10 juli is een belangrijke datum voor de industriële veiligheid in Europa. Vijftig jaar geleden, op 10 juli 1976, veroorzaakte een chemisch ongeval in Meda, Italië, de verspreiding van een dioxinewolk die het nabijgelegen stadje Seveso zwaar trof. Deze ramp leidde tot de Europese Seveso-richtlijn, die tot doel heeft zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te voorkomen.
Wat is een Seveso-bedrijf?
De Seveso-richtlijn geldt voor een beperkte groep bedrijven, de zogenaamde Seveso-bedrijven. Dat zijn industriële sites waar gevaarlijke chemische stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die hoger liggen dan de drempelwaarden die in de richtlijn zijn vastgelegd. De meeste van die bedrijven zijn actief in sectoren zoals de (petro)chemie, tankopslag, magazijnopslag, de staalindustrie, de non-ferro-industrie en afvalverwerking.
Een gecoördineerde uitvoering
De Seveso-regelgeving gaat over procesveiligheid. Ze wil onder meer de veiligheid garanderen van het personeel van Seveso-bedrijven en van derden die er werken. Bij een incident zijn zij de eersten die worden blootgesteld. Procesveiligheid gaat echter verder dan veiligheid op het werk. Zware ongevallen kunnen gevolgen hebben buiten de grenzen van het bedrijfsterrein. Ook mensen buiten het bedrijf kunnen dus getroffen worden. Bovendien kan het vrijkomen van gevaarlijke stoffen schade veroorzaken aan het milieu.
Procesveiligheid omvat daarom ook aspecten van externe veiligheid, civiele bescherming en milieubescherming. Daarom zijn verschillende overheden betrokken bij de uitvoering van de Seveso-richtlijn.
Meer weten
Voor meer informatie over de Seveso-richtlijn en over de verplichtingen die daaruit voortvloeien voor bedrijven, raadpleeg de pagina Seveso: preventie van zware ongevallen.