Tijdelijke vermindering van de arbeidsduur in het kader van de COVID-19 pandemie

Op deze pagina

    Om de gevolgen van de corona-crisis COVID-19 op het vlak van de tewerkstelling te vermijden, zijn voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructureringen bijkomende maatregelen genomen die toelaten om de arbeid te herverdeling om zo ontslagen te vermijden. Het gaat onder meer over de mogelijkheid om tijdelijk een vermindering van de arbeidsduur toe te passen om de vermindering van activiteit te compenseren en de loonkost te doen dalen zonder te moeten overgaan tot ontslagen.

    Titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3 van de Programmawet (I) van 24 december 2002, bevat een nieuwe onderafdeling 8/1, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. … tot uitvoering van artikel 5, §1, 5° van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19 (II) tot ondersteuning van de werkgevers en de werknemers, voorziet een vermindering van sociale zekerheidsbijdragen bij invoering van een tijdelijke en collectieve vermindering van de arbeidsduur door een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, waarvan de periode van erkenning ten vroegste aanvangt op 1 maart 2020 en ten laatste op 31 december 2020. Deze vermindering van sociale zekerheidsbijdragen wordt verhoogd indien de vermindering van de arbeidsduur gepaard gaat met de invoering van de vierdagenweek.

    Het gaat om de erkenningen als ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. In het kader van deze maatregel kan de erkenning worden bekomen zonder dat een collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten tot invoering van het stelsel van werkloosheid met bedrijfsvoorheffing. Meer uitleg over de erkenningen als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering is te vinden op de pagina Stelsel van werkloosheid met bedrijfsvoorheffing.

    Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2020.

    De maatregel is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités of onder het toepassingsgebied van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Het gaat dus op de gehele private sector en de autonome overheidsbedrijven.

    Tijdelijke vermindering van de arbeidsduur

    Onder arbeidsduur wordt verstaan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers, berekend over een periode van een jaar, zoals deze voortvloeit hetzij uit het werkrooster dat in het arbeidsreglement is opgenomen en dat eventueel over een cyclus wordt toegepast, hetzij uit het werkrooster gecombineerd met inhaalrustdagen toegekend in het kader van de vermindering van de arbeidsduur.

    Om in aanmerking te komen voor de vermindering van sociale zekerheidsbijdragen moet de wekelijkse voltijdse arbeidsduur verminderd worden met een vierde of een vijfde. Hierbij wordt rekening gehouden met de arbeidsduur van de betrokken werknemers zoals die is vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij in het arbeidsreglement.

    De tijdelijke vermindering van de arbeidsduur kan van toepassing zijn op het geheel van de werknemers of op een specifieke categorie van werknemers van de onderneming. In dit laatste geval is men vrij om in de collectieve arbeidsovereenkomst de criteria te bepalen voor het aflijnen van de specifieke categorie van de werknemers waarvoor de vermindering van de arbeidsduur wordt ingevoerd (bvb. alle arbeiders, alle werknemers van een bepaalde afdeling, …). Evenwel mogen deze criteria geen afbreuk doen aan het collectieve karakter van de maatregel en is het onmogelijk de toepassing afhankelijk te maken van een individuele beslissing van de werknemer of de werkgever. Logischerwijze zijn de criteria ook relevant, objectief en voldoende precies.

    De tijdelijke vermindering van de arbeidsduur kan enkel worden ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op het niveau van de onderneming of, wanneer er binnen de onderneming geen vakbondsafvaardiging is, bij een wijziging van het arbeidsreglement.. Het sluiten van een dergelijke collectieve arbeidsovereenkomst ontslaat de werkgever echter niet van de verplichting om, ingevolge deze collectieve vermindering van de arbeidsduur, het arbeidsreglement aan te passen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.

    De voltijdse werknemers die onder toepassing van de vermindering van de arbeidsduur vallen, blijven voltijdse werknemers.

    Invoering van de Vierdagenweek

    Indien de vermindering van de arbeidsduur gepaard gaat met de invoering van de vierdagenweek, wordt het bedrag van de vermindering van sociale zekerheidsbijdragen verhoogd.

    Merk evenwel op dat de invoering van de vierdagenweek in het kader van de COVID-19-maatregelen op zich onvoldoende is om een vermindering van sociale zekerheidsbijdragen te verkrijgen.

    Minimale inhoud van de collectieve arbeidsovereenkomst of van het arbeidsreglement

    De vermindering van sociale zekerheidsbijdragen kan enkel worden toegekend indien de vermindering van de arbeidsduur wordt ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op ondernemingsvlak (of wijziging van het arbeidsreglement). Deze collectieve arbeidsovereenkomst (of arbeidsreglement) moet minstens volgende elementen bevatten:

    • de uitdrukkelijke vermelding dat collectieve arbeidsovereenkomst (of het arbeidsreglement) wordt afgesloten in het kader van onderafdeling 8/1 - Tijdelijke arbeidsduurvermindering in het kader van de COVID-19 pandemie - Titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3 van de Programmawet (I) van 24 december 2002;
    • de duidelijke vermelding van de begindatum van de arbeidsduurvermindering. Deze datum kan 1 juli 2020 niet voorafgaan;
    • de duidelijke vermelding van de einddatum van de arbeidsduurvermindering. Deze datum ligt binnen het jaar na aanvang van de arbeidsduurvermindering, gerekend van dag op dag;
    • de collectieve arbeidsovereenkomst (of het arbeidsreglement) mag geen bepaling bevatten waardoor de regeling stilzwijgend verlengd wordt;
    • de collectieve arbeidsovereenkomst (of het arbeidsreglement) voorziet in een tijdelijke vermindering van de arbeidsduur met hetzij een vijfde, hetzij een vierde;
    • eveneens moet worden voorzien in een minimale looncompensatie;
    • in geval van invoering van de vierdagenweek, bepaalt de collectieve arbeidsovereenkomst (of het arbeidsreglement) de wekelijkse arbeidsregeling. Het moet hierbij gaan om een regeling waarbij de wekelijkse arbeidsduur gespreid wordt hetzij over vier arbeidsdagen per week, hetzij over vijf arbeidsdagen per week welke drie volledige en twee halve arbeidsdagen inhouden. Onder “halve arbeidsdag” verstaat men  ten hoogste de helft van het aantal arbeidsuren dat voorzien wordt in het werkrooster van die van de drie volledige arbeidsdagen welke het hoogst aantal arbeidsuren omvat.

    De tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur en de tijdelijke invoering van de vierdagenweek, kunnen enkel worden ingevoerd voor een periode van maximaal één jaar, waarvan de begin- en einddatum vallen binnen de periode van erkenning als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden en de erkenningsperiode ten vroegste aanvangt op 1 maart 2020 en ten laatste op 31 december 2020. De begindatum van de aanpassing van de arbeidsduur en de invoering van de vierdagenweek kan 1 juli 2020 niet voorafgaan.

    De looncompensatie

    De vermindering van de arbeidsduur impliceert een pro rata afname van het brutoloon.

    De collectieve arbeidsovereenkomst (of arbeidsduurvermindering) moet daarom voorzien in een looncompensatie. Deze looncompensatie bedraagt minstens drie vierden van het bedrag van de forfaitaire vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen. Het gaat hier om een algemene en theoretische benadering van de looncompensatie die van toepassing is op alle werknemers waarvan de arbeidsduur verminderd wordt.

    Merk evenwel op dat de voltijdse werknemers ook na invoering van de vermindering van de arbeidsduur, voltijdse werknemers blijven. De algemene minimumlonen zoals bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 en ook de sectoriële minimumlonen moeten nog steeds gerespecteerd worden.

    Tenslotte mag de looncompensatie niet als gevolg hebben dat het brutoloon van de betrokken werknemer hoger is dan zijn brutoloon vóór invoering van de vermindering van de arbeidsduur.

    De looncompensatie is een brutoloon waarop dus nog sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing verschuldigd zijn. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de aanpassing van de lonen aan de index en aan de baremieke loonsverhogingen.

    Vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen

    De vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen wordt toegekend onder de vorm van een doelgroepvermindering.

    Deze doelgroepvermindering beloopt een forfaitair bedrag per kwartaal en per betrokken werknemer. Het bedrag is bepaald als volgt:

    • een bedrag van 600 € bij vermindering van de arbeidsduur met een vijfde;
    • een bedrag van 750 € bij vermindering van de arbeidsduur met een vierde.

    In geval de vermindering van de arbeidsduur gepaard gaat met een tijdelijke invoering van de vierdagenweek, worden de bedragen van de doelgroepvermindering van 600 en 750 € respectievelijk verhoogd tot 1000 en 1150 €.

    De doelgroepvermindering kan worden toegepast voor voltijdse en deeltijdse werknemers van wie de arbeidsduur wordt aangepast. Voor deeltijdse werknemers wordt de doelgroepvermindering, in geval van invoering van de vierdagenweek, echter niet verhoogd.

    De doelgroepvermindering wordt toegekend per kwartaal voor elke tewerkstelling waarin de arbeidsduur werd verminderd. Dit betekent dat in geval de arbeidsduurvermindering in de loop van een kwartaal wordt ingevoerd, het bedrag van de forfaitaire vermindering pro rata zal worden toegekend.

    De algemene en geharmoniseerde regels voor doelgroepverminderingen zijn van toepassing. Dit betekent onder andere:

    • de mogelijke cumulatie met de structurele vermindering en de sociale maribel;
    • het verbod van cumulatie met een andere doelgroepvermindering;
    • de pro rata berekening van het verminderingsbedrag in geval van deeltijdse prestaties en in geval onvolledige prestaties.
    • de eventuele aftopping van het verminderingsbedrag tot de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen.

    Administratieve verplichtingen voor de werkgever

    Binnen de maand die volgt op de ondertekening van de collectieve arbeidsovereenkomst (of de wijziging van het arbeidsreglement) moet de werkgever een kopie van de collectieve arbeidsovereenkomst (of arbeidsreglement) bezorgen aan het bevoegd directiehoofd van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

    Op de driemaandelijkse DmfA-aangiften aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid worden de betrokken werknemers aangeduid met een specifieke verminderingscode. Ook dienen de data van begin en einde van de arbeidsduurvermindering te worden vermeld alsook de wekelijke arbeidsduur zowel vóór als na de arbeidsduurvermindering.

    Voor meer informatie over de implicaties op de DmfA-aangifte, verwijzen we naar ‘de instructies voor de werkgevers’ die te vinden zijn op de portaalsite van de sociale zekerheid www.sociale-zekerheid.be

    Verdere bijzonderheden

    Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst van een werknemer beëindigt tijdens de periode van arbeidsduurvermindering, dan wordt onder het ‘lopend loon’ waarop de opzegvergoeding wordt berekend, begrepen het loon waarop de werknemer aanspraak had kunnen maken indien zijn arbeidsduur niet werd aangepast.

    Bij inbreuk op de bepalingen inzake de arbeidsduur van de arbeidswet van 16 maart 1971 of op de bepalingen van onderafdeling 8/1 - Tijdelijke arbeidsduurvermindering in het kader van de COVID-19 pandemie - Titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3 van de Programmawet (I) van 24 december 2002, is de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gemachtigd de doelgroepvermindering terug te vorderen.

    Bijkomende inlichtingen