Fighting Human Trafficking? YES, we can!

Gepubliceerd op

-

2022

De teams gedetacheerde werknemers, die binnen de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten (AD TSW) gespecialiseerd zijn in controle van loon- en arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers, treffen tijdens hun controles steeds vaker werknemers uit derde landen aan. ‘Derde landen’ zijn alle landen buiten de EU, met uitzondering van de landen in de Europese Economische Ruimte (EER): Noorwegen, Liechtenstein en IJsland. De teams zijn zeker alert op deze situaties omdat bij deze vormen van tewerkstelling een aantal risicofactoren samenkomen die kunnen leiden tot vormen van economische uitbuiting. Een precaire verblijfssituatie - vaak georganiseerd door hun werkgever -, het niet kennen van de taal en ons land, wantrouwen in de overheid, culturele, emotionele of psychologische verbondenheid met de organisator, afwezigheid van een netwerk om op terug te vallen, … maken potentiële slachtoffers extra kwetsbaar.

1 gedetacheerde werknemer op 4 is derdelander

In 2021 was ongeveer een op de vier in België gedetacheerde personen een onderdaan van een derde land. De gedetacheerde onderdanen van derde landen waren voornamelijk Oekraïners (38% van de gedetacheerde derdelanders), Wit-Russen (17%), Brazilianen (8%) en Bosniërs (4%). Het relatieve belang van het aantal Oekraïners en Wit-Russen in het totale aantal gedetacheerde werknemers is in zeer korte tijd toegenomen. Beide nationaliteiten kwamen nauwelijks voor in onze statistieken vóór 2018. Er kunnen zes belangrijke "routes" van in België gedetacheerde onderdanen van derde landen worden onderscheiden. Verreweg de belangrijkste route is die van Oekraïners die vanuit Polen naar België worden gedetacheerd.

Een belangrijke datum in dit hele verhaal is 24 februari 2022. Onmiddellijk na het begin van de oorlog in Oekraïne kwamen de eerste signalen dat de gevluchte Oekraïners een groot risico liepen op uitbuiting, en werden meteen ook effectief slachtoffers van mensenhandel aangetroffen tijdens controles in België. De focus van de arbeidsinspectie werd dan ook nog meer gericht naar de situatie van de derdelanders in België.

Ontdekking op een werf in Antwerpen

Zo gebeurde het dat de inspecteurs in juni 2022 tijdens een werfcontrole een grote groep Filipijnen en Bengalen aantroffen. Deze controle was vooral gericht op de situatie van de Oekraïners op diezelfde werf. Het groot aantal Aziatische werknemers deed echter vragen rijzen bij onze inspecteurs, die slechts met enkele werknemers een kort gesprek konden voeren. Ze overhandigden visitekaartjes voor het geval de werknemers achteraf een probleem wilden melden. Nog geen week later sijpelden de eerste klachten binnen van een aantal Filipijnen. Aanleiding waren de vragen van een collega van de Vlaamse Sociale Inspectie die na de controle trachtte na te gaan of deze Aziatische werknemers wel degelijk toegelaten waren tot de arbeid. De opdrachtgever en zijn aannemer beslisten dat deze werknemers niet meer konden werken tot de situatie uitgeklaard was. Hierop namen een aantal Filipijnen, die zonder werk maar ook zonder inkomen vielen, contact op met hun consul in België die op zijn beurt Payoke inschakelde. Payoke is een niet-gouvernementele organisatie die strijdt tegen de handel in en uitbuiting van mensen en gespecialiseerde opvang en begeleiding voor slachtoffers van mensenhandel aanbiedt. Payoke nam contact op met het Arbeidsauditoraat van Antwerpen, die besliste om het dossier te beschouwen als een onderzoek naar mensenhandel.

Eén week later werd TSW gevraagd om het onderzoek in handen te nemen. Daar dit onderzoek onmiddellijk grote en ongeziene proporties aannam ontstond er meteen een goede samenwerking met de collega’s van de RSZ, de Vlaamse Sociale Inspectie en de Federale Gerechtelijke Politie van Antwerpen. De opdracht was in eerste instantie om samen alle potentiële slachtoffers te verhoren om zoveel mogelijk te weet te komen op welke manier ze hier waren terechtgekomen, via welke kanalen en wat hun arbeids- en levensomstandigheden waren. In totaal werden er 45 Filipijnen en 30 Bengalen uitgebreid verhoord, wat toch een aantal maanden in beslag nam. Dit had vooral te maken met het feit dat er maar één beëdigde Bengaalse tolk in Vlaanderen is en één Filipijnse beëdigde tolk.

Na elk verhoor werd dezelfde dag nog een kopie aan het Auditoraat bezorgd die een inventaris maakte om vooral de aspecten van mensenhandel te bekijken. Tijdens de verhoren van deze slachtoffers kwam er nog een groep, deze keer Turkse, werknemers van de werf naar boven, die ook het statuut van slachtoffer mensenhandel wensten te bekomen. De Arbeidsauditeur beschouwde deze groep ook als potentiële slachtoffers, waardoor TSW tegelijkertijd met de verhoren van de Filipijnen en Bengalen nog eens een 100-tal Turkse werknemers diende te verhoren. Tolken vinden was hier niet het probleem, maar wel de vele collega’s die voor deze verhoren nodig waren. Dit is geen evidentie tijdens de maanden juli en augustus. Toch slaagden de inspecteurs erin om op bijzondere korte tijd al de Turkse werknemers te verhoren die nog aanwezig waren en het statuut van slachtoffer van mensenhandel wensten te bekomen.

Naast de uitgebreide verhoren gebeurden er ook een aantal huiszoekingen die werden uitgevoerd door dezelfde vier actoren (TSW, RSZ, VSI en FGP) die van bij het begin betrokken waren bij het onderzoek.

Limieten bereikt voor bepaalde instanties

Dit onderzoek maakte ook duidelijk dat sommige instanties, betrokken bij de strijd tegen mensenhandel, op hun limieten stootten in dergelijke grote dossiers. Zo kon Payoke de erkende slachtoffers niet allemaal begeleiden en opvangen. Hun opvangcapaciteit is gericht op individuele situaties, niet op grote groepen. Gelukkig konden de Filipijnse en Bengaalse slachtoffers toch worden ondergebracht in een woonzorgcentrum en nadien in een hotel om hen zo een veilige haven te bezorgen. Voor de Turken was er niet meteen een oplossing voorhanden. Hun werkgever dreigde er bovendien mee hen stante pede op straat te zetten en wou hiervoor zelfs een knokploeg inzetten. Door de inventiviteit van de betrokken diensten werd ook hiervoor een oplossing gevonden, en door de tussenkomst van de politie werd geweld vermeden.

Dankzij de collega’s van de cellen gedetacheerde werknemers over alle provinciën heen slaagde de AD TSW er als dienst in, tijdens deze vakantieperiode, uit te voeren wat er van haar werd verwacht. Dit was enkel mogelijk dankzij de collegialiteit en de grote betrokkenheid van alle arbeidsinspecteurs.

Het fenomeen mensenhandel is de AD TSW allesbehalve vreemd en is ook een belangrijke bevoegdheid van de dienst. Dat de dienst in staat zijn om in deze materie een belangrijke bijdrage te leveren in het verzamelen van bewijs rond de criteria van economische exploitatie, heeft dit mega-dossier dan ook duidelijk aangetoond. Nu meer en meer derdelanders via detachering naar ons land komen, ligt het voor de hand dat TSW de komende jaren nog meer van deze dossiers zal behandelen. De multidisciplinaire aanpak van mensenhandel heeft bewezen van waarde en belang te zijn. De ervaring van de inspecteurs in dossiers met een internationaal karakter waarin grote groepen werknemers betrokken zijn, en hun gewoonte en bereidheid in die dossiers samen te werken met andere diensten, heeft daaraan zeker bijgedragen.

Een fenomeen in uitbreiding

De tewerkstelling van derdelanders via buitenlandse werkgevers is een fenomeen dat zal blijven toenemen. De AD TSW ziet hierbij een evolutie naar mensen uit steeds verder liggende landen. Landen zoals de voormalige ex-Sovjetrepublieken, Brazilië, maar ook landen als Nigeria, de Filipijnen, Bangladesh of Nepal. 

De inspecteurs merken dat de personen afkomstig uit deze landen zeer vatbaar zijn voor arbeidsuitbuiting en soms mensenhandel. Dikwijls hebben ze ook schulden in hun land van herkomst en/of is hun familie financieel volledig afhankelijk van hen. Dit laatste maakt dat zij inschikkelijk zijn in het accepteren van de onwettige loon- en arbeidsvoorwaarden die hen worden opgelegd. Al te vaak worden zij onder het wettelijk Belgisch minimumloon betaald, werken te veel uren en gebeuren er onwettelijke inhoudingen op hun loon voor het verblijf, transport of verblijfsdocumenten.

Meerdere criteria

De vraag wanneer er echt sprake is van mensenhandel en de betrokkene in aanmerking komen voor het speciaal statuut als slachtoffer mensenhandel is echter vaak moeilijk te beoordelen. De inspecteurs komen deze mensen tegen terwijl ze aan het werk zijn, en kunnen tijdens zo’n controle niet zien hoe de huisvesting van de mensen geregeld is. Zeker op grote werven moeten ze beslissen wie wel en niet uitgebreid verhoord zal worden. Er zijn verschillende criteria die kunnen wijzen op het fenomeen mensenhandel. Het gaat dan om algemene criteria zoals werving in thuisland, vervoer naar Europa, verblijfsomstandigheden hier, en specifieke criteria met het oog op economische (arbeids)uitbuiting.

Vaak zijn een aantal criteria (deels) vervuld. Dit maakt dat er steeds een afweging en beoordeling dient te gebeuren door de betrokken arbeidsinspecteur, meestal in samenspraak met de magistraat van het Arbeidsauditoraat in dossiers waarin we arbeidsuitbuiting tegenkomen.

Belangrijk daarbij is dat onderbetaling en te veel uren werken op zich belangrijke criteria zijn, maar alleen zijn deze meestal niet doorslaggevend om van mensenhandel te spreken. Mensenhandel gaat om tewerkstelling in strijd met de menselijke waardigheid. Waar die grens ligt is moeilijk te bepalen en hangt ook af van de beoordelingsbevoegdheid van de betrokken Arbeidsauditeur en nadien voor de rechtbank. Belangrijk is wel dat de instemming van het slachtoffer daarbij niet van belang is. Het zijn de normen en standaarden die in België gelden aan dewelke getoetst en beoordeeld wordt.

Het dossier van de Antwerpse werf is nog lopend, de juridische procedures zullen zeker nog een hele tijd lopen. Niettemin is een positief signaal gegeven. De grote groep slachtoffers en werknemers betrokken bij inbreuken hebben allen de kans gekregen hun verhaal te doen. Er zijn afspraken gemaakt zodat ze betrokken kunnen blijven, en verschillende van de betrokkenen zijn nu in België aan het werk aan betere loon en arbeidsvoorwaarden.