2026 - Analyse van de Belgische gegevens i.v.m. de arbeidsomstandigheden verzameld door EUROFOUND (EWCS 2024)

Hoofdthema

2026 - Analyse van de Belgische gegevens i.v.m. de arbeidsomstandigheden verzameld door EUROFOUND (EWCS 2024).

Jobkwaliteit in België in 2024.

Subthema

In dit rapport presenteren we een gedetailleerde analyse van de gegevens voor België die zijn verzameld op basis van de Europese enquête naar de arbeidsomstandigheden 2024 van Eurofound (EWCS 2024).

Sinds de lancering in 1990 geeft de Europese enquête uitgevoerd door Eurofound (Europese Stichting tot Verbetering van de Levens- en Arbeidsomstandigheden), een totaalbeeld van de arbeidsomstandigheden in Europa om de arbeidsomstandigheden van de werknemers en de zelfstandigen in Europa op een vergelijkbare basis te beoordelen en te kwantificeren; de verbanden tussen verschillende aspecten van arbeidsomstandigheden te analyseren; risicogroepen, aandachtspunten en voortgangsgebieden te identificeren; trends te volgen door daartoe homogene indicatoren te leveren; en een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van Europees beleid.

Een analyse van de jobkwaliteit is om verschillende redenen noodzakelijk. Ten eerste speelt jobkwaliteit een sleutelrol in de economische groei van een land. Als de kwaliteit van de banen in België hoog is, zou dat meer geschoolde werknemers kunnen aantrekken, wat zou kunnen leiden tot een hogere productiviteit en economische groei. Ten tweede kunnen banen van hoge kwaliteit financiële zekerheid en stabiliteit bieden aan individuen en gezinnen, wat hun algemene levenskwaliteit verbetert. Ten slotte kunnen banen van hoge kwaliteit de werktevredenheid en motivatie van werknemers vergroten, wat een positief effect kan hebben op de algemene productiviteit en het moreel op het werk.

Doel van deze opdracht is het analyseren van de Belgische gegevens die Eurofound gedurende 2024 heeft verzameld om de kwaliteit van werk en werkgelegenheid in 2015 in België in kaart te brengen, alsook de evolutie van die kwaliteit sinds 2010.

Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie in het kader van het Belgisch nationaal Plan voor Herstel en Veerkracht (PHV).

Meer informatie over het project is te vinden via: 2022 - 2026 Project (RRF) DATAMINING van beroepsrisico’s voor duurzaam werk (lopende).

“Logo van NextGenerationEU, gefinancieerd door de Europese Unie”

Timing

2024-2026

Opdrachtgever

Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)

Onderzoeksteam

  • HIVA - KU Leuven: Karolien Lenaerts, Lise Szekér, Laurène Thil & Sem Vandekerckhove
  • DULBEA - Université Libre de Bruxelles (ULB): Kim-Long Nguyen & Magali Verdonck
  • LENTIC & HEC Liège – Liège Université (ULiège): Sara Çaliskan, Mickaël Parmentier & Thomas Pirsoul
  • Interface Demography – Vrije Universiteit Brussel (VUB): Kim Bosmans, Karen Van Aerden, Julie Vanderleyden & Christophe Vanroelen

Onderzoeksopzet

Doelstellingen

De doelstellingen van het onderzoek zijn:

  • Het analyseren van de 2000 gegevens die Eurofound in België heeft verzameld om de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden in België in 2024 te beschrijven. In de mate van het mogelijke werden de indicatoren die gehanteerd werden bij de analyse van de gegevens van 2010, 2015 en 2021 opnieuw gebruikt om de evolutie van de werkomstandigheden sinds 2010 te kunnen vergelijken. Op basis van die indicatoren kon men voor de werknemers verschillende types van kwaliteit van werk in kaart brengen.
  • Het analyseren van de gegevens, in het bijzonder over:
    • de gevolgen van werk op de gezondheid, met name wat betreft de psychosociale risico’s (PSR) en de musculoskeletale aandoeningen (MSA);
    • de problematiek van de oudere werknemers en van duurzaam werk;
    • de rol van technologieën in de evolutie van het werk;
    • de problematiek van precaire arbeid en de meest kwetsbare werknemers.
  • Rekening houden met de genderdimensie en met de leeftijd bij alle analyses die worden uitgevoerd.
  • In de mate van het mogelijke de evolutie aantonen sinds 2010.

Resultaten

Hoofdstuk 1: welzijn op het werk en jobkwaliteit in België: conceptueel kader en evolutie tussen 2010 en 2024

Het eerste hoofdstuk biedt een uitgebreid overzicht van de evolutie van de kwaliteit van de arbeid en de tewerkstelling en welzijn op het werk in België tussen 2010 en 2024, aan de hand van de gegevens van de European Working Conditions Survey (EWCS). Deze contextschets toont hoe macrotrends zoals de digitalisering, demografische veranderingen, globalisering en klimaatopwarming een grote impact hebben op de arbeidsorganisatie en de aard van het werk.

De Belgische data van de EWCS 2024 vormen de centrale dataset van deze studie. Daarnaast werd deze dataset aangevuld met de EWCS-trenddata voor 2010 en 2015. Hierdoor kunnen evoluties doorheen de tijd onderzocht worden in dit hoofdstuk, alsook in de thematische hoofdstukken die hierna volgen. Daartoe werd een trenddataset samengesteld op basis van EWCS 2010, 2015 en 2024.

Dit hoofdstuk gaat in op de jobkenmerken voor Belgische werknemers. Het beschrijft de evoluties van tewerkstellingsaspecten, jobinhoud en arbeidsomstandigheden en sociale relaties (zie de figuur hieronder).

Onderstaande figuur toont de evolutie van jobkenmerken (tewerkstelling, jobinhoud en arbeidsomstandigheden en sociale relaties) van Belgische werknemers tussen 2010 en 2024:

  • de groene lijnen geven een significante verbetering voor de werknemer tussen 2015 en 2024 aan;
  • de rode lijnen tonen een significante verslechtering voor de werknemer tussen 2015 en 2024;
  • de grijze lijnen tonen het verschil tussen 2015 en 2024; dit is minder dan 5%.

Voor sommige indicatoren was er geen bevraging in 2010 en/of 2015.

De meeste indicatoren zijn percentages (dichotome variabelen). De indicatoren voor onregelmatige werktijden, jobcomplexiteit, taakautonomie, vertrouwen, representatie, inspraak en coachend leiderschap zijn ratio’s of gemiddelde scores.

“Gewogen data Belgische werknemers, EWCS 2010, EWCS 2015 en EWCS 2024”
(Bron: Gewogen data Belgische werknemers, EWCS 2010, EWCS 2015 en EWCS 2024)

Met betrekking tot de gezondheid en het welzijn van werknemers toont de evolutie tussen 2010 en 2024 een gemengd beeld, zoals men kan zien in onderstaande figuur, die de evolutie van aspecten van welzijn en gezondheid van Belgische werknemers tussen 2010 en 2024 weergeeft:

  • de groene lijnen tonen significante verbetering voor de werknemer tussen 2015 en 2024;
  • de rode lijnen tonen significante verslechtering voor de werknemer tussen 2015 en 2024
  • de grijze lijnen geven het verschil weer tussen 2015 en 2024 (minder dan 5%).

Voor sommige indicatoren was er geen bevraging in 2010 en/of 2015.

De meeste indicatoren zijn percentages (dichotome variabelen). De indicatoren voor welzijn, musculoskeletale aandoeningen en werk-privéconflicten zijn ratio’s of gemiddelde scores.

“Gewogen data Belgische werknemers, WCS 2010, EWCS 2015 en EWCS 2024”
(Bron: Gewogen data Belgische werknemers, WCS 2010, EWCS 2015 en EWCS 2024)

Hoofdstuk 2: typologie van de kwaliteit van de arbeid en tewerkstelling in België

In hoofdstuk 2 benaderen we de kwaliteit van de arbeid en tewerkstelling op een meer globale manier, door verschillende profielen van kwaliteit van de arbeid en tewerkstelling in België te identificeren op basis van specifieke combinaties van indicatoren. Met behulp van hiërarchische clusteranalyse onderscheiden we zes profielen:

  • Profiel n° 1: Verrijkt en kwalitatief hoogstaand werk (11%)
  • Profiel n° 2: Autonoom werk (22%)
  • Profiel n° 3: Werk met sterke collectieve vertegenwoordiging (20%)
  • Profiel n° 4: Gebalanceerd werk (25%)
  • Profiel n° 5: Digitaal intensief werk (12%)
  • Profiel n° 6: Werk van lage kwaliteit (11%)

In dit hoofdstuk analyseren we bovendien hoe deze profielen verdeeld zijn binnen de Belgische beroepsbevolking , waarbij we differentiëren naar gender, leeftijdsgroepen, opleidingsniveau, sector en grootte van de onderneming.

De profielen ‘Verrijkt en kwalitatief hoogstaand werk’ en ‘Autonoom werk’ vertonen systematisch de hoogste niveaus van gezondheid en psychologisch welzijn, gevolgd door de profielen ‘Werk met sterke collectieve vertegenwoordiging’ en ‘Gebalanceerd werk’. Daarentegen vertonen de profielen ‘Digitaal intensief werk’ en ‘Werk van lage kwaliteit’ systematisch significant lagere niveaus van fysiek en mentaal welzijn in vergelijking met de andere profielen.

Hoofdstuk 3: gevolgen van werk op de gezondheid: psychosociale risico’s en fysieke risico’s en hun impact op musculoskeletale aandoeningen en welzijn van werknemers

De stijging van musculoskeletale aandoeningen (MSA) vormt één van de meest opvallende evoluties. Rug-, nek- en schouderklachten en klachten aan de ledematen nemen toe, vooral tussen 2015 en 2024, en steeds meer werknemers rapporteren meerdere klachten tegelijk. Vrouwen, oudere werknemers en lager opgeleiden rapporteren meer klachten. Ook het mentaal welzijn daalde aanzienlijk: na een piek in 2015 tonen de cijfers van 2024 een sterke terugval in mentaal welzijn en bevlogenheid, vooral bij vrouwen, werknemers tussen 45 en 54 jaar en hoger opgeleiden. Stress en mentale uitputting blijven op een hoog niveau aanwezig, met een bijzonder hoge prevalentie in de publieke sector.

In 2024 bedraagt het percentage werknemers dat in de afgelopen 12 maanden last heeft gehad van MSA 58% voor rugklachten, 62% voor de bovenste ledematen en 44% voor de onderste ledematen. 79% van de werknemers heeft ten minste één klacht in verband met MSA gehad en 30% heeft last gehad van MSA in alle drie de lichaamsdelen.

Zowel blootstellingsrisico’s (trillingen, lawaai, chemische stoffen, extreme temperaturen) als biomechanische risico’s (repetitieve bewegingen, tillen van mensen of zware lasten, belastende houdingen) blijven sterk aanwezig in de Belgische werkcontext, en vele risico’s namen opnieuw toe in 2024.

Hoofdstuk 4: oudere werknemers en werkbaar werk in 2024

Oudere werknemers worden blootgesteld aan andere arbeidsomstandigheden dan hun jongere collega’s. Over het algemeen worden zij minder blootgesteld aan zeer hoge werktempo’s en aan situaties met zware lasten of repetitieve bewegingen, al bestaan er belangrijke verschillen tussen mannen en vrouwen.

Wat gezondheid en mentaal welzijn betreft, geven werknemers ouder dan 50 jaar aan minder last te hebben van spierklachten in de bovenste ledematen dan werknemers van 41-45 jaar, en lijken werknemers ouder dan 45 jaar een beter mentaal welzijn te ervaren dan degenen tussen 25 en 44 jaar.

De hefbomen voor het verbeteren van het welzijn op het werk van werknemers van 50 jaar en ouder, en bijgevolg hun behoud of terugkeer naar werk, verlopen via een aanpassing van de arbeidsomstandigheden en de organisatie van het werk aan het ouder worden. Dit impliceert een vermindering van de fysieke belasting (preventie van musculoskeletale aandoeningen, beperking van blootstelling aan risico’s, ergonomische aanpassingen), een verlaging van het werktempo en de tijdsdruk, en het faciliteren van interne mobiliteit naar minder belastende functies. Deze maatregelen moeten rekening houden met genderverschillen.

Hoofdstuk 5: de rol van technologieën in de evolutie van werk

Een van de belangrijkste bevindingen is dat technologie eerder gepaard gaat met een herstructurering van het werk dan met een eenvoudige vermindering van taken. Relatief weinig werknemers geven aan dat technologie taken heeft weggenomen, terwijl een veel grotere groep stelt dat er net nieuwe taken zijn bijgekomen. Daarnaast vindt ongeveer één op twee werknemers dat technologie de interactie met collega’s heeft vergroot. Deze resultaten suggereren dat digitalisering het werk vooral transformeert door extra activiteiten toe te voegen, zoals coördinatie, opvolging, administratieve verwerking, leren en communicatie. Het hoofdstuk wijst hier op het risico van extra ‘onzichtbaar werk’, dat vaak weinig erkend wordt maar wel de werkdruk kan verhogen en de aandacht kan versnipperen.

De algemene discussie nodigt uit om voorbij een eenvoudige tegenstelling tussen technologische vooruitgang en risico’s te kijken. De centrale vraag is niet de technologie op zich, maar het soort werk dat zij voortbrengt. Eenzelfde technologie kan in sommige contexten samenwerking, toegang tot informatie en participatie verbeteren, terwijl ze in andere contexten leidt tot meer werkdruk, stress, standaardisering of controle. Het hoofdstuk besluit dan ook dat de kern ligt in het sociaal-organisatorische ontwerp van digitalisering: de beschikbaarheid van ondersteuning, leertijd, duidelijke doelstellingen, communicatieafspraken, erkenning van extra werk en de samenhang tussen wat gemeten wordt en wat gewaardeerd wordt. Het doel moet dus niet alleen zijn om tools te moderniseren, maar om ervoor te zorgen dat digitale transformatie daadwerkelijk en duurzaam bijdraagt aan een betere kwaliteit van werk.

Hoofdstuk 6: precair werk en kwetsbare werknemers

In dit hoofdstuk onderzochten we de prevalentie en spreiding van precair werk, de evolutie van precair werk doorheen de tijd, alsook de relaties met socio-economische en demografische kenmerken, intrinsieke werkkenmerken, en de gezondheid en het welzijn van werknemers in België. Precair werk werd daarbij gedefinieerd als een multidimensionaal concept bestaande uit verschillende ongunstige aspecten van de arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen. Precair werk (of neutraal geformuleerd, tewerkstellingskwaliteit) is gebaseerd op zes dimensies: (1) stabiliteit van tewerkstelling, (2) economische duurzaamheid, (3) rechten en sociale bescherming , (4) werktijden, (5) ontwikkeling van vaardigheden, en (6) onderhandelingsmacht.

Onze resultaten bevestigen het bestaan van hardnekkige sociale gradiënten in tewerkstellingskwaliteit. Jongeren, kortgeschoolden, werknemers met een migratieachtergrond, werknemers in dienstverlenende en elementaire beroepen en werknemers in kleinere organisaties blijken systematisch hogere precariteitsscores te rapporteren.

Daarnaast tonen de analyses aan dat precair werk sterk samenhangt met de arbeidsinhoud en de arbeidsomstandigheden. Werknemers met hogere precariteitsscores worden systematisch vaker geconfronteerd met lage autonomie, een lagere beoordeling van de kwaliteit van het management, beperkte sociale steun, minder taakcomplexiteit en een hogere blootstelling aan musculoskeletale aandoeningen. Deze clustering van ongunstige arbeidskwaliteitskenmerken wijst op het bestaan van ‘goede’ en ‘minder goede’ jobs, waarbij precair werk deel uitmaakt van een bredere configuratie van jobs met lage kwaliteit, zoals blijkt uit de duidelijke relaties met de jobprofielen: werk van slechte kwaliteit vertoont een duidelijk minder gunstige gemiddelde precariteitsscore.

Ten slotte bevestigen de bevindingen een duidelijk verband tussen precair werk en gezondheids- en welzijnsuitkomsten . Werknemers met hogere precariteitsscores rapporteren vaker een laag mentaal welzijn, een slechtere zelf gerapporteerde gezondheid, meer chronische aandoeningen, meer musculoskeletale klachten en hogere stressniveaus. Daarnaast is precair werk geassocieerd met meer absenteïsme, presenteïsme en jobonzekerheid.

Publicatie(s)

Jobkwaliteit in België in 2024

La qualité de l’emploi et du travail en Belgique en 2024

Job and work quality in Belgium in 2024

  • HIVA - KU Leuven: Karolien Lenaerts, Lise Szekér, Laurène Thil & Sem Vandekerckhove
  • DULBEA - Université Libre de Bruxelles (ULB): Kim-Long Nguyen & Magali Verdonck
  • LENTIC & HEC Liège – Liège Université (ULiège): Sara Çaliskan, Mickaël Parmentier & Thomas Pirsoul
  • Interface Demography – Vrije Universiteit Brussel (VUB): Kim Bosmans, Karen Van Aerden, Julie Vanderleyden & Christophe Vanroelen

Tweetalig algemeen verslag, 2026 (PDF, 9.43 MB)

Résumé (FR), Samenvatting (NL), Summary (EN), 2026 (PDF, 1.63 MB)

Contactpersoon

Alain Piette, Europese Ergonoom
Adviseur, FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, AD Humanisering van de Arbeid
Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)
Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel
email: alain.piette@emploi.belgique.be