Zoals elk jaar werden in juni de 230 arbeidsmarktindicatoren geüpdatet die we publiceren op onze website en die bij het jaarlijkse voortgangsrapport van het Budgettair-structureel Plan voor de middellange termijn (MTP) worden gevoegd. Dat rapport moet elke EU-lidstaat indienen bij de Europese Commissie.
Juni is het moment waarop we de definitieve cijfers van het voorbije jaar hebben voor een brede waaier aan arbeidsmarktthema’s. Deze indicatoren worden ontwikkeld door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, in samenwerking met Statbel (FOD Economie – Directoraat-generaal Statistiek) en de bevoegde diensten van de Federale Staat, de Gewesten en Gemeenschappen. Ze maken het mogelijk om de vinger te leggen op de belangrijkste uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid en stellen ons bovendien in staat om onze voortgang te meten op vlak van de Belgische en EU-doelstellingen voor 2030 op het gebied van werkgelegenheid. Die EU-doelstellingen plaatsen we bij de update van dit jaar in het zoeklicht.
De EU-Doelstellingen op vlak van werk
In 2021 werden alle lidstaten gevraagd om nationale streefcijfers vast te stellen in het kader van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten. De eerste van de drie ‘headline’ doelstellingen van het plan betreft de werkgelegenheidsgraad, d.w.z. het aandeel van de bevolking van 20 tot 64 jaar dat aan het werk is. België heeft zich tot doel gesteld om tegen 2030 een werkgelegenheidsgraad van 80% te behalen. In de recentste cijfers steeg de werkgelegenheidsgraad licht van 72,3% in 2024 naar 72,8% in 2025. Er is dus een toename, maar we zitten nog niet op koers om de 80% te halen.
De werkzaamheid is zowel bij mannen als vrouwen toegenomen, maar bij vrouwen iets sterker. Daardoor boeken we ook vooruitgang in het verkleinen van de kloof tussen vrouwen en mannen, één van de subtargets binnen het domein werk. De genderkloof verkleint van 8,0 tot 7,2 procentpunten, dus het doel om onder 4 procentpunten verschil te zakken komt dichterbij. De sterkste stijging in de werkgelegenheidsgraad zien we bij personen van 55-64 jaar (van 59,4% in 2024 naar 61,5% in 2025). Om de 80% te halen, zou deze subgroep tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van 68,8% moeten behalen. Daarnaast zijn er subtargets gezet voor kortgeschoolden, personen geboren buiten de EU-27 en de werkzaamheidskloof tussen personen met en zonder een handicap (streefcijfers van respectievelijk 58,4%, 58,3% en een kloof van minder dan 24,5 pp.). Personen geboren buiten de EU zien hun werkgelegenheidsgraad stijgen van 59,4 naar 60,6%, maar de kloof ten opzichte van personen die in België zijn geboren blijft groot. Voor kortgeschoolden en personen met een beperking is het nog duidelijker dat we een tandje moeten bijsteken. De werkgelegenheidsgraad van kortgeschoolden daalt immers van 47,5 naar 46,7%, en de kloof tussen personen met en zonder een handicap groeit van 33,2 naar 34,6 procentpunten.
Er is beter nieuws wat betreft de genderloonkloof en het aandeel 30-34-jarigen met een diploma van het hoger onderwijs, twee andere indicatoren waarvoor we een doelstelling hebben vastgelegd. De loonkloof tussen vrouwen en mannen bedraagt voor het tweede jaar op rij 0,7% in 2024, waarmee we het streven om een kloof van minder dan 2,9% te bereiken duidelijk hebben behaald. Het aandeel hooggeschoolden bij de 30-34-jarigen bedraagt in 2025 53,0%, waarmee we ook voor deze indicator de doelstelling van 50,1% hebben behaald.
Naast doelstellingen op vlak van werk, betreffen de 2030 doelstellingen ook de domeinen opleiding, armoede en sociale inclusie. Zowel de headline als de subtargets voor al deze domeinen zijn te vinden op onze website.
Jobkwaliteit in België
De EU-doelstellingen helpen landen om hun beleidsprioriteiten te bepalen, uitdagingen te identificeren, en goede arbeidsmarktresultaten in kaart te brengen. Maar de Europese Commissie en de lidstaten zijn zich ervan bewust dat het belangrijk is om niet enkel te kijken of mensen aan het werk zijn, maar ook naar de kwaliteit van hun jobs. Het afgelopen jaar ontwikkelde de EMCO-Indicatorengroep, in opdracht van EMCO (het Employment Committee), bijgevolg een raamwerk om jobkwaliteit in al haar dimensies te monitoren.
Veel van de indicatoren uit dat Job quality monitoring framework zijn eveneens te vinden bij onze statistieken. Zo stellen we vast dat de meeste jobs in ons land een goede bescherming bieden tegen armoede. In 2025 blijft het armoederisico in België laag bij werkenden (4,1% tegenover 4,3% in 2024), in tegenstelling tot bij werklozen (40,4%, al is dit een daling tegenover 43,0%). Tegelijk neemt het aandeel onvrijwillig deeltijds of tijdelijk werk toe (7,2% in 2025 tegenover 6,6% in 2024), wat een verslechtering betekent. En ook het aandeel onvrijwillig deeltijds werk binnen het totaal van de deeltijdse werknemers stijgt licht (van 20,1 naar 20,7%) en blijft hoger dan in de EU. De opleidingsdeelname van werknemers bedraagt 46,8% in 2025, wat meer dan dubbel zoveel is als het aandeel werklozen of inactieven die levenslang leren. Een vergelijking met eerdere jaren is voor deze indicator onmogelijk door een reeksbreuk.
Op vlak van jobkwaliteit doet België het over het algemeen vrij goed, maar we moeten blijven inzetten op een hoge kwaliteit van werk voor alle werkenden, want de indicatoren tonen duidelijk aan dat er grote verschillen bestaan tussen groepen, jobtypes en sectoren.
De vermelde indicatoren die in het EU-beleidskader worden opgevolgd, en nog veel meer, zijn te vinden op onze website : Statistieken > Structurele indicatoren werkgelegenheid en arbeidsmarkt – jaarbasis.