoeren van lichte arbeid als jobstudent door 15-jarigen die nog aan de voltijdse leerplicht zijn onderworpen
    • werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking werd verkregen.                     

    De kinderen waarover het gaat              

    De wet beschermt de minderjarigen jonger dan 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.

    Er is een verschil tussen de voltijdse en de deeltijdse leerplicht. De leerplicht is voltijds totdat de leeftijd van 15 jaar is bereikt en omvat ten hoogste 7 jaar van het lager onderwijs en ten minste de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs met volledig leerplan. In elk geval eindigt de voltijdse leerplicht op het ogenblik waarop de jongere de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, ongeacht of hij slaagde in deze twee leerjaren. 

    Vallen dus buiten het verbod van kinderarbeid: minderjarigen van 15 jaar of meer die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.

    Toegelaten activiteiten

    Afwijkingen op het algemeen verbod van kinderarbeid zijn mogelijk voor werkzaamheden die binnen het kader van de opvoeding of vorming van kinderen vallen en uitzonderlijk voor welbepaalde werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking werd verkregen of voor het uitvoeren van lichte arbeid in het kader van een studentenovereenkomst door 15-jarigen die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.

    Het is evenwel steeds verboden kinderen enige werkzaamheid te doen of te laten uitvoeren die een nadelige invloed kan hebben op de ontwikkeling van het kind op pedagogisch, intellectueel of sociaal vlak, zijn fysieke, psychische of morele integriteit in gevaar brengt of die schadelijk is voor enig aspect van zijn welzijn.

    Algemene toelating

    Het verbod om kinderen arbeid te doen of te laten verrichten geldt enkel voor de werkzaamheden die vallen buiten het kader van hun opvoeding of vorming.

    Zijn dus niet verboden: de bezigheden in de eigen huishouding, de school, de jeugdorganisatie of elke andere groepering of instelling die zich met de opvoeding en vorming van de kinderen bezighoudt, zelfs indien deze werkzaamheden een productief karakter hebben of in het maatschappelijk verkeer ingeschakeld zijn.

    Een openbare voorstelling gegeven door een school of jeugdorganisatie, of het deelnemen van een schoolklas aan een spelprogramma op televisie vallen dus niet onder de verbodsbepaling. Voor al deze activiteiten moet dan ook geen voorafgaande toelating gevraagd worden.

    Toelating voor het uitvoeren van lichte arbeid als jobstudent door 15-jarigen die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht

    De arbeidswetgeving bevat sinds 4 mei 2026 een extra uitzondering op het verbod van kinderarbeid:  jongeren van 15 jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht kunnen, onder strikte voorwaarden, toch werken in het kader van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, maar uitsluitend voor het uitvoeren van lichte arbeid.

    Onder lichte arbeid wordt verstaan: nietindustriële arbeid van lichte aard, die geen specifieke scholing vergt en die niet wordt uitgevoerd met of aan mechanische arbeidsmiddelen.  Het gaat met name om de volgende activiteiten:

    • Hulp aan onthaal en aangestelde in een vestiaire;
    • Vakkenvuller;
    • Verkoopsassistent in kleinhandelszaken;
    • Logistieke activiteiten, zijnde: ontvangst, opslag, weging, verpakking, etikettering, voorbereiding van bestellingen, beheer van voorraden of verzending van grondstoffen, goederen of producten;
    • Lichte schoonmaaktaken, zijnde taken die een lage fysieke belasting met zich meebrengen, weinig kracht vereisen en van korte duur zijn waaronder afstoffen, afwassen, stofzuigen of dweilen van kleine ruimtes, prullenbak legen, ramen wassen op handhoogte, licht reinigen van sanitair;
    • lichte organisatorische activiteiten in de zorgsector, zijnde: bedelen en afruimen van maaltijden en dranken.

    Deze toegelaten activiteiten mogen in geen geval schadelijk zijn voor de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van de betrokken jongeren. Zij mogen bovendien hun schoolbezoek niet belemmeren, noch hun deelname aan erkende beroepskeuzevoorlichting of beroepsopleiding, en zij mogen de mogelijkheid om volwaardig onderwijs te volgen niet beperken. In het bijzonder is het dus niet toegestaan dat deze jongeren werken tijdens de lesuren.

    Bij de aanwerving van deze jongeren moet steeds rekening gehouden worden met de bepalingen van de welzijnsreglementering in verband met de bescherming van jongeren op het werk. Deze stellen dat de werkgever, voor elke jongere op het werk, een risicoanalyse moet uitvoeren van de risico's waaraan de jongere bij zijn arbeid wordt blootgesteld. Hij doet dit met het oog op het beoordelen van alle risico's voor de veiligheid, de lichamelijke en geestelijke gezondheid of de ontwikkeling van de jonge werknemer (artikel X.3-3, § 1 van de codex over het welzijn op het werk). Op grond daarvan neemt de werkgever de nodige preventiemaatregelen voor de bescherming van het welzijn van de jongere op het werk (artikel X.3-4 van de codex). Een van deze preventiemaatregelen bestaat in het verbod voor jongeren om arbeid te verrichten die als gevaarlijk wordt beschouwd (artikel X.3-8 van de codex). Slechts onder specifieke voorwaarden kan van dit verbod worden afgeweken (artikel X.3-11 en X.3-11/1 van de codex voor student-werknemers). Meer informatie over de bescherming van jongeren op het werk is beschikbaar op deze webpagina: https://werk.belgie.be/nl/themas/welzijn-op-het-werk/werkorganisatie-en-bijzondere-werknemerscategorieen/jongeren-op-het-werk

    Toelating via individuele afwijking

    Bepaalde werkzaamheden mogen door kinderen worden uitgevoerd wanneer vooraf een individuele afwijking werd verkregen. Deze afwijking wordt toegekend door de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor zover aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

    De werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking kan worden toegekend, worden in de wet opgesomd. Het gaat om:

    • medewerking van kinderen als acteur, figurant, zanger, muzikant of danser aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard zoals bijvoorbeeld: toneel, opera, ballet, dans-of zangwedstrijden;
       
    • medewerking van kinderen als acteur, figurant, zanger, muzikant of model aan beeld- of klankopnamen of rechtstreekse uitzendingen voor radio of televisie, al dan niet voor reclamedoeleinden; medewerking van kinderen als figurant of model aan fotosessies, al dan niet voor reclamedoeleinden;
       
    • medewerking van kinderen als model of figurant aan modeshows en voorstellingen van kledijcollecties.

    Het is niet mogelijk om een individuele afwijking aan te vragen voor een activiteit die niet in de wet is vermeld.

    De individuele afwijkingen worden maar toegestaan voor een bepaalde tijd en voor een bepaalde werkzaamheid. Deze werkzaamheid kan weliswaar uit verscheidene afzonderlijke prestaties bestaan: bijvoorbeeld een aantal opvoeringen van eenzelfde toneelstuk, op diverse data en/of locaties.

     

     

    Arbeidsvoorwaarden bij studentenarbeid van 15-jarigen die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht

    Wanneer lichte arbeid wordt verricht door minderjarige studenten van vijftien jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht, moeten de volgende arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden worden nageleefd:

    1. de arbeidsduur is beperkt tot 2 uur per schooldag en 12 uur per week voor arbeid buiten schooltijd tijdens de schoolperiode; in geen geval mag per dag langer dan 8 uur worden gewerkt.

      Tijdens een periode van minstens een week zonder schoolactiviteit mag acht uur per dag en veertig uur per week gewerkt worden.

      Wanneer de betrokken minderjarige bij meerdere werkgevers in dienst is, worden de arbeidsdagen en arbeidsuren bij elkaar opgeteld;
       
    2. het is verboden om de betrokken minderjarige overwerk te doen verrichten;
       
    3. het is verboden om de betrokken minderjarige arbeid te laten verrichten tussen 20 uur en 6 uur;
       
    4. de betrokken minderjarige mag niet meer dan vier en een half uur ononderbroken arbeid verrichten. Wanneer de arbeidstijd op een dag meer dan vier en een half uur bedraagt, wordt een half uur rust gegeven. Bedraagt hij meer dan zes uur, dan duurt de rusttijd een uur, waarvan een half uur ineens moet worden genomen;
       
    5. de tijd tussen de beëindiging en de hervatting van de arbeid moet uit ten minste veertien opeenvolgende uren rust bestaan;
       
    6. het is verboden om de betrokken minderjarige te werk te stellen op zon- of feestdagen;
       
    7. buiten de zondagsrust moet aan de betrokken minderjarige een bijkomende rustdag worden toegekend, onmiddellijk volgend op of voorafgaand aan de zondag.

    Arbeidsvoorwaarden bij individuelle afwijking

    Bij de tewerkstelling van kinderen waarvoor een individuele afwijking werd toegekend, moeten een aantal bijzondere arbeidsvoorwaarden gerespecteerd worden. Deze arbeidsvoorwaarden kunnen daarenboven worden aangevuld of gepreciseerd door de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Deze bijkomende bijzondere voorwaarden hebben onder meer betrekking op de duur van deze werkzaamheden, de frequentie en de rusttijden.

    Opgelet!

    Elke aanwezigheid van het kind op de plaats waar het zijn werkzaamheid moet uitvoeren komt als werkzaamheid in aanmerking.

    Maximumduur van de werkzaamheden             

    Voor de kinderen tot en met 6 jaar mag de maximumduur van de werkzaamheid 4 uren per dag niet overschrijden. Deze werkzaamheid moet daarenboven uitgevoerd worden tussen 8 en 19 uur.

    Voor de kinderen van 7 tot en met 11 jaar mag de maximumduur van de werkzaamheid 6 uren per dag niet overschrijden. Deze werkzaamheid moet daarenboven worden uitgevoerd tussen 8 en 22 uur.

    Voor de kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht mag de maximumduur van de werkzaamheid 8 uren per dag niet overschrijden. Deze werkzaamheid moet daarenboven uitgevoerd worden tussen 8 en 23 uur.

    Rusttijden         

    Voor de kinderen tot en met 6 jaar moet een half uur ononderbroken rust worden toegekend wanneer de werkzaamheden 2 uren hebben geduurd (bv.: er moet een pauze ingelast worden van 30 minuten voor het kind dat van 14 tot 16 uur aan één stuk “werkt”).

    Voor de kinderen van 7 tot en met 11 jaar moet een half uur ononderbroken rust worden toegekend wanneer de werkzaamheden 3 uren hebben geduurd.

    Voor de kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht moet een half uur ononderbroken rust worden toegekend wanneer de werkzaamheden 4 uren hebben geduurd. Duren de werkzaamheden meer dan 6 uren dan moet een bijkomende rustperiode van een half uur worden gegeven.

    Opgelet!

    Er moeten ten minste 14 achtereenvolgende uren zijn tussen de beëindiging en de hervatting van de werkzaamheid. 

    Voorbeeld: Om 22 u worden er filmopnames beëindigd. Het kind van 8 jaar dat hieraan meewerkt, zal de werkzaamheid ten vroegste om 12 uur ’s anderendaags kunnen hervatten.

    Frequentie van de werkzaamheden      

    Tot en met de leeftijd van 6 jaar mag een kind niet meer dan 6 werkzaamheden hebben uitgevoerd, in de loop van die 6 jaar.

    Kinderen van 7 tot en met 11 jaar mogen niet meer dan 12 werkzaamheden per jaar uitvoeren.

    Kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht mogen niet meer dan 24 werkzaamheden per jaar uitvoeren.

    Er bestaat een afzonderlijke regeling voor de kinderen die hun medewerking verlenen als:

    • Acteur, figurant, zanger, muzikant of danser aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard, zoals onder andere toneel, opera, operette, ballet of circus;
    • Acteur, figurant, zanger, muzikant of model aan beeld- of klankregistraties of rechtstreekse uitzendingen voor radio of televisie, voor zover er geen reclamedoeleinden worden nagestreefd.

    In beide gevallen kan de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten een groter aantal werkzaamheden toestaan.

    Voor kinderen van 7 tot en met 11 jaar bedraagt dit tot maximaal 24 werkzaamheden per jaar; voor kinderen van 12 tot 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht kan dit oplopen tot maximaal 36 werkzaamheden per jaar.

    Spreiding over het aantal dagen van de week  

    De werkzaamheden mogen niet gedurende méér dan vijf achtereenvolgende dagen worden verricht zonder een onderbreking van minstens 48 uren.

    Het verkrijgen van een individuele afwijking

    De aanvrager   

    De aanvraag kan enkel gebeuren door diegene die de verantwoordelijkheid heeft voor het organiseren van een activiteit waaraan een kind zal meewerken.

    De aanvrager moet een natuurlijk persoon zijn die in België zijn woonplaats heeft.

    Voorafgaandelijke verplichtingen          

    De aanvrager moet zich verbinden tot:

    • toezicht dat de werkzaamheid waarvoor de afwijking wordt gevraagd geen nadelige invloed heeft op de ontwikkeling van het kind op pedagogisch, intellectueel en sociaal vlak, zijn fysieke, psychische en morele integriteit niet in gevaar brengt en niet schadelijk is voor enig aspect van zijn welzijn;
    • naleving van de algemene reglementaire voorwaarden en de bijzondere voorwaarden die de directeur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten oplegt in zijn toekenning tot afwijking.

    De vader, moeder of de voogd moeten voorafgaand schriftelijk hun toelating verlenen. Deze toelating wordt per werkzaamheid gegeven en kan geen verschillende aanvragen tegelijk dekken. Zo zal er bijvoorbeeld geen toelating kunnen worden verleend voor x-aantal modeshows, maar zal er per show een toelating moeten worden gegeven.

    Wanneer het kind onderworpen is aan de voltijdse schoolplicht en schoolverzuim voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk is, moet voorafgaandelijk het schriftelijk advies van de schooldirectie gevraagd worden.

    Indiening van de aanvraag        

    Het is verboden het kind een werkzaamheid te laten uitvoeren zonder schriftelijke individuele afwijking. De administratie beantwoordt de schriftelijke aanvraag zo snel mogelijk en uiterlijk binnen een termijn van hoogstens één maand te rekenen van de indiening van de geldige aanvraag.

    De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend aan de hand van het formulier “Verzoek om afwijking van het verbod op kinderarbeid (DOC, 132.5 KB)” van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten.

    Dit formulier heeft betrekking op:

    • inlichtingen over de persoon die de verantwoordelijkheid heeft voor het organiseren van de activiteit;
    • inlichtingen over de activiteit zelf;
    • inlichtingen over elk betrokken kind;
    • de geschreven toelating van de vader, de moeder of de voogd van het kind;
    • het advies van de directeur van de school waar het kind is ingeschreven, wanneer schoolverzuim onontbeerlijk is om de betrokken werkzaamheid te kunnen uitvoeren; dit advies moet onder meer betrekking hebben op de weerslag van de werkzaamheden op de schoolprestaties van het kind.

    Het ingevulde en ondertekende formulier moet gestuurd worden via post of e-mail naar:

    Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

    Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten

    Ernest Blerotstraat 1

    1070 Brussel

    E-mail: tsw.kinderarbeid@werk.belgie.be

    Voor een snelle afhandeling gaat de voorkeur naar de verzending per e-mail.

    Toekenning van de individuele afwijking           

    De toelating of de weigering om een afwijking toe te staan wordt beslist door de adviseur-generaal van de arbeidsinspectie Toezicht op de sociale wetten of door zijn gedelegeerde ambtenaar. 

    In geval van een weigering, wordt deze gemotiveerd.

    In de schriftelijke individuele afwijking bepaalt de adviseur-generaal de eventuele bijkomende voorwaarden die hij nuttig acht.

    Deze bijkomende bijzondere voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op:

    • het geheel van de voorwaarden in verband met het aanvangs- en het einduur, de duur en de frequentie van de werkzaamheden waarvoor een individuele afwijking kan worden toegestaan (met inbegrip van de voor- bereidingen en de wacht- en rusttijden), alsook inzake de reistijden;
    • de begeleiding en de opvang van het kind tijdens deze werkzaamheden, met inbegrip van de voorbereidingen en de wacht- en rusttijden, evenals tijdens de reistijden;
    • de verplichting om het kind een deskundigenonderzoek te laten ondergaan of in een begeleiding te voorzien door een deskundige, inzonderheid wanneer de kans op het creëren van een zogenaamde kindster reëel is;
    • het sluiten van de nodige verzekeringen;
    • de maatregelen die de aanvrager dient te nemen in geval van schoolverzuim om de negatieve impact te vermijden, bv. door de organisatie van inhaallessen op zich te nemen.

    Opgelet!

    Het indienen van de aanvraag is niet voldoende om het kind te mogen tewerkstellen. Het is verboden het kind een werkzaamheid te laten uitvoeren zolang de aanvrager niet effectief in het bezit is van de schriftelijke afwijking van de adviseur-generaal.

    Deze schriftelijke afwijking moet door de aanvrager (of door de persoon die hij daartoe heeft aangewezen) steeds op de plaats van de werkzaamheid kunnen worden vertoond wanneer bijvoorbeeld de arbeidsinspecteur of de gerechtelijke politie hierom verzoekt.

    De toekenning of de weigering van de afwijking wordt aan de aanvrager bekendgemaakt per brief of e-mail.

    Schoolverzuim kan een beletsel zijn voor het verkrijgen van de afwijking wanneer de prestaties een louter economisch of commercieel karakter hebben.

    Het loon van de kinderen

    Wanneer het kind voor zijn prestatie geld of in geld waardeerbare voordelen ontvangt, gelden er speciale beschermingsmaatregelen. Deze maatregelen zijn eveneens van toepassing wanneer het geld of de in geld waardeerbare voordelen aan de vader, moeder of de voogd van het kind worden uitgekeerd.

    De betaling in geld moet gebeuren door diegene die de individuele aanvraag tot afwijking op het verbod van kinderarbeid heeft ingediend; dit is de persoon die de verantwoordelijkheid heeft voor het organiseren van een activiteit waaraan het kind zijn medewerking mag verlenen. Deze moet het loon in geld storten op een geïndividualiseerde spaarrekening op naam van het kind bij een financiële instelling (een “geblokkeerde rekening”). De intrest wordt gekapitaliseerd. Over deze geïndividualiseerde spaarrekening, zowel wat de hoofdsom als wat de intresten betreft, mag enkel het kind zelf beschikken, zodra het meerderjarig is.

    De betaling van het loon in geld moet op voormelde manier gebeuren; een andere betalingswijze is nietig.

    Zelfs indien de werkzaamheid waaraan het kind zijn medewerking heeft verleend niet door de wet is toegelaten, of wanneer voor de uitgevoerde werkzaamheid geen individuele afwijking werd toegekend of aangevraagd, moet het loon in geld op de hierboven beschreven wijze betaald worden.

    Het loon in geld moet uitbetaald worden uiterlijk op de vierde werkdag van de maand volgend op de maand waarin het kind de werkzaamheid heeft uitgevoerd.

    Wanneer het kind geschenken ontvangt voor zijn prestatie, mogen enkel de gebruikelijke geschenken worden gegeven. Bovendien moeten deze geschenken aangepast zijn aan de leeftijd, de ontwikkeling en de opleiding van het betrokken kind.

    Strafmaatregelen

    De bijzondere strafsancties en administratieve sancties voorzien door het Sociaal Strafwetboek zijn toepasselijk op de personen die werkzaamheden doen of laten verrichten in strijd met deze reglementering op de kinderarbeid.

    Deze sancties kunnen opgelegd worden niet alleen aan de organisator van de activiteiten, maar ook aan de vader, de moeder of voogd alsook aan alle tussenpersonen die hebben bijgedragen aan de promotie of bemiddeling in verband met deze activiteiten die uitgevoerd werden in strijd met de wet.

    Zijn bijvoorbeeld strafbaar:

    • de organisator die het loon stort op een rekening van de moeder;
    • de vader, moeder of de voogd wanneer zij hun kind arbeid of werkzaamheden doen of laten uitvoeren in strijd met de wettelijke bepalingen inzake kinderarbeid;
    • diegene die een kind een werkzaamheid laat uitvoeren zonder dat vooraf een schriftelijke afwijking werd verkregen van de directeur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten;
    • diegene die, buiten de wettelijk gestelde voorwaarden, lichte arbeid heeft doen of laten verrichten door een minderjarige van 15 jaar die nog onderworpen is aan de voltijdse leerplicht;
    • diegene die een afwijking heeft verkregen en die zich niet houdt aan de wettelijke voorschriften of aan de bijzondere voorwaarden die de adviseur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten in de individuele afwijking heeft opgenomen
    • de aanvrager van een individuele afwijking die het loon niet binnen de gestelde termijn contant heeft betaald of deze niet op een “geblokkeerde rekening” heeft gestort;
    • eenieder die, als tussenpersoon of bemiddelaar, al dan niet tegen vergoeding, voorstellen doet, rechtshandelingen verricht of reclame maakt, teneinde werkzaamheden verricht door kinderen te bevorderen of mee tot stand te helpen te brengen waarvoor geen individuele afwijking werd gevraagd.