Gedetailleerde uitleg over de referteperiode

Op deze pagina

    Artikel 3 - Referteperiode

    Algemeen

    De referteperiode is de periode gedurende welke de doelstelling moet behaald worden. Deze periode moet minstens 3 maanden duren.

    Een bonusplan kan meerdere referteperiodes bevatten, bijvoorbeeld elk kwartaal van een kalenderjaar.

    Opgelet: Aangezien een referteperiode minstens 3 maanden moet duren kan een bonusplan geen dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse doelstellingen vastleggen en kan niet voorzien worden in de toekenning van een dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse bonus.

    Neerlegging

    Het bonusplan moet neergelegd worden bij de griffie alvorens 1/3de van de referteperiode is verstreken.

    Indien de referteperiode loopt van 1 januari tot 31 december moet het bonusplan ten laatste op 30 april van het betrokken jaar worden neergelegd.

    Indien de referteperiode loopt van 1 januari tot 31 maart moet het bonusplan ten laatste op 31 januari van het betrokken jaar worden neergelegd.

    Opgelet: Om na te gaan of een bonusplan tijdig werd neergelegd wordt rekening gehouden met de referteperiode die in de praktijk van toepassing is.

    Wanneer een bonusplan voorziet in een referteperiode van 1 jaar, maar doelstellingen vastlegt die moeten bereikt worden per trimester, zal dit aanzien worden als 4 referteperiodes van telkens 3 maanden. Het bonusplan moet bijgevolg op de griffie neergelegd worden alvorens één derde van de eerste referteperiode van 3 maanden is verstreken.

    Voorbeeld: Een bonusplan bevat een referteperiode die wordt omschreven als volgt:

    “De doelstellingen moeten behaald worden tijdens de volgende referteperiodes: van 1 januari 2026 tot 31 maart 2026, van 1 april 2026 tot 30 juni 2026, van 1 juli 2026 tot 30 september 2026 en van 1 oktober 2026 tot 31 december 2026.”

    Dergelijk plan moet ten laatste op 31 januari 2026 neergelegd worden.

    Anciënniteitsvoorwaarde

    De duur van de referteperiode heeft een impact op de anciënniteitsvoorwaarde.

    Indien het bonusplan een anciënniteitsvoorwaarde bevat mag deze ten hoogte gelijk zijn aan de helft van de duur van de referteperiode.

    Indien de referteperiode gelijkloopt met een kalenderjaar kan voorzien worden in een anciënniteitsvoorwaarde van maximaal 6 maanden.

    Indien de referteperiode 3 maanden bedraagt, mag de anciënniteitsvoorwaarde maximaal 1,5 maanden bedragen.

    De anciënniteitsvoorwaarde moet aan het einde van de referteperiode onderzocht worden en moet rekening houden met alle vorige opeenvolgende overeenkomsten in de onderneming.

    De te behalen doelstellingen

    De duur van de referteperiode heeft een impact op de doelstellingen die moeten behaald worden. Om na te gaan of de doelstellingen zijn behaald mag uitsluitend rekening worden gehouden met de resultaten behaald tijdens de referteperiode.  

    Dit betekent dat als een bonusplan wordt ingevoerd voor het laatste kwartaal van een kalenderjaar de doelstelling tijdens deze periode moet worden behaald en er geen rekening mag worden gehouden met de resultaten van het volledige kalenderjaar.

    Voorbeelden van een correcte omschrijving van een referteperiode

    Voorbeeld 1:

    “De referteperiode loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2026.”

    Voorbeeld 2:

    “De doelstellingen moet behaald worden tijdens de volgende referteperiodes: van 1 januari 2026 tot 31 maart 2026, van 1 april 2026 tot 30 juni 2026, van 1 juli 2026 tot 30 september 2026 en van 1 oktober 2026 tot 31 december 2026.”