De proefperiode

Op deze pagina

    Algemeen principe  

    Als algemeen principe geldt dat de proefperiode werd afgeschaft vanaf 1 januari 2014.  Dit betekent dat de werknemer en de werkgever geen proeftijd meer kunnen voorzien in een arbeidsovereenkomst gesloten vanaf 1 januari 2014. Als de partijen dit toch doen, dan moet het proefbeding hoe dan ook als ongeldig worden beschouwd. Dit proefbeding zou dus nietig zijn.   

    Uitzonderingen  

    De proeftijd blijft vanaf 1 januari 2014 van toepassing in de overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten en in de overeenkomsten geregeld door de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

    Overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten  

    De eerste drie effectieve arbeidsdagen worden als proeftijd beschouwd. Zowel de werkgever als de werknemer kunnen de overeenkomst gedurende deze termijn beëindigen zonder opzegging noch vergoeding. In de betrokken arbeidsovereenkomsten moet hiervoor geen enkel bijzonder beding worden opgenomen. Een uitgebreide toelichting hieromtrent is terug te vinden bij het thema > Arbeidsovereenkomsten > Bijzondere arbeidsovereenkomsten > Overeenkomst voor tewerkstelling van studenten

    Overeenkomsten voor tijdelijke arbeid en uitzendarbeid  

    De eerste drie effectieve arbeidsdagen worden in principe als proeftijd beschouwd, gedurende dewelke zowel de werkgever als werknemer de overeenkomst kunnen beëindigen zonder opzegging noch vergoeding. De partijen kunnen evenwel voorzien dat er hetzij geen proeftijd zal zijn, hetzij dat de duur van de proeftijd langer of korter dan drie dagen zal zijn. Meer informatie over dit thema is terug te vinden bij > Arbeidsovereenkomsten > Uitzendarbeid