Nieuwe regeling van vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026 – update

Gepubliceerd op

Op 30 april 2026 werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsontwerp houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek aangenomen. Deze wet moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

In dit wetsontwerp wordt een nieuwe structurele regeling van vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026 ingevoerd. Deze nieuwe regeling werd dus op retroactieve wijze goedgekeurd vanaf 1 april 2026 en sluit dus aan bij de verlenging van de maatregel van de 120 relance-uren (bruto=netto) die konden worden ingezet tot 31 maart 2026. Aangezien het wetsontwerp werd aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, kunnen werkgevers en werknemers sinds 1 april 2026 gebruik maken van deze nieuwe regeling, ook al is de wet nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

In uitvoering van het Regeerakkoord wordt vanaf 1 april 2026 één systeem van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar gecreëerd, zonder motief of inhaalrust. Deze kunnen worden toegepast in alle sectoren. Ze worden niet in rekening gebracht bij de interne grens van de arbeidsduur. Artikel 25bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt in dit kader gewijzigd. De relance-uren die in het eerste kwartaal 2026 zouden zijn gepresteerd, worden in rekening gebracht bij het totaal van 360 vrijwillige overuren in 2026.

Voor 240 van deze 360 vrijwillige overuren is geen overloon verschuldigd.

Daarnaast wordt in de sector van de horeca het contingent van 360 vrijwillige overuren opgetrokken naar 450 uren. 360 van deze 450 vrijwillige overuren zullen geen recht doen ontstaan op overloon.

In uitvoering van het Regeerakkoord zal ook een bijzondere fiscale en parafiscale regeling gelden: hiervoor verwijzen we naar de bevoegde diensten (FOD Financiën en RSZ).

Er wordt ook ingezet op administratieve vereenvoudiging. Het schriftelijk akkoord van de werknemer wordt geldig voor een periode van een jaar in plaats van zes maanden. Het akkoord van de werknemer wordt, behoudens opzegging, bovendien telkens stilzwijgend verlengd voor een bijkomende periode van een jaar.

In uitvoering van het Regeerakkoord wordt de mogelijkheid voor deeltijdse werknemers om vrijwillige overuren te verrichten (dat wil zeggen om de voltijdse arbeidsduurgrenzen te overschrijden op grond van artikel 25bis van de arbeidswet) vanaf 1 april 2026 beperkt. Deeltijdse werknemers kunnen slechts vrijwillige overuren verrichten op voorwaarde dat er zich een tijdelijke vermeerdering van werk voordoet én dat de desbetreffende werknemer al minstens drie jaar deeltijds werkt. Deze bijkomende voorwaarden gelden evenwel niet voor deeltijdse werknemers die op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de wet houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek verbonden zijn door een akkoord met de desbetreffende werkgever om vrijwillige overuren te presteren. Verder wordt bevestigd dat werknemers die genieten van een vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van de loopbaanonderbreking (bv. 1/2de, 1/5de of 1/10de ouderschapsverlof) geen vrijwillige overuren kunnen verrichten.

Tot slot wordt ook het lot van bestaande akkoorden om vrijwillige overuren te presteren geregeld:

  1. het akkoord van de werknemer dat voor 1 april 2026 werd gegeven om vrijwillige overuren te presteren (klassieke vrijwillige overuren of relance-uren) voor een periode die afloopt na die datum (bijvoorbeeld een akkoord voor een periode van 1 november 2025 tot 30 april 2026), blijft geldig als akkoord om vrijwillige overuren te presteren onder de toepassing van de nieuwe regels vanaf 1 april 2026 en dit tot het verstrijken van de geldigheidsduur van dit reeds gegeven akkoord. Hierna (in het voorbeeld dus vanaf 1 mei 2026) zal dan een nieuw akkoord moeten worden gegeven volgens de nieuwe regels, met andere woorden voor een duur van een jaar (met stilzwijgende verlenging en mogelijkheid tot opzegging);
  2. het akkoord van de werknemer om vrijwillige overuren te presteren dat voor een duur van zes maanden werd gegeven in de periode van 1 april 2026 tot en met de dag voorafgaand aan de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad (bv. een akkoord van 1 april 2026 tot en met 30 september 2026), is geldig als akkoord om vrijwillige overuren te presteren onder de toepassing van de nieuwe regels die gelden vanaf 1 april 2026, tot het verstrijken van de geldigheidsduur van dit reeds gegeven akkoord. Hierna (in het voorbeeld vanaf 1 oktober 2026) zal dan een nieuw akkoord moeten worden gegeven volgens de nieuwe regels, met andere woorden voor een duur van een jaar (met stilzwijgende verlenging en mogelijkheid tot opzegging). 

Aangezien de nieuwe regeling retroactief uitwerking heeft vanaf 1 april 2026 zullen ook de akkoorden die vanaf die datum (maar voor de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad) werden gesloten voor een periode van een jaar geldig zijn om vrijwillige overuren te presteren onder de toepassing van de nieuwe regels.