Op deze pagina
Artikel 1 - Toepassingsgebied
Algemeen
In het toepassingsgebied wordt bepaald op wie het bonusplan van toepassing is. Dit zijn de werknemers die de doelstelling(en) moeten verwezenlijken en die in aanmerking komen voor de toekenning van de bonus wanneer dit het geval is.
Een bonusplan kan van toepassing zijn op:
- Alle werknemers van de onderneming (of van de groep van ondernemingen);
- Een welomschreven groep van werknemers van de onderneming (of van de groep van ondernemingen).
Omschrijving
Het toepassingsgebied moet op een duidelijke en objectieve wijze worden omschreven. Summiere omschrijvingen zoals “Het plan is van toepassing op alle senior medewerkers” of “Het plan is van toepassing op werknemers die behoren tot de categorie IV” horen niet thuis in een bonusplan.
Wanneer een bonusplan van toepassing is op een welomschreven groep van werknemers moet deze groep afgebakend worden op basis van objectieve criteria (zoals werknemers die een bepaalde functie uitoefenen of die werkzaam zijn op een bepaalde dienst of afdeling). De betrokken functie of dienst moet op een voldoende duidelijke wijze worden omschreven. Indien er wordt gebruikgemaakt van een functie die is opgenomen in een sectorale functieclassificatie moet de datum waarop de betrokken collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten en het registratienummer van deze overeenkomst vermeld worden in het bonusplan.
Bij de omschrijving van het toepassingsgebied mag er geen onderscheid gemaakt wordt op basis van de duur van de arbeidsovereenkomst en/of het tewerkstellingsregime van de werknemers. Er kan dus niet bepaald worden dat het bonusplan enkel van toepassing is op voltijds tewerkgestelde werknemers of op werknemers die tewerkgesteld zijn met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Gelegenheidswerknemers en werknemers tewerkgesteld met een flexi-jobarbeidsovereenkomst kunnen niet worden uitgesloten.
Opgelet: De betrokken werknemers mogen niet nominatief bepaald worden. Vermeld dus geen namen en/of voornamen van de werknemers.
Uitzendkrachten
Werknemers die als uitzendkracht tewerkgesteld worden in de onderneming komen eveneens in aanmerking voor de toekenning van de bonus. Zij kunnen niet worden uitgesloten.
Verwijs bij de omschrijving van het toepassingsgebied dus niet naar de bevoegde paritaire comités en bepaal niet dat het plan van toepassing is op werknemers die met de onderneming verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. In beide gevallen worden uitzendkrachten immers impliciet uitgesloten.
Het is aangewezen om in het toepassingsgebied van het bonusplan steeds de volgende bepaling op te nemen, zelfs als de onderneming gewoonlijk geen gebruik maakt van uitzendkrachten of er op het moment van de opmaak van het plan geen uitzendkrachten in dienst zijn van de onderneming:
“De onderneming zal erop toezien dat indien er tijdens de referteperiode gebruik zou worden gemaakt van uitzendkrachten deze conform de toepasselijke regelgeving recht zullen hebben op de voordelen bepaald in dit plan volgens de voorwaarden en modaliteiten zoals bepaald in onderhavig plan.”
Aantal betrokken werknemers
In artikel 1 van het bonusplan moet eveneens meegedeeld worden wat het aantal betrokken werknemers is op het ogenblik van de opmaak van het plan.
Aangezien het systeem van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen een collectief systeem is, moet een bonusplan van toepassing zijn op meerdere werknemers.
Opgelet: Wanneer een bepaalde functie slechts door één werknemer wordt uitgeoefend is het niet mogelijk om voor deze functie een bonusplan in te voeren. Een onderneming die bijvoorbeeld één verkoper tewerkstelt en drie administratief bedienden, kan geen bonusplan invoeren voor de verkoper.
Er kan echter wel een bonusplan worden ingevoerd voor de verkopers én de administratief bedienden, zolang ze samen een collectieve doelstelling moeten verwezenlijken.
Indien het bonusplan van toepassing is op verschillende functies, afdelingen of winkels is het enkel mogelijk om afzonderlijke doelstellingen vast te leggen per functie, afdeling of winkel indien er per functie, afdeling of winkel meerdere betrokken werknemers zijn. In dat geval moet in artikel 1 van het bonusplan het aantal betrokken werknemers meegedeeld worden per functie, afdeling of winkel en moet dat aantal telkens minstens 2 zijn.
Een onderneming met één werknemer
Een onderneming die slechts één werknemer te werk stelt kan een bonusplan invoeren, op voorwaarde dat dit gebeurt op het niveau van de onderneming (en niet op het niveau van een functie) en dat de toekenning van de bonus niet gekoppeld is aan een individuele doelstelling.
Het toepassingsgebied van een bonusplan dat wordt ingevoerd door een onderneming die slechts één werknemer tewerkstelt op het ogenblik van de opmaak van het plan moet dus worden omschreven als volgt:
“Het plan is van toepassing op alle werknemers (m/v) tewerkgesteld in de onderneming. Op het ogenblik van de opmaak van het plan betreft het 1 persoon.
De onderneming zal erop toezien dat indien er tijdens de referteperiode gebruik zou worden gemaakt van uitzendkrachten deze conform de toepasselijke regelgeving recht zullen hebben op de voordelen bepaald in dit plan volgens de voorwaarden en modaliteiten zoals bepaald in onderhavig plan.”
Anciënniteitsvoorwaarde
In een bonusplan kan een anciënniteitsvoorwaarde worden vastgelegd. Werknemers die onder het toepassingsgebied van het bonusplan vallen en aan het einde van de referteperiode niet beantwoorden aan de anciënniteitsvoorwaarde hebben geen recht op de bonus.
De anciënniteitsvoorwaarde moet aan de volgende principes voldoen:
- Ze mag niet meer dan de helft van de duur van de referteperiode bedragen;
- Ze moet aan het einde van de referteperiode onderzocht worden;
- Er moet rekening gehouden worden met alle vorige opeenvolgende overeenkomsten in de onderneming om na te gaan of de werknemer al dan niet beantwoordt aan de anciënniteitsvoorwaarde.
Indien de referteperiode gelijkloopt met een kalenderjaar kan bijvoorbeeld voorzien worden in een anciënniteitsvoorwaarde van maximaal 6 maanden, die zal nagegaan worden op 31 december van het betrokken kalenderjaar.
Opgelet: Er kan niet bepaald worden dat de werknemers tijdens of bij aanvang van de referteperiode over een bepaalde anciënniteit moeten beschikken.
Werknemers die kunnen worden uitgesloten
Er zijn twee categorieën werknemers die kunnen worden uitgesloten van de toekenning van de bonus:
- Werknemers die de onderneming hebben verlaten vóór het einde van de referteperiode vanwege een ontslag om dringende reden;
- Werknemers die de onderneming hebben verlaten vóór het einde van de referteperiode vanwege een ontslagneming door de werknemer zelf (met uitzondering van het ontslag gegeven omwille van een dringende reden in hoofde van de werkgever).
Het betreft in beide gevallen een eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het beëindigen van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord valt hier niet onder. Werknemers van wie de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord met de werkgever wordt beëindigd kunnen bijgevolg niet uitgesloten worden.
Opgelet: Het is niet mogelijk om in een bonusplan te bepalen dat de werknemers nog in dienst moeten zijn aan het einde van de referteperiode of op het tijdstip van betaling van de bonus.
Werknemers die niet meer in dienst zijn aan het einde van de referteperiode omdat ze werden ontslagen om een andere reden dan een dringende reden hebben immers recht op de bonus.
Ook werknemers die de onderneming slechts verlaten na afloop van de referteperiode, ongeacht om welke reden, hebben recht op de bonus.
Voorbeelden van een correcte omschrijving van het toepassingsgebied
Voorbeeld 1:
“Het plan is van toepassing op alle werknemers (m/v) tewerkgesteld in de onderneming. Op het ogenblik van de opmaak van het plan betreft het 9 personen.
De onderneming zal erop toezien dat indien er tijdens de referteperiode gebruik zou worden gemaakt van uitzendkrachten deze conform de toepasselijke regelgeving recht zullen hebben op de voordelen bepaald in dit plan volgens de voorwaarden en modaliteiten zoals bepaald in onderhavig plan.
De volgende werknemers worden evenwel uitgesloten en hebben geen recht op de bonus:
- Werknemers die de onderneming hebben verlaten vóór het einde van de referteperiode vanwege een ontslag om dringende reden;
- Werknemers die de onderneming hebben verlaten vóór het einde van de referteperiode vanwege een ontslagneming door de werknemer zelf (met uitzondering van het ontslag gegeven omwille van een dringende reden in hoofde van de werkgever);
- Werknemers wiens anciënniteit in de onderneming niet minstens de helft van de referteperiode bedraagt. De anciënniteitsvoorwaarde wordt aan het einde van de referteperiode onderzocht en houdt rekening met alle vorige opeenvolgende overeenkomsten in de onderneming.”
Voorbeeld 2:
“Het plan is van toepassing op alle werknemers (m/v) tewerkgesteld op het sales departement van de onderneming. Op het ogenblik van de opmaak van het plan betreft het 3 personen.
De onderneming zal erop toezien dat indien er tijdens de referteperiode gebruik zou worden gemaakt van uitzendkrachten deze conform de toepasselijke regelgeving recht zullen hebben op de voordelen bepaald in dit plan volgens de voorwaarden en modaliteiten zoals bepaald in onderhavig plan.”