Verwerking van persoonsgegevens bij de strijd tegen illegale arbeid, sociale fraude en sociale dumping

Op deze pagina

    De verwerking van persoonsgegevens binnen de administratieve en strafrechtelijke procedure

    Op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping zijn verschillende regels van toepassing. Welke regels van toepassing zijn hangt af van de procedure waarin de persoonsgegevens worden verwerkt. Men onderscheidt enerzijds de administratieve procedure en anderzijds de strafrechtelijke procedure.

    Onderscheid tussen de administratieve en de strafrechtelijke procedure

    De administratieve procedure kan worden omschreven als:

    • De fase voorafgaand aan het overmaken van het proces-verbaal aan het Openbaar Ministerie.
    • De fase van de administratieve vervolging die in bepaalde gevallen volgt op de beëindiging van de strafrechtelijke procedure met het oog op de oplegging van een administratieve geldboete.

    In deze fase zijn de hieronder opgesomde sociale inspectiediensten en/of andere entiteiten, met uitzondering van het Openbaar Ministerie, aan zet.

    Het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt de samenleving in de rechtbank. Haar voornaamste taak is het opsporen en vervolgen van misdrijven. De magistraten van het Openbaar Ministerie leiden het strafonderzoek, sporen de daders op en vorderen in de rechtbank een straf tegen de verdachten. Voor zaken die tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank behoren of voor wat betreft de vervolging van inbreuken tegen de sociale wetten voert het arbeidsauditoraat de opdrachten van het Openbaar Ministerie uit.

    Eenmaal het proces-verbaal is overgemaakt aan het Openbaar Ministerie, kan de magistraat, in dit geval de arbeidsauditeur, beslissen om een opsporingsonderzoek op te starten of om de onderzoeksrechter te vorderen in welk geval een gerechtelijk onderzoek wordt opgestart. In beide gevallen loopt dan de strafrechtelijke procedure. Deze eindigt wanneer het Openbaar Ministerie:

    • Afziet van het instellen van strafvervolging;
    • Desgevallend in geval van het mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering (minnelijke schikking);
    • Desgevallend in geval van mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering (naleving van voorwaarden);
    • Desgevallend wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsvordering;
    • Of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk. 

    In al deze gevallen hervat de administratieve procedure. 

    Voor meer informatie omtrent de beslissingen van het Openbaar Ministerie.

    Welke regels zijn wanneer van toepassing

    De verwerking van persoonsgegevens binnen de administratieve procedure wordt geregeld door de AVG. De AVG is van toepassing op alle sociale inspectiediensten die hieronder worden opgesomd alsook op de opgesomde entiteiten, met uitzondering van het Openbaar Ministerie.

    De verwerking van persoonsgegevens binnen de strafrechtelijke procedure wordt geregeld door:

    • De Richtlijn 2016/680/EU van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (“Richtlijn Politie & Justitie”) en;
    • Titel II van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (“WVP”). Titel II WVP zet de bepalingen van de Richtlijn Politie & Justitie om in Belgische regelgeving.

    Beide stelsels vertonen heel wat gelijkenissen. Zo omvatten ze beide een regeling betreffende het recht op de bescherming van de persoonsgegevens voor de personen van wie deze gegevens verwerkt worden. Deze beschikken onder meer over het recht op inzage, rectificatie en verwijdering van gegevens.

    Beperking van de rechten

    De rechten die door de wetgeving op de bescherming van de persoonsgegevens worden toegekend aan de betrokken personen, zijn niet absoluut. In bepaalde gevallen kunnen ze worden beperkt, uitgesteld of achterwege gelaten. Hierin verschillen beide stelsels van mekaar.

    De Richtlijn Politie & Justitie voorziet dat wanneer de persoonsgegevens in een rechterlijke beslissing, register of dossier zijn vervat en in het kader van strafrechtelijke onderzoeken en procedures worden verwerkt, de betrokken rechten overeenkomstig het nationaal procesrecht worden uitgeoefend. Bijgevolg werden de regels omtrent het uitoefenen van de betrokken rechten opgenomen in het Wetboek van Strafvordering.

    Meer informatie hieromtrent vindt u terug onder "Bijzondere regels wat betreft de verwerking van de persoonsgegevens van het epv door het openbaar ministerie (strafrechtelijke procedure)".

    De AVG legt zelf de regels vast met betrekking tot de uitoefening van de privacyrechten maar voorziet dat de lidstaten de uitoefening van de rechten in welbepaalde gevallen kunnen beperken door middel van een wetgevende maatregel. In het kader van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping werden in het Sociaal Strafwetboek een aantal regels opgenomen teneinde de rechten te kunnen beperken gedurende een bepaalde periode.

    Meer informatie hieromtrent vindt u terug onder Functionarissen voor gegevensbescherming en uitoefening van uw rechten inzake de bescherming van uw persoonsgegevens (administratieve procedure) - Recht op informatie, inzage, rectificatie en beperking.

    Verwerkingsverantwoordelijken

    De verantwoordelijken voor de verwerking van de persoonsgegevens die in het kader van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping verzameld worden, zijn:

    • Iedere sociale inspectiedienst is verwerkingsverantwoordelijke wat betreft de epv's die hij opstelt en de bijlagen ervan, en die ter beschikking gesteld worden in de databank epv.

    U vindt de naam van de sociale inspectiedienst die het epv heeft opgesteld bovenaan op de eerste bladzijde van het proces-verbaal.

    • Iedere entiteit die toegang heeft tot de databank epv is verantwoordelijk voor de verwerkingen die zij uitvoert via en in dit platform.
    • Alle entiteiten die toegang hebben tot de databank epv en het Beheerscomité van de databank epv zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die opgenomen zijn in deze databank.

    Lijst van de sociale inspectiediensten die epv’s opstellen en die toegang hebben tot de databank epv

    • de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
    • de inspectiedienst van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
    • de Algemene Directie van de inspectiediensten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
    • de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
    • de Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
    • de Inspectie van de Directie Eerlijke Concurrentie van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen
    • de Controledienst Arbeidsongevallen van het Federaal agentschap voor beroepsrisico's
    • de Directie Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel
    • de Directie van de economische en sociale  inspectie van de Overheidsdienst van Wallonië
    • de Dienst Tewerkstelling en de Dienst Gezin en Sociale Zaken van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap

    Lijst van de entiteiten die enkel toegang hebben tot de databank epv

    • Openbaar ministerie
    • Directie van de administratieve geldboeten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
    • Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (deze directie neemt eveneens het secretariaat waar van het Beheerscomité van de databank epv)
    • Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst

    De adressen en de contactgegevens van voormelde inspectiediensten en entiteiten en van hun functionarissen voor gegevensbescherming vindt u op de pagina "Contactgegevens DPO’s voor verwerking van persoonsgegevens bij de strijd tegen illegale arbeid, sociale fraude en sociale dumping".

    Bijzondere regels wat betreft de verwerking van de persoonsgegevens van het epv door het openbaar ministerie (strafrechtelijke procedure)

    Wanneer het epv is overgemaakt aan het Openbaar Ministerie (arbeidsauditoraat) bevindt het dossier zich in de strafrechtelijke procedure. Bijgevolg zijn de regels van Titel II WVP van toepassing.

    Hoofdstuk III van Titel II WVP kent u een aantal rechten toe inzake de verwerking van persoonsgegevens waaronder het recht op informatie, het recht op toegang en het recht op rectificatie/aanvulling van uw onjuiste persoonsgegevens. 

    Recht op informatie, toegang, rectificatie/aanvulling/wissing en beperking van de verwerking

    De rechten zijn vastgelegd in de artikelen 37 (recht op informatie), 38, § 1 (recht op toegang), 39 (recht op rectificatie/aanvulling/beperking van de verwerking) en 41, tweede lid (verzoek bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit) van de WVP.

    Art. 44 WVP voorziet dat wanneer de persoonsgegevens in een rechterlijke beslissing of een gerechtelijk dossier zijn opgenomen of in het kader van strafrechtelijke onderzoeken en procedures worden verwerkt, de hiervoor vermelde rechten uitgeoefend worden overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van strafvordering (“Sv.”), de bijzondere wetten die betrekking hebben op de strafrechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.

    De modaliteiten voor de uitoefening van deze rechten zijn als volgt:

    • Art. 21ter Sv.: het verzoek tot toegang uitgaande van een rechtstreeks belanghebbende (inzage/ kennisname/ afschrift) van zijn in een opsporingsonderzoek verwerkte persoonsgegevens en de overkoepelende bevoegdheid van het openbaar ministerie betreffende andere vragen tot toegang;
    • Art. 61ter/ 1 Sv.: het verzoek tot toegang uitgaande van een rechtstreeks belanghebbende (inzage/ kennisname / afschrift) van zijn in een gerechtelijk onderzoek verwerkte persoonsgegevens 
    • Art. 21quinquies Sv.: het verzoek tot wijziging, aanvulling, verwijdering, verbod of beperking van het gebruik van persoonsgegevens uitgaande van de benadeelde en de verdachte in een opsporingsonderzoek, en de overkoepelende bevoegdheid van het openbaar ministerie betreffende andere vragen tot wijziging, aanvulling, verwijdering, verbod of beperking van het gebruik van persoonsgegevens;
    • Art.61quinquies/1 Sv.: het verzoek tot wijziging, aanvulling, verwijdering, verbod of beperking van het gebruik van persoonsgegevens uitgaande van de inverdenkinggestelde, de persoon tegen dewelke de strafvordering is ingesteld, en de burgerlijke partij in een gerechtelijk onderzoek.

    Welke procedure u moet volgen is afhankelijk van uw hoedanigheid als betrokkene alsook van de aard van het onderzoek (opsporingsonderzoek/gerechtelijk onderzoek) waarop uw vraag tot uitoefening van rechten betrekking heeft.

    Alle verzoeken tot uitoefening van rechten dienen ingediend te worden via verzoekschrift. Het verzoekschrift dient ingediend te worden bij het secretariaat van het parket (arbeidsauditoraat) vermeld in rubriek 13 van het epv.

    Voor wat betreft het recht op inzage/ kennisname/ afschrift bevat het verzoekschrift op straffe van niet- ontvankelijkheid:

    • De vraag naar de verwerking van de eigen persoonsgegevens van de vraagsteller
    • De keuze van woonplaats in België, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zetel niet heeft

    Voor wat betreft het verzoek tot wijziging, aanvulling, verwijdering, verbod of beperking van het gebruik van persoonsgegevens bevat het met reden omklede verzoekschrift op straffe van niet-ontvankelijkheid:

    • Keuze van woonplaats in België, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zetel niet heeft
    • De mededeling dat verzoeker zijn persoonsgegevensrecht wil uitoefenen
    • De stukken en de daarin vervatte persoonsgegevens die het voorwerp uitmaken van het verzoek. Er dient minstens te worden aangeduid wat moet gewijzigd worden en hoe.

    Zowel de betrokken bepalingen uit de WVP als uit het Wetboek van strafvordering bevatten een aantal gronden op basis waarvan de procureur des konings/onderzoeksrechter uw verzoek tot uitoefening van rechten kan afwijzen.

    Hierna vindt u een schematisch overzicht van deze procedures. (PDF, 173.56 KB)

    Hoger beroep

    U kunt tegen de beslissing van de procureur des konings (arbeidsauditeur) of de onderzoeksrechter hoger beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling door een met redenen omkleed verzoekschrift neer te leggen op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van de beslissing.

    Indien het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter geen beslissing heeft genomen binnen de wettelijk voorziene termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kunt u zich eveneens wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen na het verstrijken van die termijn is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt opgenomen in een daartoe bestemd register.

    Schematisch overzicht

    De tabel bevat een schematisch overzicht van de bijzondere regels betreffende de verwerking van de persoonsgegevens van het epv door het openbaar ministerie (strafrechtelijke procedure) (PDF, 173.56 KB).

    Functionarissen voor gegevensbescherming en uitoefening van uw rechten inzake de bescherming van uw persoonsgegevens (administratieve procedure)

    De functionarissen voor gegevensbescherming (hierna « DPO ») zijn de personen aangesteld door de respectievelijke verwerkingsverantwoordelijken die u kunt contacteren voor elke vraag over de verwerking van uw persoonsgegevens en voor het uitoefenen van de rechten die u door de algemene verordening gegevensbescherming (hierna « AVG ») zijn toegekend. Het betreft in dit geval de rechten van informatie, inzage, rectificatie, beperking en bezwaar. Het recht op wissing en het recht op overdraagbaarheid zijn hier niet van toepassing.

    Recht op informatie, inzage, rectificatie en beperking

    Overeenkomstig de artikelen 100/14 tot 100/17 van het Sociaal Strafwetboek kunnen het recht van informatie, inzage, rectificatie en beperking geheel of gedeeltelijk worden uitgesteld en beperkt voor wat betreft de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping.

    Deze beperkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de voormelde inspectiediensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten, alsook gedurende de periode waarin de voormelde entiteiten die toegang hebben tot de databank epv de stukken afkomstig van de sociale inspectiediensten behandelen om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
    Deze beperkingen gelden voor zover de toepassing van voormelde rechten nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.

    De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van één van de voormelde rechten waarvoor de afwijkingen gelden.

    Voor de uitoefening van uw rechten kan u één van de DPO’s contacteren.

    Bij ontvangst van een verzoek tot uitoefening van één van de voormelde rechten bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan.

    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van informatie, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de in de derde alinea vermelde doelstellingen zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.
    Wanneer één van de voormelde inspectiediensten gebruik heeft gemaakt van één van voormelde beperkingen, en met uitzondering van de situaties bedoeld in de volgende twee alinea’s, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.

    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.

    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de administratie waarvan de inspectiedienst afhangt, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld nadat de bevoegde administratie of instelling heeft beslist over het resultaat van het onderzoek.

    Klacht bij de gegevensbeschermingsautoriteit

    Indien u meent dat de verwerkingsverantwoordelijke(n) uw persoonsgegevens niet in overeenstemming met de bepalingen van de « AVG » en de bepalingen van de Belgische wetgeving inzake de materie  heeft (hebben) verwerkt, hebt u de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (« GBA »), behalve indien het dossier is overgemaakt aan het openbaar ministerie en het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke procedure. De contactgegevens van de GBA zijn:

    Gegevensbeschermingsautoriteit
    Drukpersstraat 35
    1000 Brussel
    Belgium
    contact@apd-gba.be
    +32 2 274 48 00 
    www.gegevensbeschermingsautoriteit.be

    Rechtsgrond voor de verwerking van uw persoonsgegevens

    De rechtsgrond voor de verwerking van uw persoonsgegevens is opgenomen in de artikelen 100/2 tot 100/10 en 100/14 tot 100/17 van het Sociaal Strafwetboek

    Doeleinden van de verwerking van uw persoonsgegevens

    De persoonsgegevens die in het kader van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping verzameld worden, worden verwerkt met de volgende doeleinden:

    • Het verzamelen van informatie die nuttig is om de actoren van de strijd de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping in staat te stellen op een adequate wijze de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping te bestrijden;
    • Het verzamelen van informatie die nuttig is om de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping in staat te stellen hun wettelijke opdrachten uit te oefenen;
    • Het opmaken van interne en externe statistieken.

    Periode van opslag van de persoonsgegevens

    De gegevens die in de databank epv worden opgeslagen, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die vijf jaar na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit het epv niet mag overschrijden. Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering, indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.